Betalingen, leveringen & auteursrecht

Ook al hebben freelancers geen arbeidsovereenkomst zoals loontrekkenden, toch zijn zij juridisch gebonden door afspraken met het mediabedrijf waarvoor ze werken. De samenwerking tussen een freelancer en een opdrachtgever kan worden gekwalificeerd als een aannemingsovereenkomst.

Door een precieze omschrijving van de prestatie, de leveringsvoorwaarden, de vergoeding, de auteursrechten e.d. kunnen beide partijen de overeenkomst naar hun hand zetten. Dat kan in de overeenkomst zelf, of anders in zogenaamde ‘algemene leveringsvoorwaarden’ waarnaar wordt verwezen in het contract.

Voor alles wat niet contractueel is ingevuld, bepalen de wettelijke regels inzake ‘aanneming’ het doen en laten van de zelfstandige journalist en diens uitgever.

De journalist en zijn overeenkomst

Dat is het geval van zodra er sprake is van een aanbod (met betrekking tot de journalistieke bijdrage en de prijs) enerzijds en de aanvaarding daarvan anderzijds. Concreet: een journalist biedt een stuk aan en de betrokken uitgeverij aanvaardt dat voor publicatie. Of een hoofdredacteur vraagt een opdracht te vervullen, en de journalist engageert zich hiertoe.

Een overeenkomst kan betrekking hebben op een eenmalige levering, maar even goed kan ze vormgeven aan een meer duurzame samenwerking. De overeenkomst kan dan een bepaalde of zelfs een onbepaalde duur hebben, al dan niet gekoppeld aan een opzeggingstermijn en/of opzeggingsvergoeding. Opgelet: die duurzame samenwerking mag niet leiden tot een gezagsrelatie waarin er sprake is van ondergeschiktheid en waarin de uitgever ook de modaliteiten van uitvoering gaat dicteren. In dat geval spreken de RSZ en de arbeidsrechtbanken van ‘schijnzelfstandigheid’.

Neen. Veel opdrachten van freelancejournalisten worden in de praktijk ook niet geformaliseerd. Op zich levert dat geen probleem op voor de rechtsgeldigheid van de overeenkomst; anderzijds spreekt het voor zich dat de afspraken dan natuurlijk moeilijker te bewijzen zijn.

Als zelfstandig journalist heb je dus belang bij een document – een mailtje bijvoorbeeld – waarin duidelijk wordt afgesproken wat er van je verwacht wordt en welke vergoeding daartegenover staat. Ook andere elementen kunnen aan bod komen, bijvoorbeeld de eindredactionele behandeling van je werk.

De Vlaamse pershuizen leggen bijna systematisch uitgeschreven kaderovereenkomsten voor aan hun vaste zelfstandige medewerkers. Ze doen dat meer bepaald om afspraken te maken over auteursrechten.

In principe, volgens de klassieke liberale filosofie van de ‘vrije burger’ waarop ons Burgerlijk Wetboek is gebaseerd, zijn dat beide partijen samen. Toch moeten we ons niet te veel illusies maken: ook in de mediasector is het doorgaans de sterkere partij – de uitgever of de omroep dus – die de modaliteiten van de samenwerking oplegt. Dat verklaart onder meer de vaak lage vergoedingen voor freelancejournalistiek.

Hier maken we een onderscheid tussen twee situaties.

Kreeg de zelfstandige een opdracht en werd die goed uitgevoerd, dan moet die levering worden betaald. Het maakt niet uit of het artikel of het beeldmateriaal ook echt is gebruikt: het zal je maar overkomen dat je bijdrage louter door plaats- of tijdsgebrek geen plaats krijgt in de krant of het radiojournaal, of dat ze stevig blijkt ingekort.

Wat wel mogelijk is, is dat de opdrachtgever je vergoeding niet betaalt, als je werk niet voldoet: inhoudelijk loopt het mank, de deadline werd niet gehaald… Bij conflicten hierover nemen de rechtbanken ‘een normaal zorgvuldig en omzichtig persoon’ (in deze: journalist) als referentie.

