Getuigenissen
Selma Franssen
Studies: bachelor Scandinavische talen en culturen (2006-2009), postgraduaat internationale onderzoeksjournalistiek (2017-2018), master literatuurwetenschap (2018-2019)
Werk: was redactiechef bij Charlie Magazine. Schrijft voor vakbladen De Journalist, #ZigzagHR, Otheo. Doet projectwerk voor opdrachtgevers in de media en sociaal-culturele sector, waaronder deBuren, MO*, 11.11.11, ZIJkant en uitgevers Borgerhoff & Lamberigts en Houtekiet.
Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Dat is al zo’n twaalf jaar geleden. Ik deed een talenopleiding en was communicatiemedewerker voor het Nederlandse muziekfestival Eurosonic-Noorderslag. Ik hield altijd wel van talen en ik las ook veel kranten en media, maar ik dacht er toen nog niet over om journalist te worden. Tijdens een soort van tussenjaar, waarin ik veel reisde, kwam ik een vacature tegen bij De Wereld Morgen in Brussel. Dat was een uitwisseling via de European Voluntary Service, een EU-programma waarbij je een jaar in een ander land werkt en een kleine beurs ontvangt. Omdat ik uit Nederland kom, kon ik een uitwisseling doen met België. Voor De Wereld Morgen schreef ik vooral over milieuthema’s, iets wat ik met veel plezier heb gedaan.’
‘Na afloop van die stage besloot ik in België te blijven. Sindsdien ben ik altijd als freelancejournalist actief geweest. Op een gegeven moment ging ik als redactiechef aan de slag bij Charlie Magazine, een onafhankelijk online en print magazine dat échte verhalen en realistische rolmodellen bracht rond thema’s als body image, feminisme en de combinatie werk & gezin, Het magazine heeft een paar jaar bestaan. Daarna ben ik blijven freelancen in de journalistiek. Tegenwoordig schrijf ik vooral voor vakbladen, waaronder De Journalist van de VVJ.’
Je komt uit Nederland. Hoe is het om daar te freelancen als journalist?
‘Het is al heel lang geleden dat ik freelancer was in Nederland. Ik herinner me dat het administratief wat gemakkelijker was. Je hebt er bijvoorbeeld geen onderscheid tussen hoofdberoep en bijberoep. Hier in België heb ik een periode gehad waarin ik vaak tussen hoofdberoep en bijberoep wisselde, wat tot allerlei administratieve rompslomp leidde. De sociale zekerheid is in Nederland ook minder duur. Dat is in België voor een freelancer in hoofdberoep toch een hoge drempel.’
Wat motiveert je in je werk?
‘Ik ben echt een overtuigd freelancer. Als ik zou moeten kiezen tussen freelancen en loondienst, zou ik altijd voor freelancen gaan. Ik hou ervan dat je zoveel verschillende dingen kunt doen, steeds met andere mensen werkt en dat elke opdracht anders is. Bovendien heb je als freelancer veel vrijheid en kan je je eigen dag indelen.’
‘Ik vind ook dat je als freelancer optimaal gebruik moet maken van de voordelen die het biedt. Soms heb ik bijvoorbeeld een periode waarin al mijn opdrachten op afstand uitgevoerd kunnen worden. Dan trek ik er een paar weken op uit naar het buitenland om op een huis en een hond te passen, en werk ik daar gewoon verder. Dat doe ik liever dan van negen tot vijf op kantoor te zitten.’
Is er een interview dat je is bijgebleven?
‘Ik heb ooit de dichter Eileen Myles geïnterviewd, wat een heel bijzondere ervaring was. Ik was op bezoek bij een vriendin in Londen en ging naar een tentoonstelling. Daar zag ik dat Eileen Myles een paar weken later aanwezig zou zijn. Ik besloot om gewoon dat museum te mailen met de vraag of ik een interview mocht doen, terwijl ik het nog niet eens aan een medium had verkocht. Tot mijn verrassing zei het museum ja. Uiteindelijk verkocht ik het stuk aan Knack en Bustle, een Amerikaans tijdschrift. Het klikte zo goed met Eileen Myles dat ik later ook nog de kans kreeg om hen in Brussel op het podium te interviewen voor Passa Porta.’
Wat staat er nog op je verlanglijst in je carrière?
‘Ik hoop binnen de twee jaar een nieuw boek te publiceren. Eerder schreef ik al een non-fictieboek, nu werk ik aan een roman. Dat is precies wat ik waardeer aan freelancen: je kan zijsporen inslaan. Soms doe ik ook (eind)redactie op boeken. Als journalist ben je immers voortdurend met taal bezig en kan je ook kritisch kijken naar teksten van anderen. Gebruik die verschillende skills die je opdoet in de journalistiek ook op andere plekken.’
Wat is het lastigst aan het leven als freelancer?
‘Een van de lastigste dingen is dat in de journalistiek de tarieven laag liggen. Daarnaast vind ik het contact met redacties soms ook moeilijk. Als freelancer ben je toch een soort buitenstaander. Je kan allerlei ideeën opsturen naar redacties, maar vaak krijg je geen reactie. Soms is het ook moeilijk om te achterhalen wat de status van je artikel is. Wordt het gepubliceerd? De persoon met wie ik altijd contact had bij de redactie, werkt die er eigenlijk nog? Want mensen wisselen vaak van functie of medium, en dan is je contactpersoon ineens weg. Bij vakbladen zoals De Journalist is dat iets prettiger. Die hebben kleinere teams, waardoor je de mensen goed kent. Ik werk vaak al jaren voor hetzelfde blad en heb daar een band mee opgebouwd. Maar bij andere media is het soms een stuk moeilijker om binnen te geraken. Dat blijft echt een uitdaging in de journalistiek.’
Heb je tips voor mensen die willen beginnen in freelance journalistiek?
‘Een belangrijke tip is om andere freelancers niet als concurrenten te zien, maar als mensen met wie je kunt uitwisselen en van wie je kunt leren. Ik heb gemerkt dat het heel waardevol is om veel contact te hebben met andere freelancers en gewoon eens te vragen hoe zij bepaalde zaken aanpakken, zeker als het gaat om financiële aspecten. Bijvoorbeeld: hoeveel krijgen zij betaald voor stukken? Ik probeer daar zelf open over te zijn. Zo ontdek je soms grote verschillen, wat je helpt om in te schatten of je eigenlijk meer zou kunnen vragen.’
‘Daarnaast is het ook nuttig om contacten uit te wisselen: welke redacties staan open voor pitches, bij welke tijdschriften kun je terecht, of met wie zou je zeker eens contact moeten opnemen?’
