Starten als freelancer

Zelfstandige journalisten moeten ook een goede ondernemer zijn.

Je moet je eigen materiaal en infrastructuur verzamelen, zelf investeringen doen. Je moet je eigen marktsituatie kennen en bijhouden, altijd opnieuw zelf clientèle zoeken. Een minimum aan zelfdiscipline en moed is echt nodig. Je moet ook je eigen sociale bescherming organiseren: wie bijvoorbeeld een pensioen wil genieten dat gelijkloopt met dat van een werknemer, begint daar maar beter al meteen voor te sparen. Ook een behoorlijke dosis flexibiliteit dringt zich op, want hoewel je in principe vrij bent je eigen arbeidstijd te regelen, moet er toch vaak op de meest onregelmatige uren worden gewerkt. Vergeet tot slot niet dat het starten van een zelfstandige journalistieke zaak geld kost. Een goede smartphone / tablet / laptop / desktop – met randapparatuur zoals printer of scanner – zijn wel het minimum. Reken daarbij documentatie en archiefmateriaal. En voorts de middelen om je te verplaatsen. Het opstellen van een ondernemingsplan – met een realistisch overzicht van investeringen, uitgaven en (verwachte) inkomsten – is bij dat alles een must.

De markt

Ondernemings- en financieel plan

Als zelfstandig journalist moet je je financiële situatie nauwgezet opvolgen en alle stukken bijhouden. Ook al zie je daar mogelijks enorm tegen op en ook al verplicht de wet je daar eigenlijk niet toe (Artikel 1 van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen legt enkel boekhoudkundige verplichtingen op aan ‘kooplieden en ondernemingen’). Toch functioneert ook een freelancer als een kleine onderneming en dus sluit je financiële avonturen best zoveel mogelijk uit. Dat impliceert diverse uitdagingen: vooraf een ondernemingsplan opmaken, dat concretiseren in een begroting, onderweg goed alle facturen en rekeningen bijhouden en na afloop van elk werkjaar secuur een financieel overzicht opmaken.

Bij het van start gaan verdient het absoluut aanbeveling om zoiets als een ondernemings- en financieel plan op te stellen. Als zelfstandig journalist ben je niet alleen reporter, maar draai je ook op voor je eigen huisvesting, infrastructuur, vervoermiddelen, informatica, documentatie, boekhouding, enzovoort. Dat kost allemaal geld en veronderstelt dus een vooruitkijken, in de vorm van een ondernemingsplan.

In een ondernemingsplan leg je vast welke activiteiten je gaat uitoefenen, wie je klanten zullen zijn, waar je met je onderneming naartoe wil, wat je doelstellingen zijn op de korte en op lange termijn.

Omschrijf je product en geef ook voor jezelf aan wat er vernieuwend aan is. Bepaal bijvoorbeeld of je algemene of gespecialiseerde reportages wil maken. Misschien ben je uitermate goed in interviewen, of maak je bevlogen reisreportages. Voor welke media wil je dat doen: dagblad, weekblad, maandblad, radio, tv, internet? En ga je lokaal, regionaal, nationaal of internationaal nieuws brengen?

Hou er ook rekening mee dat er in Vlaanderen niet zoveel mediagroepen meer overblijven. In de dagbladsector zijn dat er nog twee grote, DPG Media en Mediahuis, of drie als je er Roularta (met De Tijd) bijtelt.

Niets belet je natuurlijk om de landsgrens over te steken: Nederland heeft een bevolking van 2,5 keer die van Vlaanderen, met een grotere leescultuur bovendien (wat niet belet dat die cultuur ook wel verschilt). Of lever vanuit Brussel bijdragen in het Engels of Frans voor buitenlandse media. Ook voor beeldjournalisten liggen hier interessante mogelijkheden.

Vergeet zeker ook niet om je concurrentie in beeld te brengen. Hoe onderscheid jij je van je concurrenten? Wat is jouw specifieke meerwaarde? Maak een SWOT-analyse (strengths, weaknesses, opportunities, threats) van je onderneming: waar ben je sterk in, wat kan er beter of waarvoor doe je best een beroep op externe hulp? Hoe zal jouw markt zich ontwikkelen? En wat zijn voor jou daarin de kansen en de bedreigingen? Denk aan ontwikkelingen op vlak van technologie, die het werk in de mediasector sterk zullen blijven beïnvloeden.