Mogelijkheid twee: je stapt op eigen initiatief met een werkstuk naar een hoofdredactie of uitgever. Maken die er gebruik van, dan ligt het voor de hand dat er een vergoeding wordt betaald.

Een groot verschil tussen het werknemers- en zelfstandigenstatuut is dat het eerste dwingende opzeggingstermijnen inhoudt voor het geval één van beide partijen de samenwerkingsovereenkomst beëindigt.

Ook al bepaalt de wet iets soortgelijks niet voor aannemingsovereenkomsten, toch lassen diverse uitgevers die langlopende overeenkomsten sluiten met freelancers, ook opzeggingstermijnen in. De VVJ acht, van zodra een samenwerking zes maanden duurt, een termijn van minstens twee maanden gepast.

Overigens is er ook rechtspraak die een uitgever verplicht tot het in acht nemen van een minimale opzeggingstermijn wanneer de samenwerking wordt beëindigd.

Hieronder volgen enkele hoopgevende ‘precedenten’, die (veelal met VVJ-steun) zijn gerealiseerd.

De Antwerpse rechtbank van eerste aanleg veroordeelde op 11 februari 2005 de uitgever van een weekblad tot het betalen van een schadevergoeding van één maand gemiddeld honorarium aan een freelancer, die plotseling was bedankt voor bewezen diensten na een jaar regelmatige samenwerking. De uitgever ging tegen dat vonnis in beroep, maar op 22 mei 2006 veroordeelde het hof van beroep in Antwerpen de uitgever tot het betalen van het dubbele: twee maanden honorarium.

Een dagblad dat een zelfstandige sportmedewerker na negen jaar samenwerking in 2007 plotseling bedankte, heeft de freelancer uiteindelijk twee maanden honorarium uitbetaald.

In 2011 kwam het tot een dading toen een zelfstandige persfotograaf na 24 jaar aan de kant werd gezet bij een weekblad. De fotograaf kreeg een vergoeding uitgekeerd ten bedrage van zes keer het gemiddelde maandhonorarium.

Onlangs nog, in 2018, veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Brussel een uitgever die een journalist na een samenwerking van 25 jaar van de ene op de andere dag opzij schoof. De journalist kreeg als schadevergoeding negen keer het gemiddeld ontvangen maandinkomen gedurende de 25-jarige samenwerking. De rechter baseerde zich voor deze uitspraak op onder meer de duur en de intensiteit van de samenwerking.

 

Het meest penibele aspect van het zelfstandigenstatuut is ongetwijfeld de honorering. Als freelancejournalist moet je niet snel aan sparen denken. Integendeel, meer dan eens blijken de rekeningen rood te kleuren.

De verleiding, vooral bij jongere journalisten, om tegen veel te lage tarieven te werken is groot, met nefaste gevolgen voor de algemene marktsituatie van dien.

Hoeveel verdient dat hier?

Indien er in de overeenkomst geen datum of termijn voor betaling is bepaald, dient de betaling te gebeuren binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de dag volgend op de dag waarop de factuur (voor een btw-plichtige zelfstandige) of ander verzoek van betaling werd ontvangen. In de praktijk worden de facturen voor een reguliere opdrachtgever gebundeld op maandbasis.

Waak erover dat de betalingstermijn wordt gerespecteerd, want die durft door tal van trucs te worden verlengd. Zo koppelen uitgevers de wettelijke of afgesproken betalingstermijn aan een vaste betaaldatum per maand, waardoor de deadline nodeloos wordt opgeschoven. Andere media vragen dan weer te wachten met factureren totdat je kopij effectief wordt gepubliceerd.

Ook in de mediasector zijn er stipte en minder stipte betalers. Probeer via collega’s of de VVJ uit te vissen wie tot welke categorie behoort. Weet dat er intussen systemen bestaan als Mail to Pay die met de hulp van algoritmen het contact met wanbetalers personaliseren om een bezoek van een deurwaarder te voorkomen.