‘Probeer ook wat ondernemend te zijn. Kijk bijvoorbeeld naar Nederland: daar wonen veel meer potentiële lezers en het medialandschap is veel groter. Je hebt daar veel meer verschillende titels waar je zou bij kunnen pitchen. Ik heb dat zelf een tijd gedaan en verkocht soms hetzelfde artikel in zowel Vlaanderen als Nederland. Op die manier verdien je een hoger bedrag door een artikel dubbel te verkopen. Daarnaast raad ik aan om fondsen aan te vragen. Er zijn fondsen in Vlaanderen maar ook in Nederland waar je als Vlaming gebruik van kan maken, mits je in Nederland ook publiceert. Die fondsen willen goede journalistiek ondersteunen en zijn vaak heel blij met sterke aanvragen. Bel hen ook op, want vaak zijn ze bereid om je advies te geven over hoe zo’n aanvraag eruit zou kunnen zien. Dat kan in het begin veel werk lijken, maar als je het een paar keer gedaan hebt, valt het eigenlijk goed mee.’
Hoe kom je in contact met andere freelancers?
‘Via de VVJ bijvoorbeeld. Ga bijvoorbeeld naar evenementen waar andere freelancers zijn, zoals bijvoorbeeld het Mediacafé van De Buren of de workshops van de VVJ Academy. Ik heb ook nog steeds contact met de mensen van alle plekken waar ik gewerkt heb. Ik heb die contacten altijd onderhouden. Al mijn opdrachten komen naar mij toe via mijn netwerk en ik post echt nooit iets op sociale media. Misschien zou ik veel meer opdrachten kunnen hebben als ik daar actiever zou zijn, maar tot nu toe heb ik het niet nodig gehad. Ik denk soms dat freelancers het idee hebben dat ze zichzelf keihard moeten promoten op LinkedIn enzo, maar dat hoeft dus niet per se.’ (YE/SVH)
Erik Raspoet
Studies: politieke en sociale wetenschappen (UGent)
Werk: vooral Knack, vroeger ook Humo, De Morgen en De Standaard, schreef verschillende boeken en maakte de podcast ‘Het Fortuin Carlier’
Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Dat voert ons terug naar het midden van de jaren 1980. Ik behoor nog tot een van de laatste generaties die zijn legerdienst moest doen. Ik behaalde dan een diploma ‘pol & soc’, maar het was bijna een natuurwet dat je daar niet meteen werk mee vond. En in die tijd was de werkloosheid onder jongeren vrij hoog. Dus besloot ik nog een diploma erbij te halen. Ik koos voor bedrijfskunde omdat ik dacht: daarmee vind ik zéker een job. Maar eigenlijk boeide mij dat helemaal niet. En ik moest die studie zelf financieren: overdag ging ik werken en ’s avonds had ik cursus.’
‘Maar toen kreeg ik van een vriendin te horen dat ze bij Het Nieuwsblad dringend twee voltijdse, freelance correspondenten zochten voor Brussel, voor de streekeditie. Ik ging op gesprek bij de verantwoordelijke, Jean-Pierre Schoukens, en ik mocht direct beginnen. Ik had nog nooit een journalistiek stuk geschreven, maar dat ging meteen vlot. Binnen de kortste keren kreeg ik enorm veel opdrachten, dus ik werd daarin meegezogen. Mijn studies bedrijfskunde heb ik stopgezet; die examens heb ik nooit gedaan.’
‘Toen ik jong was, leek journalist worden mij een moeilijk bereikbare droom, maar ik ondervond dat dat eigenlijk een beroep is met een heel lage instapdrempel. Je kan gewoon overal aankloppen en je aanmelden, ze zullen zelden op voorhand ‘nee’ zeggen. Vaak is de reactie: oké, probeer maar. En als het goed is, ben je vertrokken. Dan volgen nog meer opdrachten en contacten en kan je een netwerk opbouwen.’
‘Ik ben bij Het Nieuwsblad begonnen, maar ik heb vrij snel uitbreiding gezocht. Toen ik een stuk maakte over asielzoekers in het Klein Kasteeltje in Brussel, had ik het gevoel: dat is iets voor Humo. Destijds moest je dan maar bij één man zijn en dat was Guy Mortier. Ik bood hem het stuk aan en tot mijn verbazing zei die meteen ‘ja’. Toen besefte ik: er zijn geen drempels, je moet gewoon je stoute schoenen durven aandoen.’
Is dat iets dat je aan beginnende freelance journalisten zou aanraden?
‘Ja, je moet je echt niet laten intimideren door namen, noch van media, noch van journalisten of hoofdredacteurs. Bied je artikel aan, pitch het. Een nee heb je, een ja kun je krijgen. En op die manier bouw je natuurlijk ook een netwerk uit. Uiteindelijk is het een klein wereldje. Als je naam ergens verschijnt, hebben de mensen in de business dat snel gezien.’
Ben je bewust meteen als freelancer begonnen?
‘Voor een deel was dat bewust, maar voor een deel is mij dat gewoon overkomen. Waarschijnlijk zijn er weinig die dat kunnen zeggen, maar ik heb in die 35 jaar dat ik ondertussen bezig ben nog nooit een contract gehad. Ik ben altijd zuiver freelance geweest: no cure, no pay. Er zijn wel momenten geweest dat ik dacht: een vast contract zou beter zijn. Je krijgt kinderen, je sluit een hypotheek af … Dan ben ik weleens tevergeefs gaan aankloppen bij mijn werkgevers. Maar het omgekeerde is ook gebeurd. Soms werd mij gevraagd om vast in dienst te komen, maar genoot ik op dat moment heel erg van de vrijheid die bij dit statuut hoort. Als je bijvoorbeeld plannen hebt om een boek te schrijven of net aan een project begint …’
‘Ik heb wel altijd verschillende opdrachtgevers gehad, behalve één keer: een korte periode bij De Morgen, toen ik voor de weekendbijlage Zeno werkte. Dat was toen echt een toonaangevend medium, met goeie pennen en uitstekende fotografen, zoals Stephan Vanfleteren, Filip Claus, Tim Dirven, Dieter Telemans, Gert Jochems … Vaak waren we dan samen twee à drie dagen op stap.’
Zijn er in je lange carrière stukken die erbovenuit springen voor jou? Artikels waar je echt trots op bent?
‘Voor Humo heb ik ooit een reeks gemaakt over joodse onderduikkinderen. Intussen is daar al heel veel over gedaan, maar toen nog niet. Dat is me bijgebleven omdat dat vaak echt pakkende verhalen waren. Dat ging over Belgische joodse kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog verstopt werden op alle mogelijke en onmogelijke plekken en die op die manier de nazibezetting overleefden. Na verloop van tijd is er een organisatie voor en door die onderduikkinderen ontstaan en zochten ze elkaar op.’
‘Voor De Morgen ben ik eens een heel markante man hier in Mechelen gaan interviewen: Marc Lauwers. Hij leed aan fybromyalgie en had euthanasie gevraagd. Hij was bereid om zijn verhaal te brengen en een journalist toe te laten in de laatste maanden van zijn leven. Ik heb lange gesprekken met hem gehad, maar heb ook geobserveerd hoe heel veel mensen afscheid van hem kwamen nemen. Hij heeft euthanasie gekregen wegens ondraaglijk psychisch lijden, hij was nog geen vijftig jaar.’