Nog een belangrijke vraag tot slot: ga je alleen werken of met collega’s in een of ander samenwerkingsverband (vennootschap)? In dat laatste geval: zorg ervoor dat jullie vaardigheden of talenten complementair zijn. Misschien is het wel handig als de ene een goede nieuwsjager is, de andere een taalvirtuoos en een derde over enige commerciële flair beschikt.

De volgende stap is dat je een inschatting maakt op jaarbasis van de inkomsten en uitgaven die je verwacht. Koester bij het opmaken van zo’n begroting geen al te hooggespannen verwachtingen en houd rekening met alle financiële aspecten van je werk. 

Maak een realistische schatting van je inkomsten en je uitgaven. De prijs die je voor je product – tekst, beeld, klank – kunt vragen, hangt voor een groot deel – om niet te zeggen vaak uitsluitend – af van wat de opdrachtgever ervoor wenst te betalen. Voor een stuk is dat logisch, maar toch zal die prijs in een goede verhouding moeten staan tot jouw totale kostprijs. Als je tot de vaststelling komt dat je kost- of vraagprijs niet overeenkomt met wat een redactie kan of wil betalen voor je werk, kijk je best uit naar een andere opdrachtgever of overweeg je misschien beter een carrièreswitch.

Als je rekening houdt met al je kosten als freelancer – en je even goed verzekerd wil zijn en voor je oude dag wil kunnen zorgen als iemand in loondienst– dan mag je ervan uitgaan dat je prijs die je je klant factureert, het drievoud moet zijn van het bedrag dat je uiteindelijk wil overhouden. Want vergeet ook niet: een loontrekkende krijgt ongeveer 14 maandlonen (eindejaarspremie en vakantiegeld inbegrepen), terwijl een zelfstandige meestal zijn jaarinkomsten in 11 maanden moet vergaren.

Anderzijds kun je als freelancer met je uitgever(s) een contract opmaken, dat bepaalt dat de helft van je inkomsten bestaat uit een vergoeding voor het werk dat je hebt verricht (‘baten’) en voor de andere helft uit een vergoeding voor de overdracht van je auteursrechten op je product (artikel, foto, video…). Inkomsten uit auteursrechten worden namelijk veel lager belast dan beroepsinkomsten. Hierover lees je meer verderop in dit Vademecum.

Hou er van in het begin rekening mee dat een begroting (zoals een financieel verslag, zie verder) niet alleen reële uitgaven moet omvatten, maar dat er voor eigen bezittingen ook ‘afschrijvingen’ in vermeld worden. Dat zijn geraamde jaarlijkse waardeverminderingen op bijvoorbeeld je eigen kantoorruimte, meubilair, computer en auto. De jaarlijkse afschrijvingsbedragen hangen af van de aard van het goed. Terwijl je een computer bijvoorbeeld gerust op drie jaar kunt afschrijven, zal die termijn voor een pand natuurlijk heel wat langer zijn.

Eens je aan het werk bent, kun je overgaan tot het opstellen van een concrete resultatenrekening (een overzicht van de opbrengsten en kosten van een onderneming gedurende een bepaalde periode). Een volgende stap is dat je ook een balans opmaakt. De balans geeft de waarde van de activa en de passiva van een onderneming op een bepaald moment weer.

Van bij de start is het belangrijk dat je goed bijhoudt wat binnenkomt en buitengaat. Maak daarom een opsplitsing tussen je zakelijke kas en rekening enerzijds en je private kas en rekening anderzijds.

Een goed uitgangspunt is dat je alle courante boekhoudkundige werkzaamheden zelf verricht, terwijl je de niet-courante werkzaamheden (zoals de jaarlijkse belastingaangifte en de kwartaalaangifte voor de btw indien btw-plichtig) overlaat aan een gespecialiseerde boekhouder. Tegenwoordig zijn er overigens gebruiksvriendelijke boekhoudpakketten beschikbaar, die haast iedereen toelaten een degelijke boekhouding te voeren.