Stuur hem een herinnering, via een mail of een aangetekende brief. Door als onderwerp ‘ingebrekestelling’ te vermelden, wordt het meteen duidelijk waarover het gaat. Vergeet ook niet een nieuwe deadline of betalingstermijn op te nemen in je schrijven – bijvoorbeeld 14 dagen. Vorder een aanvullende vergoeding (schadevergoeding) voor het geval de klant in gebreke blijft.

Blijft de klant weigeren, dan kun je de VVJ inschakelen. Als beroepsunie kunnen we extra druk op de ketel zetten of – desgewenst – als bemiddelaar optreden. De tussenkomst van de VVJ is al meermaals succesvol gebleken.

Als ook dan de klant nog Oost-Indisch doof blijft, dan kun je – al dan niet via de VVJ – de gerechtelijke weg bewandelen (indien het openstaande saldo voldoende hoog is).

Meer dan eens komt het voor – zeker online – dat je werk zonder je toestemming en eventuele vergoeding wordt gereproduceerd. In al die gevallen is er sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Nog erger wordt het wanneer je tekst zonder je medeweten werd gewijzigd of wanneer er een andere naam vermeld staat bij jouw werk.

In al die gevallen kun je om te beginnen eisen dat je werk onmiddellijk offline wordt gehaald. Daarnaast kun je ook een factuur of ereloonnota opstellen waarin je een vergoeding eist voor de reproductie van je werk alsook een schadevergoeding. Die kan bijvoorbeeld nog eens het dubbele bedragen van de basisvergoeding. Tegenwoordig bestaan er diverse tools waarmee je het internet kunt afzoeken naar ongeoorloofde reproducties van je werk. Voor fotografen is bijvoorbeeld Permission Machine een optie.

 

Auteursrechten ontstaan automatisch in hoofde van de auteur die het werk heeft gecreëerd. Het is een exclusief recht: exploitatie van het werk kan enkel en alleen mits toestemming van de auteur.

“Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren”, aldus artikel 1 van de Belgische auteurswet van 30 juni 1994.

 

Auteursrechten

Vergoedingen aan auteurs, zoals journalisten, kunnen de vorm aannemen van auteursrechtenvergoedingen voor de overdracht van auteursrechten op geleverd werk. Auteursrechtenvergoedingen worden fiscaal voordelig behandeld.

In de Franstalige pers worden sommige loontrekkende journalisten al gedeeltelijk op die manier vergoed.

De wet van 1994 belet niet dat de auteur zijn vermogensrechten steeds kan overdragen (afstand of licentie): aan zijn werkgever of uitgever(s), maar ook aan een auteursmaatschappij. We hebben het hier uitsluitend over de materiële auteursrechten of de vermogensrechten van de auteur. Daarnaast regelt de wet van 1994 ook morele auteursrechten. Die geven de auteur het recht het werk bekend te maken, het vaderschap ervan op te eisen en er de gepaste eerbied voor te vragen.

Weliswaar wordt die overdracht van rechten door de auteurswet – zeker wat contracten tussen een zelfstandig auteur en exploitant betreft – vrij strak geregeld. Hoewel het opstellen van een geschrift geen geldigheidsvereiste is, gaat het wel om een essentieel middel voor bewijsvoering. Bovendien legt de wet voor de overdracht van auteursrechten een specificeringsplicht op. Zo moeten alle exploitatiewijzen nauwkeurig worden beschreven. Daarnaast moet voor elke exploitatiewijze worden bepaald of het gaat om een overdracht of licentie, moet de vergoeding gestipuleerd, alsook de duur en de geografische reikwijdte van de overdracht. Wat niet of niet duidelijk beschreven staat, wordt geïnterpreteerd in het voordeel van de auteur.