‘Een paar jaar geleden heb ik voor Knack een groot dossier gemaakt over ‘Kerala nurses’, verpleegkundigen uit de Indiase staat Kerala die naar Vlaanderen werden gehaald via een heel merkwaardig arbeidsmigratiekanaal en hier aan een Vlaams diploma verpleegkunde geholpen werden om zo snel mogelijk in woonzorgcentra ingezet te worden. Daar is veel rond te doen geweest en dat heeft ook gevolgen gehad want de arbeidsinspectie heeft dat onder de loep genomen.’
Is er iets wat je absoluut nog wil doen?
‘Goh ja, ik heb ook al een aantal boeken geschreven. Trouwens: als je een dief van je eigen portefeuille wil zijn, moet je een boek schrijven. De jaren dat het financieel wat moeilijker was, waren niet toevallig de momenten dat ik het idee had gekregen om me in een boek te verliezen. Ik heb wel veel plezier gehad bij het maken van die boeken, want als freelancer hop je van het ene project naar het andere en af en toe had ik de behoefte om me wat langer in iets vast te bijten. Dat was trouwens ook het geval met de podcast ‘Het Fortuin Carlier’. Ik sluit niet uit dat ik dat opnieuw wil doen, zeker als ik nog eens zo’n goed verhaal vind. Maar als je de tijd die ik daarin gestoken heb, afzet tegenover wat ik daaraan verdiend heb, dan is dat peanuts. Iemand in een ander beroep komt daar zijn bed niet voor uit, maar dat moet je aanvaarden als je de stap zet naar freelance journalistiek. Je doet dat niet voor het geld, maar omdat het een fantastisch, gevarieerd beroep is waar je veel vrijheid in hebt en waar je je ei in kwijt kunt.’
Is die financiële onzekerheid het grootste nadeel?
‘Je moet daarmee om kunnen. Als je echt wakker ligt van financiële onzekerheid, doe het dan niet.’ (SVH)
Margot Cassiers
Studies: Master Geschiedenis (2010-2014), Master Conflict & Development (2014-2015), Postgraduaat Internationale Onderzoeksjournalistiek (2015-2016)
Werk: van 2019 tot 2024 werkte Margot bij Headline News Facilities Productions in Brussel als hoofd van een research- en productieteam voor internationale media in Brussel. Ze werkte o.m. voor de BBC, NOS, NPO, France 2, RTE, SVT, NRK, YLE, DPG, Nikkei, Factstory, Euronews, HRT, RTVS en Czech TV. Margot was in die periode ook de oprichter en projectmanager van Electi Facts, een project (gefinancierd door het European Media and Information Fund of EMIF) om de aanloop naar de Europese verkiezingen in 2024 te factchecken. Na een eerste periode in 2018 en 2019 is Margot sinds 2024 opnieuw aan de slag als freelancejournalist. Als freelancer heeft ze o.m. al gewerkt/geschreven voor VICE, EOS Tracé, Knack, AFP, Charlie, StampMedia, De Journalist en deed ze een Fonds Pascal Decroos-onderzoek voor Apache en rekto:verso.
Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Als kind droomde ik er al van om journalist te worden. Dat was toen al een vrij rationeel proces. Ik was met verhalen bezig, stelde graag vragen en ik wilde iets positiefs betekenen in de wereld. Dan leek journalist worden me een ideale oplossing. Op een gegeven moment was er in het parochiezaaltje van ons dorp in de Kempen ook een lezing van Rudi Vranckx. Dat vond ik geweldig boeiend en het stimuleerde die droom verder.
‘Aan de universiteit ben ik een Master Geschiedenis gaan doen omdat ik dacht dat dat een goede voorbereiding was op de journalistiek. Ik leerde er begrijpen hoe het verleden de wereld van vandaag beïnvloed heeft, maar ik kreeg er ook vakken als sociologie en economie. Intussen probeerde ik voor elk studentenmagazine dat ik tegenkwam te schrijven. In het begin was dat een leerproces, maar ik deed het graag en zo kon ik beter worden.
‘Mijn eerste job had niets met journalistiek te maken en ik heb daar na twee jaar ontslag genomen om freelancer te worden. Ik was toen 25 jaar en moest echt van nul beginnen. Het was ‘fake it till you make it’. Als je begint, moet je durven experimenteren en mensen durven vast te klampen, ook al is dat intimiderend op dat moment. Je moet ook een soort van ‘support system’ hebben van andere journalisten en van mensen aan wie je domme vragen kunt stellen. Toen ik startte, was ik bijvoorbeeld heel dankbaar dat de VVJ er was. Jullie hebben me onder meer een goede boekhouder aangeraden.’
Wat was je meest memorabele reportage of ervaring?
‘De leukste reportages zijn de onverwachte. Zo herinner ik me dat ik eens met mijn familie op vakantie was in Barcelona. Toen er in het centrum plotseling een gigantische betoging voorbijkwam, ben ik gewoon mee gestapt. Ik ben met mensen beginnen te babbelen en heb foto’s genomen. En zo is er een artikel ontstaan.
‘Op zulke momenten leer je ook je journalistieke neus aan te scherpen. Toen ik onlangs op weekend was in de Ardennen, zag ik daar bij de bakker twee gratis krantjes liggen. Dan denk ik meteen: die neem ik mee, want wie weet staat daar een leuk idee in.
‘Op die manier ben je jezelf als journalist constant aan het uitdagen en aan het verrijken met verschillende perspectieven.’
Kan je dan eigenlijk nog loskoppelen als
freelancejournalist?
‘Ik heb weleens een periode gehad dat ik dacht: wil ik dit
nog wel? Ik heb toen eventjes de knop uitgezet. Om te zien of het nog kriebelde
ben ik na een tijdje naar een conferentie over onderzoeksjournalistiek in Riga
gegaan. En natuurlijk vond ik dat fantastisch en heel inspirerend. Tijdens de
pauze had ik er ook heel fijne gesprekken met andere journalisten.
‘Maar om gemotiveerd te blijven, is zelfzorg heel belangrijk
als freelancejournalist. Je moet voor jezelf mechanismen opbouwen waardoor je
op een bepaalde manier afstand kan nemen. Wat voor mij heel concreet helpt, is
af en toe gaan lopen. Gewoon je loopschoenen aan en de natuur in.’
Wat vind je het lastigst aan het leven als freelancer?
‘De onzekerheid. Er zijn periodes waarin het werk vanzelf binnenkomt, maar ook momenten waarop je je afvraagt wat je de volgende week gaat doen. Je moet constant schakelen tussen verschillende opdrachten en blijven netwerken om nieuwe kansen te creëren. Bovendien is er de administratieve kant: als freelancer ben je niet alleen journalist, maar ook je eigen boekhouder, onderhandelaar en planner.’
Wat staat er nog op je verlanglijstje in je carrière?