Zoiets bevordert niet alleen het inzicht in de eigen situatie, het is ook fiscaal gezien een must. Alleen wie correct zijn inkomsten en uitgaven – en de verantwoordingsstukken daarvoor – bijhoudt, kan aanspraak maken op een juiste belastingheffing. Toch is, formeel gezien, een financieel dagboek naar het model van de vrije beroepen niet verplicht.

Bank- en kasboek

Het meest praktische is te werken met een bank- en een kasboek. In het bankboek vertrek je van de rekeninguittreksels die je van je bankinstelling ontvangt. Voor elke bankverrichting verwijs je naar de inkomende of uitgaande factuur. Die facturen hou je genummerd in twee verschillende verzamelmappen bij.

Voor cashverrichtingen let je erop systematisch ontvangst- of betalingsbewijzen bij te houden, die je opnieuw nummert en in één of twee bijkomende mappen verzamelt. Als je opziet tegen de papierwinkel, kan het een uitweg zijn om zoveel mogelijk ergens ‘vaste klant’ te zijn. Dan vraag je de winkelier om eenmaal per jaar een totale factuur op te maken. Cashverrichtingen worden in het kasboek bijgehouden.

Een praktische manier van werken is om in je begroting van meet af aan de diverse posten een nummer te geven en die nummering direct ook weer te geven op de facturen en kasstukken die je bijhoudt. Dat vergemakkelijkt de verwerking en het inzicht aanzienlijk.

Een boekhouder?

Overigens kan een goede boekhouder, die wat vertrouwd is met de specificiteit van freelancejournalistiek, ook goede diensten bewijzen. Zeker voor de jaarlijkse belastingaangifte kan een boekhouder nuttig zijn, en nog meer wanneer je met de fiscus in gesprek moet gaan. Daarnaast kan een boekhouder je ook adviseren over je financiële planning voor de toekomst.

De diensten van een boekhouder zijn natuurlijk niet gratis. Maar zelfs een goede boekhouder hoeft niet altijd duur te zijn. Voor het boeken van facturen en het opstellen en indienen van belastingaangiften en eventueel aangiften voor btw, kun je werken met een vooraf afgesproken forfait. Voor persoonlijk advies wordt vaak een uurloon afgesproken. Je kunt overigens het werk van je boekhouder al wat beperken door hem of haar je papieren niet rommelig in een schoendoos aan te bieden, maar op een systematische en ordelijke manier.

Het spreekt vanzelf dat de boekhouding van een vennootschap doorgaans meer zal kosten dan die van een eenmanszaak. Er is gewoon meer werk aan. En wie geen btw-administratie heeft, zal ook wel goedkoper af zijn.

Vergeet ook niet dat je uitgaven voor boekhouding zelf als beroepskosten aftrekbaar zijn.

Een klassiek gezegde is dat een goede boekhouder zichzelf al snel terugverdient, door de belasting- en besparingstips die hij voor jou in petto heeft.

Meer info

  •  Boekhoudzakboekje van Wolters Kluwer
  •  In elke Vlaamse provinciehoofdstad is een afdeling van het Agentschap Ondernemen gevestigd, een overheidsinstelling die (potentiële) ondernemers met raad en daad bijstaat. De hoofdzetel is gevestigd aan de Koning Albert II-laan 35, bus 12, 1030 Brussel. Tel. 02 553.37.05
  • Bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) kun je bij het starten van een zelfstandige activiteit ook pro-deoadvies verkrijgen. Met het advies wil het BIBF het boekhoudkundig, fiscaal en juridisch kader toelichten waarbinnen de startende ondernemer zijn commerciële activiteiten zal ontplooien. Opgelet, het gratis eerstelijnsadvies omvat dus niet het voeren van de boekhouding, het verwerken van de fiscale aangiftes, het opmaken van een ondernemings- of financieel plan. Voor meer info zie.

Investeringen

Een groot verschil met de loontrekkende collega’s is dat je als freelancejournalist zo goed als altijd verplicht bent om te investeren in werkmiddelen. Alleen wie voor een permanente afnemer werkt, slaagt er wel eens in hier en daar wat materiaal ‘van de firma’ te pakken te krijgen.