De regels voor de overdracht van auteursrechtelijk beschermde werken in het kader van een arbeidsovereenkomst, zijn merkelijk soepeler, al dient ook hier uitdrukkelijk overeengekomen dat er sprake is van overdracht.

Bijna alle uitgevers in België leggen hun zelfstandige journalisten overeenkomsten voor waarin volledige afstand van auteursrechten wordt gevraagd. Dat heeft te maken met de multimediale uitbouw van mediabedrijven, waardoor uitgevers journalistieke bijdragen ook op allerlei nieuwe platformen kunnen en willen aanbieden. In hun contracten voldoen de uitgevers weliswaar niet altijd aan de wettelijke specificeringsplicht. Sommige uitgevers stellen dan wel een min of meer redelijke vergoeding tegenover de overdracht van auteursrechten, anderen doen dat niet, of betalen hooguit wat peanuts voor de mogelijkheid om het journalistieke werk van hun medewerkers oneindig te reproduceren in een digitale context.

De overeenkomsten die de mediabedrijven opstellen zijn bijna altijd te nemen of te laten. Een zelfstandig journalist die voldoende sterk in zijn schoenen staat, probeert zijn auteursrechten het best maximaal aan zijn kant te houden. Voor hergebruik of doorverkoop kun je dan geval per geval een vergoeding afspreken.

Een alternatief is de aansluiting bij een auteursmaatschappij, aan wie je het beheer van je vermogensrechten overdraagt. Specifiek voor journalisten is de JAM (Journalisten Auteurs Maatschappij) opgericht. Lid worden kan door eenmalig een aandeel te kopen van € 50. Specifiek voor visuele kunstenaars – en daar vallen in zekere zin ook beeldjournalisten onder – is er ook nog SOFAM. In geval van schending van auteursrechten van een lid – door een mediahuis of door een derde – eisen JAM en SOFAM in zijn/haar naam een schadevergoeding.

Lidmaatschap van de JAM is voor journalisten hoe dan ook aangewezen in het licht van de ‘collectieve’ auteursrechten waarop ze ook nog aanspraak kunnen maken.



De wet maakt een belangrijk onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘collectieve’ auteursrechten.

Individuele auteursrechten (ook wel primaire of exclusieve auteursrechten) zijn de rechten op hergebruik en doorverkoop. Die behoren in eerste instantie de auteur zelf toe, maar kunnen worden overgedragen aan een auteursmaatschappij (zoals de JAM) of aan een uitgever.

Collectieve auteursrechten zijn de rechten die voortvloeien uit kopiëring of openbare uitlening van je werk. De wet heeft hiervoor een ‘collectieve’ licentie gegeven aan het publiek – iemand mág dus je krantenartikel kopiëren of in een bibliotheek het magazine lenen waarin je schreef, en dit zonder eerst je de toestemming te moeten vragen. Auteurs worden hiervoor wel collectief vergoed via een wettelijk innings- en repartitiesysteem. De fabrikanten en bezitters van kopieermachines bijvoorbeeld betalen aan Reprobel bepaalde bijdragen. Voor de audiovisuele sector is dat aan Auvibel. Die beheersmaatschappijen keren de ontvangen reprografierechten dan uit aan alle betrokken auteurs, via de diverse auteursverenigingen. Specifiek voor journalisten kan die betaling heel soepel gebeuren via de JAM. Bij de JAM aangesloten journalisten kunnen ook makkelijk hun individuele fiscale fiche downloaden.

Essentieel is dat deze ‘collectieve’ auteursrechten nooit kunnen worden overgedragen aan de werkgever of uitgever, enkel aan een auteursrechtenmaatschappij. Alleen al hierom is voor journalisten lidmaatschap bij de JAM – zij het dan enkel voor deze reprografierechten – pure winst.

Journalistenloket

Zennestraat 21
1000 Brussel
info@journalistenloket.be
02 777 08 40

Een initiatief van

VVJ-VlaamseVerenigingvanJournalisten-logo

Met steun van

logo-vlaamse-overheid