‘Op dat vlak zit ik een beetje in een luxepositie omdat ik op tien jaar tijd al heel veel verschillende zaken heb kunnen doen. Maar ik denk dat er nog veel meer mogelijk is op het vlak van milieujournalistiek en ik zou het fijn vinden om me daar verder in te verdiepen. Het thema milieu zal de komende jaren ook steeds belangrijker worden.’
Stel dat de VRT een klimaatjournalist zou aanwerven, vast in dienst. Zeg je dan meteen ‘ja’ of houd je toch vast aan je freelancestatuut?
‘Dan blijf ik toch liever freelancer. Want wat ik daar fijn aan vind – en dat is natuurlijk een cliché – is de vrijheid. Zo heb ik het bijvoorbeeld al meegemaakt dat ik bepaalde opdrachten niet aanvaard heb omdat ik ze deontologisch niet zuiver vond. Als freelancer kan je dat gemakkelijker zeggen: hier voel ik me niet goed bij, dus dat ga ik niet doen.’
Wat zijn jouw tips voor freelancejournalisten?
‘1: Zorg dat je een stabiele financiële basis hebt. Zoek een goede boekhouder.
2: Er zijn geen domme vragen, praat met mensen. Zorg bijvoorbeeld dat je een netwerk van bevriende journalisten hebt bij je terecht kunt als je een vraag hebt. Ik heb altijd ondervonden dat er enorm veel solidariteit is tussen journalisten.
3: Kom uit je schulp. Grijp de kansen om naar plekken te gaan om er met mensen te babbelen. Durf ook nieuwe media aan te spreken.
4: Probeer vaste opdrachtgevers te hebben, want dat geeft je mentale rust. Zo ben je zeker dat je werk hebt dat terugkeert.
5: Steun, langs de andere kant, ook niet te veel op bepaalde opdrachtgevers. Diversifieer je opdrachten.
6: Zoek je eigen stem. Er is geen heiligmakende manier om een goede journalist te zijn. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat sociale media enorm belangrijk zijn voor journalisten, maar ik heb daar slechte ervaringen mee gehad, onder andere doodsbedreigingen en seksuele intimidatie (zoals zoveel vrouwelijke journalisten helaas). Dus ik word er gelukkiger van als ik geen sociale media heb. Ik heb enkel een LinkedIn-pagina. En dat werkt prima voor mij.
7: Probeer je zoveel mogelijk bij te scholen.
8: Deze tip geldt vooral voor jonge journalisten: neem je telefoon en bel! Je krijgt zoveel meer informatie als je belt, of het nu naar een woordvoerder is of naar de redactie voor wie je werkt.’ (YE/SVH)
Gerlinde De Bruycker
Studies: licentiaat Communicatiewetenschappen (2002-2006), master Bedrijfseconomie (2006-2007), master Journalistiek (2007-2008)
Werk: werkt als zelfstandig eindredacteur voor Het Laatste Nieuws. Was tussen 2008 en 2014 journalist bij Metro. Schreef ook bijdrages voor Weekend Knack, Nina, De Zondag, Goesting Magazine, Running.be Magazine, VAB Magazine, Flair, Steps en Visie. Werkt daarnaast als copywriter en schreef 2 jeugdboeken.

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Ik ben na mijn studies meteen begonnen bij de gratis krant Metro, waar ik in een journalistiek bad belandde. We waren met een kleine redactie en deden daar eigenlijk alles, van het nieuws selecteren tot schrijven, foto’s kiezen en eindredactie. Dat was een fantastische leerschool, en veel mensen van toen zitten nog altijd in de journalistiek. Na 6 jaar in loondienst voelde ik plots sterk aan dat ik mijn eigen baas wou worden en mijn werkleven zelf wou kunnen samenstellen. Ik had toen ook net een eerste jeugdboek uitgebracht, en het was mijn droom om één dag per week aan een boek te werken, en de rest als journalist. Het was best eng om de sprong naar freelancer te wagen, zeker omdat ik gewend was aan een vast bediendenloon elke maand, maar ik heb me heel goed voorbereid.’
Hoe heb je dat gedaan?
‘Ik heb een portfolio samengesteld, en dan heel veel mails gestuurd naar redacties. Dat heeft geloond, en zo ben ik tien jaar aan de slag geweest als freelance journalist en copywriter voor verschillende opdrachtgevers. Sinds begin dit jaar ben ik 3 vaste dagen per week als zelfstandige aan de slag als eindredacteur bij Het Laatste Nieuws. Dat zijn intense werkdagen, maar het doet deugd om weer midden in de actie en de actualiteit te zitten. Ik wist niet dat ik het kranten maken zo gemist had.’
Ligt het ritme van een freelancer jou beter dan dat van een werknemer in loondienst?
‘Bij Metro werkten we elke dag keihard tegen de deadline, en die werkstress was ergens wel goed voor mij. Ik heb als freelancer altijd volledig van thuis gewerkt, en daar was de verleiding groter om het allemaal wat meer uit te spreiden over de dag én de avond. Daardoor stopte het eigenlijk nooit en was ik in mijn hoofd altijd wel met mijn werk bezig. In die zin is de vrijheid van een freelancer toch vooral een mentaal gegeven: de wetenschap dat je vrij bent, terwijl je in de praktijk heel vaak met je werk bezig bent en voor meerdere bazen werkt, die je ook allemaal waar voor hun geld wil geven. Ik merk nu bij Het Laatste Nieuws ook dat het strakke tijdskader me deugd doet, omdat het werk op een bepaald moment afgerond is. Ik vind het ook fijn om weer aan een bedrijf verbonden te zijn, om collega’s te hebben, naar een teambuilding te gaan. Dat heb je veel minder als thuiswerkende freelancer.’
Maar toch heb je er niet voor gekozen om in loondienst te gaan werken?
‘Ik denk dat ik een freelancer in hart en nieren ben, want ik vind die vrijheid toch wel belangrijk. Je bent wat flexibeler in welke kant je carrièregewijs op wil. Nu, de eerste 8 jaar heb ik het leven op een werkvloer totaal niet gemist. Ik ging nog vaak de deur uit voor interviews en opdrachten. De laatste 2 jaar deed ik meer copywriting van thuis uit, en merkte ik soms wel dat mijn wereldje wat klein aan het worden was. Toen groeide het besef dat ik wel weer graag enkele dagen per week naar kantoor wilde gaan.’
Vind je het fijn om ook bezig te zijn met alles wat er bij het freelancestatuut komt kijken?
‘Ik ben nogal administratief aangelegd, dus ik vind het geen vervelend karwei om met boekhouding of auteursrechten bezig te zijn, nee. (lacht) Als freelancer bén je het bedrijf, dus je kan je nergens achter verschuilen. Dat maakt ook dat je snel en behendig kan werken. Ik denk daarom ook dat het voor een werkgever dankbaar is om met freelancers te werken, want die hebben als ‘uithangbord van zichzelf’ al een eergevoel en doorzettingsvermogen. Ze gaan hun opdracht zo goed mogelijk willen doen.’
Welk advies wil jij meegeven aan beginnende freelancejournalisten?
