Eisenplatform

Om ieders belang, zeker bij freelancers, veilig te stellen maakte de VVJ een eisenplatform gericht aan uitgevers, de erkenningscommissie en de overheid.

  1. Elke freelancer heeft recht op een duidelijk, geschreven en individueel onderhandeld contract. Tijdens de onderhandelingen over dat contract moet de freelancer als een volwaardige zakenpartner worden behandeld. De VVJ ontwierp een contractmodel dat de rechten van beide contractpartijen respecteert (zie www.journalistenloket.be). Warme omroep om er gebruik van te maken!
  2. De uitgever sluit schijnzelfstandigheid uit. Een freelancer staat per definitie niet onder het gezag van de uitgever, is volledig vrij opdrachten te aanvaarden of te weigeren en bepaalt zelf wanneer hij/zij werkt. Een eventueel concurrentiebeding mag het vrije ondernemerschap niet belemmeren. De freelancer die economisch volledig afhankelijk is van een uitgever, maakt aanspraak op een arbeidsovereenkomst.
  3. Freelancers hebben het recht zich te verenigen om hun belangen te verdedigen. Ze zouden, al dan niet ondersteund door de VVJ, moeten kunnen collectieve overeenkomsten nastreven en ondertekenen. In het verlengde daarvan ijvert de VVJ voor de opname van een freelancer in de redactieraad en regelmatige momenten van samenkomst voor zelfstandigen per mediabedrijf én redactie.
  4. De tarieven die uitgevers hun freelancers betalen, moeten correct zijn. Ze moeten de freelancer in staat stellen een duurzame carrière in de journalistiek uit te bouwen en hoger liggen dan wat een loontrekkende collega-journalist die hetzelfde werk doet wordt betaald. Bovendien moeten ze elk jaar geïndexeerd worden, ook het leven wordt elk jaar duurder. Deze eis klinkt nog luider in volle coronacrisis die een zware opdoffer was voor heel wat freelancejournalisten. Voor de indexeringsmaatregelen kan er inspiratie worden opgedaan bij de relevante paritaire comités van toepassing op de weddetrekkende collega’s. Voor de start van de opdracht moet schriftelijk vaststaan hoeveel de opdracht wordt vergoed en hoe de vergoeding wordt berekend. VVJ stelde in 2019 een bundel met praktijktarieven samen voor de printmedia, tv & radio alsook online only media. We roepen op om niet onder de voorgestelde tarieven te gaan.
  5. Een werk dat in opdracht is geleverd, moet worden betaald zoals afgesproken, ongeacht of de uitgever het werk al dan niet (volledig) gebruikt. De betaling gebeurt bij voorkeur binnen de 15 dagen en uiterlijk 30 kalenderdagen na ontvangst van de ereloonnota of factuur zoals ook de wet dat voorschrijft. De freelancer bezorgt de factuur samen met de opdracht dan wel op maandelijkse basis. Hij/zij moet niet wachten met factureren tot het werk is gepubliceerd.
  6. Freelancers moeten, conform de Auteurswet, autonoom kunnen beslissen of ze hun auteursrechten overdragen aan een uitgever voor eenmalig gebruik, dan wel voor elk hergebruik dat de uitgever ervan wil maken. De vergoeding die de freelancer voor zijn overdracht ontvangt zal mede worden bepaald door de aard van die overdracht.
  7. Freelancer en uitgever splitsen de vergoeding op in 50% prestatievergoeding en 50% auteursrechtelijke vergoeding, conform de ruling die de VVJ en de Vlaamse nieuwsmedia bij de FOD Financiën hebben bedongen en op voorwaarde dat de journalist dat wil. De auteursvergoeding is onderworpen aan een gunstig fiscaal regime. De uitgever neemt de administratie richting fiscus voor zijn rekening en betaalt de bevrijdende roerende voorheffing zoals de wet dit voorschrijft.
  8. Journalistenverenigingen en uitgevers hebben succesvol schouder-aan-schouder geijverd voor het nieuw naburig recht voor uitgevers. De Europese richtlijn waarin dat recht is opgenomen moet nu worden omgezet in nationaal recht. VVJ wil de nieuwe inkomsten op basis van het uitgeversrecht fiftyfifty verdelen onder uitgevers en journalisten via de Journalisten Auteursmaatschappij (JAM).
  9. Journalisten zijn vrijgesteld van btw-heffing, als ze een contract van uitgave kunnen voorleggen en als ze werk maken dat auteursrechtelijk beschermd is. Meer en meer opdrachtgevers treden die wettelijke vrijstelling met de voeten, en vragen van hun zelfstandige journalisten dat ze btw-plichtig worden met veel administratieve rompslomp en kosten als gevolg. VVJ vraagt de uitgevers de wettelijke vrijstelling te respecteren.
  10. Na stopzetting van de samenwerking moet de uitgever een opzeggingstermijn van minstens drie maanden in acht nemen. Die duur wordt verlengd naargelang de duur en de intensiteit van de samenwerking. Zo oordeelde de rechter nog in 2018 dat een freelancer recht had op een opzeggingsvergoeding van 9 keer het gemiddelde maandinkomen na een plotse verbreking van een 25-jaar durende en zeer regelmatige, intensieve samenwerking.
    Vooraleer de samenwerking wordt stopgezet door de uitgever, moet de hoofdredactie de freelancer een gesprek toestaan.
  11. Schakel de toegang tot vorming gelijk voor werknemers en freelancers met wie er regelmatig wordt samengewerkt. Voorzie voor beginnende journalisten een goede begeleiding en geef feedback op de geleverde teksten.
    Maak geen onderscheid tussen freelancers en werknemers voor wat betreft de veiligheidsvoorzieningen en de mogelijkheid tot het afsluiten van een verzekering.
  12. Zelfstandige beroepsjournalisten hebben geen recht op het wettelijk aanvullend journalistenpensioen, een discriminatie die niet te rechtvaardigen valt. Daarom zou elke freelancer moeten kunnen intekenen op een collectief VAPZ dat door de sector wordt gefinancierd.
  13. De uitgever stimuleert de journalist om beroepsjournalist/journalist van beroep te worden, en faciliteert waar nodig, dit in het belang van de journalist en diens uitgever.
  1. De in België wettelijk geregelde erkenningsprocedure voor beroepsjournalisten moet op een moderne manier worden toegepast. De Erkenningscommissie moet het verbod van commerciële nevenactiviteiten als uitsluitingsgrond voor een erkenning beperkt interpreteren, in die zin dat die activiteiten geen hypotheek mogen leggen op de onafhankelijkheid van de journalist. Journalisten moeten commerciële activiteiten kunnen ontplooien, indien die activiteiten hun onafhankelijkheid niet in het gedrang brengen.