Freelancers zullen om te beginnen moeten instaan voor eigen kantoorruimte en mobiliteit. Doorgaans zullen ze ook in eigen werkmateriaal moeten investeren. Deze handleiding is uiteraard geen aankoopgids voor zelfstandige journalisten, maar misschien kan het nuttig zijn even te wijzen op het materiaal waaraan een zelfstandig journalist vandaag behoefte heeft.
Smartphone.
Meer dan voor gelijk wie, vormt een smartphone vandaag het bijna onlosmakelijke uiteinde van de arm van een journalist. Een krachtig, polyvalent model is aangewezen, ook al kost dat net dat ietsje meer. Almaar meer journalisten worden verondersteld ook beelden te maken of interviews af te nemen met hun smartphone, en dat alles razendsnel door te sturen naar de redactie of op te laden online.

Financiële tegemoetkomingen

Voor startende zelfstandigen zijn er tegemoetkomingen uitgewerkt op diverse niveaus. Soms kunnen ze terugvallen op een gunstige sociale regeling, in bepaalde gevallen zijn er financiële of fiscale duwtjes in de rug, en ook boekhoudkundige bijstand is mogelijk.

Werkloosheidsuitkering voor werkzoekende of werknemer die zelfstandig wordt

Werkzoekenden of werknemers die aan de slag willen gaan als zelfstandige, kunnen gedurende vijftien jaar aanspraak blijven maken op werkloosheidsuitkeringen, mocht het fout lopen.

Als je werkzoekend bent en op zelfstandige basis aan de slag gaat, dan kun je gedurende maximaal 15 jaar je recht op werkloosheidsuitkering behouden.

Je moet het wel minstens zes maanden hebben ‘geprobeerd’ als zelfstandige. Wie minder dan zes maanden als zelfstandige aan de slag is geweest, heeft recht op een werkloosheidsuitkering nadat hij eerst een wachttijd heeft doorlopen.

Breng de RVA schriftelijk op de hoogte van je start als zelfstandige en krijg vervolgens een schriftelijke bevestiging dat je je werkloosheidsrechten behoudt.

Ben je werkloos en wil je je voorbereiden op een zelfstandige beroepsactiviteit, dan kun je onder bepaalde voorwaarden al enkele handelingen verrichten zonder je recht op uitkering te verliezen. Denk aan het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, het leggen van contacten, het inrichten van ruimten of het installeren van materiaal. Dat mag wel niet langer duren dan zes maanden. En ook hier weer: vergeet niet de RVA vooraf op de hoogte te brengen.

Ook als je als werknemer ontslag neemt of ontslagen wordt en je vervolgens een zelfstandige activiteit begint, kun je gedurende 15 jaar aanspraak blijven maken op een werkloosheidsuitkering voor het geval je de zelfstandige beroepsactiviteit weer zou opgeven. Essentieel is dat je bij de RVA een dossier indient om je rechten op werkloosheid te vrijwaren.

Gedurende de eerste zes maanden kun je weliswaar geen aanspraak maken op werkloosheidsvergoeding (zelfde systeem als bij een werkzoekende die een zelfstandige activiteit begint: eerst zes maanden proberen). Maak je na je zelfstandige activiteit aanspraak op een uitkering, dan moet je eerst bewijzen dat je vroegere werkgever niet meer bereid is je in dienst te nemen.

Indien je na je zelfstandig beroep een uitkeringsaanvraag indient, zal het bedrag van je uitkering berekend worden op basis van je vorige loon.

Vlaamse Transitiepremie

Sedert 15 maart 2018 krijgen werkzoekende 45-plussers een premie als ze beslissen een eigen zaak te starten. Deze Transitiepremie wil de inkomensonzekerheid opvangen door het wegvallen van de werkloosheidsuitkering vanaf dag één. De premie wordt betaald zodra de uitkeringsgerechtigde werkzoekende zich inschrijft als zelfstandige in hoofdberoep. Het eerste kwartaal is de premie € 1.040,40 per maand en daarna daalt het bedrag elke drie maanden met +/- € 100. Na twee jaar ontvang je geen premie meer.