‘Wees niet bang om een mailtje te sturen naar een redactie, zelfs niet naar het magazine of de krant van je dromen. Die mail hoeft geen lang epistel te zijn, want zo krijgen journalisten er al honderden per dag en die worden toch niet gelezen. Hoe eenvoudiger, hoe meer kans op respons, dat heb ik zelf ook gemerkt. Stel jezelf gewoon kort en krachtig voor in de mail en voeg een paar artikels toe als bijlage of verwijs naar een link met je online portfolio. Je bent je eigen PR-bureau, en er is niets mis mee om trots uit te pakken met wat je al gedaan hebt. Aarzel daarnaast niet om eens met een collega-freelancer een koffie te gaan drinken, om bijvoorbeeld advies te vragen over tarieven. Het is goed om zo’n dingen bij elkaar af te toetsen. Ik denk niet dat er veel freelancers zijn die nee zullen zeggen op de koffie-vraag. Ik heb zelf ook al vaak advies gekregen van – en gegeven aan – andere freelancers.’
Heb je nog een droomproject dat je zeker wil verwezenlijken?
‘Ik wil graag weer de tijd nemen om een derde kinderboek te schrijven, want dat vind ik het leukste dat er is. Er rijpt nu in mijn hoofd een idee voor een nieuw verhaal. Voor het geld moet je geen jeugdboeken schrijven, wel om kinderen te doen lezen en 100 procent een creatie van jezelf te hebben. Ik krijg nog altijd mailtjes en reacties van kinderen die mijn vorige boek ‘De appelflop’ hebben gelezen, dat is zalig. Het mooiste moment van mijn tienjarige carrière als freelancer? Dat was die week dat ik aan zee zat om dat boek af te werken en het hele verhaal als een puzzel in elkaar viel. Zoiets kan je dus doen als zelfstandige, en die ruimte moet je jezelf ook durven geven.’ (HD)
(foto: Rosine Pittevils)
Pascal Verbeken
Studies: Germaanse filologie Nederlands-Engels (Universiteit Gent)
Werk: journalist voor onder andere De Morgen, De Standaard en Wilfried. Publiceerde boeken als ‘Arm Wallonië’, ‘Grand Central Belge’ en ‘Brutopia’, en houdt lezingen en geeft rondleidingen rond deze thema’s. Werkte ook mee als scenarist aan documentaires voor Canvas en de RTBF. Begon zijn loopbaan als freelancejournalist bij De Gentenaar, en werkte later lange tijd op de redacties van De Standaard en daarna Humo.
Hoe ben je in de journalistiek terecht gekomen?
‘Aan de universiteit schreef ik al voor enkele studentenbladen. Ik zat er in een vruchtbare omgeving, met een heel clubje van mensen die later allemaal in de media terecht zijn gekomen, zoals Filip Rogiers, Mieke Strynckx, Sander Van den Broecke, Karl Van den Broeck, Veerle Windels en Marc Van Springel. Na mijn legerdienst, eind jaren 80, kon ik voltijds aan de slag in het onderwijs, maar vroeg De Gentenaar me ook om voor hen te freelancen. Overdag gaf ik les, schrijven deed ik ’s avonds en ’s nachts. Als twintiger kan je soms nog functioneren met 3 uur slaap per nacht. Voor de krant kwam ik in de meest uiteenlopende milieus terecht: ik maakte reportages over duivenmelkersverenigingen die hun 50ste verjaardag vierden, schreef een reeks van paginagrote stukken over de Joodse gemeenschap in Gent en maakte lange interviews met dichters. Als je dat vandaag bij een regionale krant zou gaan voorstellen, dan gooien ze je uit het raam, maar toen kon dat nog. Beide stielen waren echt een leerschool voor mij, temeer omdat journalistieke opleidingen toen nog niet bestonden in België. Na 5 jaar voor de klas ben ik dan voltijds freelancejournalist geworden, onder andere voor Knack en De Standaard.’
Heb je altijd als freelancer gewerkt?
‘Op een bepaald moment ben ik bij De Standaard in loondienst gegaan, en daarna bij Humo. Een carrièreplan heb ik nooit gehad, maar achteraf bekeken heb ik wel steeds op het juiste moment geschakeld, naargelang de omstandigheden van het moment. Wanneer je een huis begint af te betalen en verantwoordelijk wordt voor kinderen, is het verstandig om onder dak te zijn bij een stabiel, degelijk medium. Aan het begin en het einde van je carrière kan je dan meer een vrije vogel zijn.’
Die vrije vogel werd je weer als schrijver van boeken?
‘In 2005 maakte ik voor Humo een reeks over Vlamingen in Wallonië. Dat was de kiem van mijn boek ‘Arm Wallonië’. Om dat boek te schrijven had ik 8 maanden loopbaanonderbreking genomen. Voor de opvolger, ‘Grand Central Belge’ deed ik hetzelfde en heb ik ook mijn vaderschapsverlof opgesoupeerd. Toen moest ik klare wijn gaan schenken, zowel tegenover mezelf als mijn werkgever, en daarom heb ik in 2011 weer voor de freelancerij gekozen. Ondertussen zit ik aan 7 boeken, en ik heb het me nooit beklaagd. De laatste 10 à 15 jaar is het op veel redacties onrustig en onzeker geweest omdat de verkoopcijfers onder druk staan.’
Hoe houd je je kassa gezond tijdens het lange schrijven en schaven aan een journalistiek boek?
‘Het is een eenzame mars, maar het is niet zo dat er tijdens dat hele proces geen cent binnenkomt. Je kan bijvoorbeeld subsidies krijgen bij het Fonds Pascal Decroos, of bij het Vlaams Fonds der Letteren, dat non-fictie erkent als genre als er ook een literair-narratieve kwaliteit aanwezig is. Je moet dat allemaal wel opbouwen, natuurlijk. Als je nog nooit een boek geschreven hebt, ga je ook niet meteen fatsoenlijke subsidiesommen krijgen. Er zijn ook inkomsten uit royalties, lezingen, SABAM, verkoop van audiovisuele rechten en eenmalige projecten – mijn reisboek ‘Tranzyt Antverpia’ was een opdracht van de stad Antwerpen. Van de meeste van mijn boeken heeft daarnaast ook een reeks in de krant gestaan, wat ook een inkomstenbron is. Ik doe ook vertelwandelingen, de laatste tijd vooral in Charleroi (naar aanleiding van zijn recentste boek ‘Mijn Charleroi. Een gids voor ontdekkingsreizigers’, red.). Als freelancer moet je een aantal verschillende sporen open houden, want de onzekerheid blijft het moeilijkste. Er moet maar ergens op een redactie een nieuwe chef komen, en je kan al in de problemen komen met je leveringen. Nog een tip: zoek een goede boekhouder met kennis van auteursrecht.’
Maar je kan uiteindelijk wel leven met die zakelijke onzekerheid?