  2. De Erkenningscommissie moet de erkenningsaanvragen van loontrekkende en van zelfstandige journalisten op een gelijke manier behandelen. Freelancejournalisten moeten, zoals loontrekkenden, op hun woord van eer kunnen verklaren dat ze geen commerciële nevenactiviteiten ontplooien, zonder dat hiermee een doorgedreven screening van hun boekhouding gepaard gaat. Dit belet niet dat de Erkenningscommissie bij vaststelling van onregelmatigheden steeds weer de erkenning kan intrekken.
  1. Een freelancer moet van de overheid een sociale bescherming krijgen die vergelijkbaar is met die van een loontrekkende, op het vlak vanpensioen en werkloosheidsuitkering.

  2. Freelancejournalistiek verdient fiscale bescherming en bevordering. Het bestaande fiscale regime voor auteursrechtelijke vergoedingen moet worden versterkt. Freelancejournalistiek moet van een BTW-vrijstelling blijven genieten.

  3. Overheden moeten bij hun steunbeleid ten aanzien van nieuwsmedia rekening houden met de mate waarin deze bedrijven correct omgaan met hun freelancejournalisten zoals dat ook is vastgelegd in het Sociaal Charter voor de mediasector in 2019.

Journalistenloket

Zennestraat 21
1000 Brussel
info@journalistenloket.be
02 777 08 40

Een initiatief van

VVJ-VlaamseVerenigingvanJournalisten-logo

Met steun van

logo-vlaamse-overheid