Naast werkzoekend zijn en minimum 45 jaar, moet je eerst een ondernemerschapstraject (‘prestarterstraject’) doorlopen, om in aanmerking te komen voor de premie. Meer info.

Schoolverlaters

Voor schoolverlaters die als zelfstandige in hoofdberoep aan de slag gaan, nog dit. Zij kunnen de periode als zelfstandige ook als beroepsinschakelingstijd (de vroegere ‘wachttijd’) laten meetellen. Wie jonger is dan 25 jaar op het moment van de uitkeringsaanvraag, stopt met zijn zelfstandige activiteit en nog niet in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering, kan de inschakelingsuitkering (vroeger: wachtuitkering) ontvangen na stopzetting van de zelfstandige activiteit. Een werkloosheidsuitkering krijg je pas wanneer je voldoende arbeidsdagen hebt gepresteerd.

Meer info

www.belgium.be/nl/economie/onderneming

http://www.rva.be/

Sociale bijdragen worden berekend op je (geschat) inkomen van het jaar zelf, maar omdat het om een geschat inkomen gaat, zijn die bijdragen dus ‘voorlopig’. Om in te schatten hoeveel je voorlopig moet betalen, krijg je per kwartaal een bedrag voorgelegd, gebaseerd op het inkomen van drie jaar geleden. Dat kun je laten aanpassen (verhogen of verlagen, naargelang je inschatting van je inkomen dit jaar). In 2021 betaal je dus sociale bijdragen op basis van het netto belastbare jaarinkomen van 2018.

Als je pas start (je bent starter de eerste drie volledige jaren als zelfstandige), heb je geen referentieperiode. Je betaalt dan ofwel sociale bijdragen op het inkomen dat je denkt te hebben in het betreffende jaar, ofwel de wettelijke minimumbijdrage. Die bijdrage wordt in 2021 berekend op een jaarinkomen van € 14.042,57. De voorlopige minimumbijdrage bedraagt dan € 719,68, of 20,5% (het bijdragepercentage voor alle zelfstandigen sinds 2018) van € 14.042,57 / 4. Start je voor het eerst in hoofdberoep dan kan je een starterskorting aanvragen. Dan betaal je de eerste vier kwartalen verminderde sociale bijdragen. Je leest er hier alles over. Die starterskorting krijg je niet automatisch, die moet je aanvragen bij je sociaal verzekeringsfonds. Opgelet, het betreft hier een voorlopige bijdrage. Eenmaal de echte inkomsten gekend zijn (één of twee jaar later), worden de definitieve berekend. Er volgt dan een regularisatie.

Start je in het tweede, derde of vierde kwartaal van een jaar, dan betaal je sociale bijdragen op basis van het aantal gewerkte kwartalen.

De sociale bijdrage is 20,50% van je beroepsinkomen tot € 60.638,46 en 14,16% op het gedeelte tussen € 60.638,46 en € 89.361,89.

Voorlopige sociale kwartaalbijdragen voor starters – 2021

Hoofdberoep

Bijdrage

Eerste drie kalenderjaren

€ 719,68 of 20,5% van (€14.042,57 / 4)

Toch moet je blijven opletten. De eerste drie jaar betaal je dus voorlopige sociale bijdragen. Houd er dan ook rekening mee dat als je inkomsten hoger liggen dan het drempelbedrag, je nog bijdragen zult moeten betalen op het bedrag boven het drempelbedrag. Dat wordt – zo leert de praktijk – al te vaak vergeten, waardoor de bijkomende sociale bijdragen vaak een strop rond de nek worden. Zet dus wat geld opzij voor als je nog een restsaldo moet betalen!

Meer info

Zie ook de websites van de sociaalverzekeringsfondsen voor zelfstandigen

Het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) heeft een reeks van subsidies waar je een beroep kan op doen.

kmo-portefeuille

Zo is er de kmo-portefeuille, een subsidie voor het volgen van een opleiding of voor het inwinnen van professioneel en schriftelijk (betalend) advies. Meer info.

kmo-groeisubsidie

Daarnaast is er de kmo-groeisubsidie, een subsidie voor kmo’s die een kantelmoment doormaken (een nieuw product maken en verkopen of een nieuwe markt betreden) en die strategisch advies nodig hebben om die transitie succesvol te vervolmaken. Het ontbrekend strategisch advies kan komen van een externe dienstverlener of van een strategische medewerker die speciaal voor dit transitieproces aangeworven wordt. Meer info.