‘Ik ken geen enkele journalist die er rijk van geworden is. Zelfs Joseph Roth en George Orwell, toch van de grootsten aller tijden, hebben een leven lang moeten knokken. Maar ik ken anderzijds ook geen enkele kassierster, wegenwerker of postbode die rijk geworden is van zijn baan. Zonder klef te willen klinken, maakt de journalistiek je wel op een andere manier rijk: het geeft je een inzicht in de mensen en de wereld, je komt op veel plekken, in veel milieus. Dat mag je niet onderschatten.’
Wat raad je een jonge journalist aan die de stap als zelfstandige waagt?
‘Er is veel negativisme en cynisme, maar ik zou zeggen: luister niet te veel naar al die sombere mannen die in de journalistiek rondlopen. Investeer je energie liever in het leren van interessante voorbeelden. Als je als 22-jarige gaat klagen dat je niet veel gaat verdienen en een onzeker leven gaat leiden, dan zoek je beter iets anders. Ga aan de slag, bouw iets op en zie waar je uitkomt. En als je er geen trek meer in hebt, dan is het ook helemaal geen schande om ermee te stoppen. Ik weet wel dat het geen gouden tijden zijn in de Vlaamse media, maar voor jonge mensen die er iets van willen maken, kan het nog altijd.’
Heb je concrete tips?
‘Ik stak zelf veel tijd in het demonteren van boeken van andere journalistieke schrijvers. Hoe zit hun werk technisch in elkaar? Wat is het vertelperspectief? Hoe ligt de verhouding tussen sfeerschepping, interviews en andere informatie? Een ander concreet advies: zorg ervoor dat je altijd wel ergens een reeks of een vaste rubriek hebt lopen, want dan heb je toch al elke week een vaste levering. In De Standaard der Letteren interviewde ik een tijdlang elke week een oude schrijver over zijn debuut. Dat was ook op persoonlijk vlak uiterst boeiend.’
Wat zit er de komende jaren nog in de pijplijn?
‘Ik heb nog nooit een blik geworpen op MyPension. Hier ligt nog een lijst met een 15-tal onderwerpen. Mijn leven zal hoe dan ook te kort zijn om ze allemaal aan te pakken, maar ik kachel gewoon door en we zien het wel. Ik ben nu weer bezig aan een boek, en werk ook aan een documentaire.’ (HD)
(foto: Jelle Vermeersch)
Katrien Boon
Studies: Archeologie aan de KU Leuven (1995-1999), Master in de Journalistiek aan VLEKHO in Brussel (1998-1999)
Werk: werkt als audiomaker voor de VRT, voor de dagelijkse nieuwspodcast ‘Het Kwartier’. Was voordien van 2000 tot en met 2022 bij de VRT in loondienst aan de slag bij verschillende nationale en regionale radioredacties, zowel als verslaggever en presentator als in coördinerende rollen.

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Ik werkte als archeoloog in een museum – een vreselijke job – toen ik op een prikbord een simpel briefje zag hangen waarop stond dat Radio 2 op zoek was naar nieuwe stemmen. Zo belandde ik bij de VRT, waar ik nu al 25 jaar zit. Ik heb 12 jaar op de regionale redactie van Radio 2 gezeten, voor Vlaams-Brabant en Brussel. Toen de aparte nieuwsuitzendingen voor Studio Brussel en MNM werden opgestart, ben ik dan naar de Reyerslaan verhuisd. Ik heb 3 jaar het nieuws op StuBru gepresenteerd, en heb veel eindredactie en verschillende coördinerende functies gehad, tot begin 2022. Dat was steeds in dienstverband.’
En toen werd je freelancer, voor hetzelfde huis. Waarom zette je die stap?
‘Tijdens de covidperiode was het hier echt een gekkenhuis. De eerste 3 maanden waren wij de held, omdat we de bevolking informeerden, en daarna waren we de risee. We moesten heel veel ballen in de lucht houden, en het was heel vermoeiend communiceren, met veel online meetings. In de zomer van 2021 kwam daar nog de grote wateroverlast in Wallonië bovenop. Ik was toen coördinator van de binnenlandredactie, en we hebben die dagen superhard gewerkt met een kleine bezetting. Wat ik heel graag doe, maar achteraf heeft die hele periode zich toch wat gewroken. Ik begon af te haken, en merkte dat sommige dingen me echt niet meer konden schelen. Toen ik daarna in september terugkwam na 3 weken vakantie voelde ik ook dat ik niet uitgerust was en geen goesting had. Toen begon ik me af te vragen of dat constante en allesverterende nieuws nog wel iets voor mij was, of de VRT nog wel mijn plek was, en heb ik een sabbatperiode van een half jaar ingelast om te onderzoeken wat ik met de rest van mijn carrière wou doen. Ik wou meer vat krijgen op wat ik deed en op de tijd die ik erin stak. Ik wist dat de VRT zat te broeden op een dagelijkse nieuwspodcast, die later ‘Het Kwartier’ gedoopt werd, en ik ben daarop gesprongen. Ik heb steeds een overeenkomst als freelancer voor een jaar, en ik werk in een ritme van week om week. Zo’n opdracht is natuurlijk een enorme luxe, want je hebt telkens zekerheid voor een jaar, waarrond je dan kan freewheelen. Ik besef dat dat een luxe is die niet elke freelancer heeft.’
Dat freewheelen, waaruit bestaat dat dan voor jou?
‘Ik ben daarnaast al heel lang reisbegeleider. Vroeger deed ik dat vrijwillig, tijdens mijn betaald verlof, maar als freelancer kan ik het ook als job doen. Je verdient er nauwelijks wat aan, maar het wel is iets dat me heel veel energie geeft. En met mijn statuut kan ik zo 5 à 6 weken per jaar inplannen. Ik heb 15 jaar enkel reizen naar Griekenland gedaan, maar nu is Denemarken en Zweden mijn voornaamste actieterrein. Er zijn overeenkomsten met de journalistiek, want je moet informatie overbrengen op een manier die boeit. Daarnaast geef ik ook mediatraining aan wetenschappers van de KU Leuven. Ik vind het supertof om hen te helpen om hun boodschap over brengen.’
Ben je blij dat je de stap naar het zelfstandigenbestaan gezet hebt?
‘Elke dag opnieuw. In het begin vond ik het wel wat eng, want ik wist niets af van facturen of van een boekhouding. Maar ik had tijd om het allemaal uit te zoeken en heb de sprong gewaagd. Het is een omgekeerde beweging, want bij de VRT zijn er net veel mensen die beginnen als freelancer en dromen van een vast contract. Laten we wel wezen: een job bij de VRT is een mooie job, met een goed inkomen en een aantal heel mooie bijkomende voordelen. Die heb ik niet meer, en ik verdien nu ook minder dan vroeger. Maar ik kan wel mijn leven zelf plannen en de dingen doen die ik wil. Ik heb een bedrijf, en er is de VRT, en die 2 bedrijven communiceren met elkaar. Ook dat geeft me het gevoel dat ik er persoonlijk minder door in beslag word genomen.’
Anders dan de meerderheid van de freelancejournalisten heb je geen eenmanszaak, maar een vennootschap. Waarom die keuze?
