Bronnengeheim – context

Dat overheden en zelfs private ondernemingen verplicht zijn om informatie mee te delen aan journalisten is positief voor de democratie. Maar het is niet voldoende.

© Photo News
© Photo News

Zonder de mogelijkheid om hun vertrouwelijke bronnen te beschermen, kunnen journalisten niet fatsoenlijk aan journalistiek doen. Altijd zullen er belangrijke informatiebronnen zijn die – om welke reden ook – niet zelf op de voorgrond kunnen treden. Een ambtenaar die weet heeft van corruptie. Een politieman of magistraat die merkt dat een onderzoek wordt gedwarsboomd. Een boekhouder die op de hoogte is van fraude. Al die personen kunnen ervoor kiezen zich niet te tonen aan het publiek, uit schrik voor hun job, hun toekomst of – wie weet – zelfs hun leven. Toch is het essentieel dat hun informatie bekend raakt en dus door journalisten wordt gepubliceerd. Een democratie leeft niet van officieel meegedeelde informatie alleen, maar even goed van informatie die officieus en informeel circuleert.

Toch opgelet: een en ander belet niet dat een journalist in principe de bron van zijn informatie bekend maakt. Zo staat het ook in artikel 2 van de Code van de Raad voor de Journalistiek. Maar wanneer dit onmogelijk is en toch maatschappelijk relevant, verzwijgt de journalist zijn informatiebron.

Sinds mensenheugnis bepalen journalistieke codes dat een journalist die vertrouwelijkheid toezegt aan een bron, die vertrouwelijkheid ook in acht moet nemen. Artikel 19 van de Code van de Raad voor de Journalistiek: ‘De journalist beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of moest weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij hun identiteit niet zou onthullen.’

Lange tijd was het echter moeilijk of zelfs onmogelijk om deze deontologische regel na te leven. De overheid, en meer bepaald justitie en politie, voerden immers meer dan eens onderzoek naar informatielekken die hen niet zinden. Dat uitte zich concreet in huiszoekingen bij journalisten thuis en op redacties, in telefoontaps, in het onderscheppen van e-mails of sms, soms zelfs in regelrechte arrestaties van journalisten die niet wilden meewerken.

Met een wet van 2005 is hier nagenoeg een einde aan gekomen. Die wet verbiedt justitie en politie om nog langer inbreuk te maken op het journalistieke bronnengeheim. Journalisten hebben in België nu een formeel recht op vertrouwelijke omgang met hun informatiebronnen. Dat recht vormt zo de wettelijke keerzijde van de deontologische plicht die journalisten hebben om hun bronnen te beschermen. Zie elders voor de tekst van de wet en een praktische handleiding.

In 2010 kwam daar nog andere wetgeving bij, die het journalistieke bronnengeheim ook bezegelt ten aanzien van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het land. Meer info daarover vind je hier.

 

Terug naar ‘Bronnengeheim’