Steun voor ontwikkelingsprojecten

En tot slot is er de steun voor ontwikkelingsprojecten, een subsidie voor het zelf ontwikkelen van een nieuw product, dienst of proces waarbij de ontwikkelingskosten om de innovatie markt klaar te maken, worden gesubsidieerd. Meer info.

Naast dit alles biedt ook de Vlaamse overheid financiële steun. Deze financiële steun bestaat uit leningen en waarborgen die voornamelijk maar niet uitsluitend door PMV/z (een oplossing van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen om starters en KMO’s te financieren) aangeboden worden. De doelgroep van deze financiële steunmaatregelen zijn starters en groeiers die omwille van verschillende redenen moeilijker bij een bank terecht kunnen voor een deel of voor het geheel van hun financieringsvraag. Meer bepaald gaat het om…

De startlening

Een lening van maximum € 100.000 aan 3% voor ondernemers die nog moeten starten of die minder dan vijf jaar bezig zijn. Er wordt een eigen inbreng van ¼ van het geleende bedrag gevraagd.

De Cofinanciering

Een lening van maximum € 350.000 aan 3% voor ondernemers die  langer dan vier jaar bezig zijn of die een project hebben dat groter is dan € 100.000. Bij de Cofinanciering – de naam zegt het zelf – is de financiering van PMV/z nooit meer dan 50% van het totale project. De andere 50% bestaat uit een stuk eigen inbreng (minstens ¼ van de Cofinanciering) en een aanvullende banklening, meestal in de vorm van een investeringskrediet. Meer info.

De (klassieke) Waarborgregeling

Een overheidswaarborg via PMV/Z van maximum 75% van het commercieel krediet dat de onderneming aangaat bij een private bank. Tot een waarborg van € 750.000 en dus een krediet van € 1 miljoen wordt de overheidswaarborg op eigen kracht door de bank toegekend zonder ruggenspraak met PMV/z. De bank moet de toegekende premie enkel aanmelden bij PMV/Z en op dat moment moet ook een premie betaald worden (die de bank later terug vraagt aan de ondernemer). Meer info.

De winwinlening

Een lening van een familielid of een vriend aan een ondernemer. In ruil voor het feit dat het familielid of de vriend zijn eigen geld leent aan de ondernemer, krijgt hij een fiscaal voordeel van 2,5 %. Meer info.

Meer info

ParticipatieMaatschappij Vlaanderen

Agentschap Innoveren en Ondernemen

Federale overheidsdienst Economie

Europees Investeringsfonds

De wetgever bepaalt dat je als zelfstandige verplicht voorafbetalingen op de personenbelasting moet doen. Als je dat niet doet, riskeer je een een belastingvermeerdering. De fiscus verwacht vier voorafbetalingen: voor 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. In principe ben je telkens ¼ van de personenbelasting verschuldigd. Wanneer je echter voor de eerste maal als zelfstandige in hoofdberoep een onderneming opricht, ben je voor drie jaar vrijgesteld van voorafbetalingen. Gedurende die periode past de fiscus geen belastingvermeerdering toe. Dit geldt ook voor vennootschappen, maar niet allemaal. Zo moet het gaan om nieuwe en kleine vennootschappen. Raadpleeg je boekhouder of fiscalist en trek na of jouw vennootschap in aanmerking komt. Opgelet, starters die vrijwillig beslissen tot voorafbetalingen, komen in aanmerking voor belastingvermindering (bonificatie).

Ga ook na of je mogelijk recht hebt op een belastingkrediet. Ondernemers met een eenmanszaak die hun eigen vermogen verhogen, kunnen hiervoor een belastingkrediet krijgen. Dit belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting en het eventuele saldo is terugbetaalbaar. Het wordt berekend op de aangroei van het eigen vermogen in vergelijking met het hoogste bedrag op het einde van één van de drie voorgaande belastbare tijdperken.

Het tarief van het belastingkrediet bedraagt 10%, met een maximum van € 3.750 (cf. bedrag 2021).