‘Ik kende er niets van, maar boekhouders zeiden me dat dat vanaf een bepaalde maandomzet fiscaal interessanter is. Daarnaast vind ik het veiliger. In een eenmanszaak ben jij en de bedrijfsactiviteit één en dezelfde persoon, terwijl je in een vennootschapsvorm los staat van het bedrijf. En dus ben ik nu zaakvoerder, wat ik ook wel cool vind. Je mag geen schrik van hebben van dat zakelijke aspect, maar het is wel belangrijk je goed te laten adviseren. Op de website van Unizo staan bijvoorbeeld massa’s how to-video’s, en ik heb die allemaal bekeken. Ik vind dat superinteressant.’
Heb je nog andere tips voor beginnende freelancejournalisten?
‘Blijf dicht bij jezelf. Het is verleidelijk om te gaan schieten op alles wat beweegt, maar dat ik niet noodzakelijk goed voor je. Er zijn zoveel opties en mogelijkheden, en voor je het weet neem je alles aan en doe je werk waarbij je je afvraagt waar je mee bezig bent. Je weet wat je graag doet, waar je goed in bent en waar je energie uit haalt, en daar blijf je beter bij. Je moet soms kunnen zeggen: dit doe ik niet. Nu, ik besef dat ik ondertussen voldoende anciënniteit heb om dat te kunnen doen, en dat dat voor een 23-jarige minder evident is. Daarom ook vind ik het zo jammer dat jonge journalisten tegenwoordig soms tegen wil en dank in dat statuut gedreven worden, en zou je zelf een pad moeten kunnen uitstippelen, of dat nu in dienstverband is of als freelancer.’ (HD)
(foto: VRT)
Lander Deweer
Studies: Geschiedenis (Universiteit Gent), master-na-master Journalistiek (Erasmus Hogeschool Brussel
Werk: journalist voor onder andere De Morgen, Bahamontes, Focus Knack en Fwiet. Publiceerde boeken als ‘De nieuwe stilte’ en ‘De vergeten voettocht van Vincent van Gogh’. Stond mee aan de wieg van het tijdschrift Reveil en het verdwenen voetbalblad Puskas. Maakt de podcast ‘A Moment of Clarity’. Begon zijn loopbaan in vaste dienst bij De Morgen.
Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Tijdens mijn studie Journalistiek liep ik stage bij De Morgen. Kort voordien was er een jammerlijk collectief ontslag gebeurd, en ze hadden jonge en goedkope mensen nodig. Ik was 24 jaar en kon aan de slag op de nieuwsredactie. Een jaar later heb ik mijn ontslag ingediend en ben ik met de rugzak naar Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika getrokken, maar daarna mocht ik terugkomen, opnieuw in loondienst. Een tiental jaar geleden, in 2014, ben ik freelancer geworden.’
Waarom zette je die stap?
‘Ik deed het vooral om weg te zijn van de vergaderingen, vrijer te zijn in de keuze van mijn onderwerpen en op een bredere manier journalistiek te bedrijven. Ik heb een heel brede interesse en schrijf over vanalles en nog wat, zowel cultuur en sport als maatschappelijke thema’s, eigenlijk allesbehalve politiek en economie. Het is een voordeel als freelancer dat je vanuit een persoonlijke interesse kan vertrekken. Vorige week heb ik bijvoorbeeld een artikel geschreven over La Louvière, over de stad en de streek, naar aanleiding van de promotie van de voetbalploeg naar eerste klasse, en over een kerk in de Westhoek die zijn toren openstelt voor het publiek. Voor Bahamontes heb ik bijvoorbeeld de Mont Ventoux beklommen en daar een reportage over geschreven. Af en toe spit ik een onderwerp wat dieper uit in een boek. Ik heb er een geschreven over stilte, over het syndroom van Gilles de la Tourette, over een vergeten voettocht van Vincent van Gogh, over de borstkanker van mijn vriendin. Ik schrijf dus over heel uiteenlopende thema’s, eigenlijk over wat er op mijn pad komt in het leven.’
Komen die ideeën doorlopend, of moet je af en toe gaan zitten om te brainstormen met jezelf?
‘Soms komt dat tijdens het lopen of fietsen, soms wanneer ik iets aan het lezen ben. Soms zijn dat er 10 op een dag, en dan soms weer 10 dagen niets. Op zo’n moment panikeer ik weleens, maar dan moet je erop vertrouwen dat er altijd wel weer wat komt. Je moet je ideeën leren herkennen en meteen vastpakken, want soms ben je het na 5 minuten alweer vergeten. Vroeger lachte ik mijn eigen ideeën vaak weg, omdat ik dacht dat het toch niemand zou interesseren, maar dat is veranderd met het ouder worden. Hoe langer je meedraait, hoe meer mensen je kent, en je moet het ook gewoon durven om iemand een voorstel te doen. Soms is die drempel wat hoger, maar eigenlijk is het niet meer dan een mailtje sturen, en als er interesse is, dan volgt het antwoord snel. ‘
Heb je altijd op voorhand een afnemer voor een stuk, of maak je ook weleens iets ‘op eigen kosten’, om het dan later aan de man te brengen?
‘Soms, maar voor 95% van mijn stukken heb ik op voorhand een afnemer. Bij een boek is het anders: ik begin eraan uit interesse, en pas later contacteer ik een uitgeverij. Momenteel werk ik aan een boek over een man die me al jaren inspireert, Jan Knippenberg, een ultraloper en geschiedenisleraar die op Texel heeft gewoond en een zeer avontuurlijk leven heeft geleid. Het zat al lang in mijn hoofd en ik ben blij dat ik er nu mee bezig ben. Het vraagt wel discipline om daar met regelmaat aan te werken en het vertrouwen te behouden dat het uiteindelijk iets gaat worden. Zoiets is een lang proces met veel twijfel, en veel momenten waarop je de mogelijkheid hebt om alles in de vuilbak te gooien en ermee te stoppen.’
Doe je steeds losse bijdragen en projecten, of heb je ook terugkerende rubrieken, die deels voor een vast inkomen zorgen?
‘Ik werk voor De Morgen mee aan de vaste rubriek ‘Blik op België’, samen met een hele pool aan journalisten. Wanneer ik tijd en zin heb, dan daar altijd ruimte daar. Meestal keuren zij mijn voorstellen goed en kan ik ze snel maken. Ik maak daarnaast af en toe interviews voor het magazine van de bibliotheek van Brugge. En ik heb ook een podcast met 2 vrienden, ‘A Moment of Clarity’. Het zijn geen vetpotten, maar het brengt allemaal wel een beetje geld in het laatje.’
Je hebt ook een eigen tijdschfift opgericht, ‘Reveil’. Hoe ging dat?