Wie een vennootschap heeft, kan genieten van een belastingaftrek voor risicokapitaal. Dat is de zogenaamde notionele intrestaftrek. Een vennootschap kan steeds een lening aangaan en de daarop betaalde intresten fiscaal aftrekken. Wie voorheen financierde met eigen middelen, kon niets aftrekken. Met de invoering van de notionele intrestaftrek wordt die discriminatie tussen vreemd en eigen kapitaal weggewerkt. Vennootschappen kunnen nu dus een bepaald percentage van het eigen vermogen aftrekken van de belastbare winst.

Het tarief van de aftrek wordt per aanslagjaar vastgelegd. Voor het aanslagjaar 2021 valt het aftrekbare percentage terug op 0%. Voor kleine vennootschappen geldt er een verhoogd tarief van 0,408%.

Meer info

Starters kunnen meer info verkrijgen bij hun sociaalverzekeringsfonds. De meeste van die fondsen publiceren ook startersinfo op hun websites.

Als starter kun je terecht bij een erkend boekhouder-fiscalist, lid van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF), voor gratis eerstelijnsadvies. Dit aanbod geldt wel enkel voor wie voor de eerste keer een zelfstandige activiteit begint en nog in het eerste activiteitenjaar zit. In principe wordt geen ereloon aangerekend, maar uitzonderlijk kan toch een vergoeding worden gevraagd.

Administratieve ongemakken

Tips voor startende freelancers

Investeer in je deskundigheid, betrouwbaarheid en taalvaardigheid. Op die manier kun je een degelijk en aantrekkelijk product aanbieden. Probeer een goede allrounder te zijn. Digitalisering betekent sneller op de bal spelen en diversifiëring van content. Wie én een goede tekst kan schrijven, én goed uit de voeten kan met zijn smartphone om beelden te schieten en opnames te maken, staat concurrentieel sterker.

Netwerking is essentieel: leg contacten, contacten en nog eens contacten.

Beginnen met een job naast je freelancewerk heeft het voordeel dat je op iets terug kunt vallen als het niet lukt. En je bent vrijgesteld van betaling van sociale bijdragen als die andere job minstens halftijds is. Het nadeel is meestal dat je niet voluit kunt gaan met je freelancewerk. Ook op een erkenning als (stagiair-)beroepsjournalist blijft het dan nog even wachten.

Wees in het begin niet té ambitieus. De praktijk dwingt je vaak tot enig realisme. Wees anderzijds ook ambitieus genoeg. Enthousiasme kan bergen verzetten. Maak een realistisch ondernemingsplan, zonder je daarop blind te staren.

_T5A6000

 Zorg voor een goede opvolging van je boekhouding.
Praat over je werk
met deskundige buitenstaanders.
Win advies in bij de journalistenvereniging, bevoegde overheidsdiensten,
middenstandsverenigingen.
Onderhoud goede contacten met je collega’s. Wissel onderling opdrachten uit, als je eens niet beschikbaar bent.
Laat, ondanks de zwarte sneeuw die je soms ziet, niet na te genieten van de geneugten die het zelfstandigenstatuut ook biedt. Knijp er af en toe eens tussenuit.
Werk zoveel mogelijk aan de algemene leverings- en contractvoorwaarden die je zelf wil. Als je té veel toegevingen doet, wordt het beroep op de duur voor iedereen moeilijk leefbaar. Onderlinge collegialiteit levert meer op dan onderlinge scherpe prijsconcurrentie.
Houd je financiële situatie goed in de gaten. Reageer snel op wanbetalers.

Denk aan de toekomst. Verzeker je zo snel mogelijk voor ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen en beroepsaansprakelijkheid.

Journalisten die voor een opdracht in Brussel moeten zijn, kunnen terecht in het IPC, waar goed uitgeruste werkstations beschikbaar zijn voor correspondenten. Zie ook: Brussels Press Club

Journalistenloket

Zennestraat 21
1000 Brussel
info@journalistenloket.be
02 777 08 40

Een initiatief van

VVJ-VlaamseVerenigingvanJournalisten-logo

Met steun van

logo-vlaamse-overheid