‘Mijn redenering was: als er tijdschriften bestaan over vogels of over de koers, zoals Fwiet en Bahamontes, waarom zou er dan geen over het leven en de dood kunnen bestaan, iets wat ons allemaal aangaat? Ik heb het jaarlijkse tijdschrift Reveil samen met de gelijknamige vzw opgericht, en was 3 jaar hoofdredacteur. Zelf heb ik er geen geld in geïnvesteerd, maar wel veel tijd, want ik heb voor de opstart ook actief mee naar geldschieters gezocht. Het is leuk om aan zoiets mee te werken, maar als je gaat uitrekenen hoeveel tijd je erin geïnvesteerd hebt, dan is dat eigenlijk niet te betalen. Als freelancer klop je veel onbetaalde uren, want er kruipt veel tijd in het voorbereiden, inlezen en rondbellen. Als je dat gaat vergelijken met een advokaat of boekhouder, die elk telefoontje of mail een doorfactureert, dan is dat toch een andere categorie.’
Welke goede raad kan je nog meegeven aan collega-freelancers?
‘Ga af en toe wandelen of fietsen, zeker wanneer je vast zit of het even allemaal niet meer ziet. Als freelancer heb je daar de ruimte voor. Lees veel kranten en boeken, want dan komen er altijd wel ideeën en kan je je echt verdiepen in een onderwerp. En hou je ogen en oren open in je eigen omgeving, want in een schijnbaar klein verhaal van een buur, vriend of familielid zit soms weleens een mooi artikel. Het moet niet noodzakelijk over de oorlog in Oekraïne gaan.’ (HD)
(foto: Jonas Lampens)
Layla Aerts
Studies: Master in de Beeldende Kunsten (Sint-Lucas Brussel)
Werk: werkt voor media als Knack, De Standaard, EOS, MO Magazine en NRC Handelsblad, en voor ngo’s als Child Focus, Welzijnszorg, Woonzorg en 11.11.11. Voert ook langere en meer artistieke opdrachten uit voor diverse culturele instellingen. Begon haar loopbaan met een korte proefperiode bij De Morgen.
Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?
‘Mijn tante, Lieve Colruyt, die vorig jaar overleed, was fotojournalist bij De Morgen en mijn grote voorbeeld. Als 14-jarige wist ik al dat ik hetzelfde wou doen. Voor mijn eerste opdracht in het middelbaar portretteerde ik niet mijn medestudenten, zoals gebruikelijk was, maar portretteerde en interviewde ik 3 dakloze mannen die ik leerde kennen in het Noordstation. Die interesse in armoede en migratie was er van in het begin al. Nadat ik was afgestudeerd, heb ik gedurende een korte proefperiode bij De Morgen gewerkt, waarna ik besloot om freelancer te worden. Het eerste jaar heb ik heel veel reportages gemaakt en kranten, magazines, fotoagentschappen, en ngo’s quasi gestalkt. Ik deed mee aan allerlei wedstrijden en vroeg overal subsidies aan, om toch wat budget bij elkaar te vinden. Ik ben ook met mijn foto’s naar andere fotografen gestapt, zoals Carl De Keyzer en Michiel Hendryckx, om raad te vragen, en organiseerde tentoonstellingen van mijn eigen werk. Na een jaar had ik stilaan wat naam gemaakt voor mezelf en ben ik beginnen publiceren in Knack, De Standaard, EOS, MO Magazine en NRC Handelsblad. Voor hen ga ik vaak naar het buitenland en dat combineer ik dan met werk voor ngo’s. Zo wordt het haalbaar, want met één opdrachtgever kan je de reiskosten niet dekken. Voor Dokters van de Wereld ben ik bijvoorbeeld naar Lesbos geweest, en ik werkte er ook voor NRC Handelsblad. Dat is voor iedereen een win-winsituatie.’
Dus het is steeds zaak om die puzzel juist te leggen?
‘Ja, soms begint het bij een ngo, soms bij een medium, en dan is één van de twee de aanzet. Ik werk daarnaast in België ook voor veel sociale organisaties, zoals Child Focus, Welzijnszorg, Woonzorg, altijd rond armoede en migratie. En ik doe ook artistiek werk, zoals tentoonstellingen voor het Museum Dr. Guislain over Oekraïne en Polen, of voor Le Grand Hornu over migratie in de Borinage. Dat zijn toffe opdrachten, en je kan er ook langer aan werken, maar het is niet eenvoudig om die binnen te halen. Onlangs deed ik zo een opdracht voor het Red Star Line-museum over vluchtelingen die als slaven gebruikt worden in de fruitpluk in Calabrië, in het zuiden van Italië. Dat is volledig misgelopen. Ik werd er bedreigd door de maffia en ben nog dezelfde dag terug naar huis gevlogen. Daarvan ben ik enkele maanden buiten strijd geweest, dus ik doe nu even iets minder zware onderwerpen, zoals wetenschappelijk onderzoek, ecologie en toerisme.’
Vanwaar de fascinatie voor onderwerpen als armoede en migratie?
‘In de media worden mensen vaak gedefinieerd door hun probleem, maar ik wil de menselijkheid en de waardigheid daarachter tonen door er de mooie momenten uit te halen. Als je zoveel problemen hebt in je leven zijn die kleine momenten heel intens en waardevol. In mijn werk is esthetiek ook heel belangrijk, en ik denk dat je door die schoonheid mensen kan engageren voor iets dat niet tot hun leefwereld behoort. Niet door te choqueren of medelijden te wekken, maar door empathie, fascinatie en bewondering. Ik geloof daarin.’
Kan je er goed van leven?
‘Ik haal redelijk veel inkomsten uit mijn archief. Ik zit nu 3 maanden thuis met een blessure, en verkoop nu vooral werk uit mijn archief. Ik heb een zeer groot archief rond armoede en behoud voor bijna elke opdracht mijn auteursrecht. Ondertussen kent iedereen die rond dezelfde thema’s werkt mij wel, en als je in iets gespecialiseerd bent, kan je actief de markt op gaan.’
Welke goede raad zou je geven aan collega-freelancers?
‘Hou contact met collega’s. Want de vrijheid is fantastisch, maar het is ook eenzaam. Zeker als je heel zware thema’s behandelt, moet je erover waken dat je emmer niet te vol geraakt. Vroeger gingen wij nog langs op de redacties waarvoor we werkten, maar dat gebeurt niet meer en ze zitten er ook niet te wachten op bezoek. Je blijft dus alleen met je gevoelens, en je gaat daarmee ook niet naar iemand die je alleen via e-mail kent. Ik had daar vroeger te weinig oog voor. In de vluchtelingencrisis in 2015 was ik in Hongarije toen de grenshekken gesloten werden. Ik fotografeerde er 2 kinderen die gescheiden werden van hun familie en in tranen wegliepen. Dat was zeer emotioneel, en toen ben ik ook enkele maanden gestopt met zware thema’s. Toen had ik eigenlijk psychologische ondersteuning moeten zoeken. Je moet goed aanvoelen wat je aankan. Want als je naar een opdracht vertrekt en je kan het niet aan, is het niet gezond.’ (HD)
Journalistenloket
Zennestraat 21
1000 Brussel
info@journalistenloket.be
02 777 08 40

