Strafrecht

© Vincent Duterne - Photo News
© Vincent Duterne – Photo News

In het Strafwetboek staan diverse bepalingen die welbepaalde communicatie van informatie of zelfs meningen strafbaar stellen. Ook wanneer ze door journalisten zouden worden gedaan.

Concreet gaat het om

  • laster en eerroof
  • smaad aan overheidsagenten, belediging van het staatshoofd
  • het publiceren van sommige herkenbaarheidsinformatie in het kader van jeugd- en gerechtszaken
  • racisme en xenofobie

 

Strafrechtelijke bescherming

Cruciaal is echter wat de Grondwet in artikel 150 zegt over de berechting van deze misdrijven wanneer ze worden gepleegd worden door de pers:

De jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke en drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn.

Met andere woorden: enkel het assisenhof is bevoegd om strafbare communicatie te berechten die uitgaat van journalisten. Dat was indertijd niet als een verzwaring van de aansprakelijkheid van journalist bedoeld, maar juist als een bescherming. Hiermee onttrok de grondwetgever in 1831 journalisten aan de rechtsmacht van beroepsrechters, en vertrouwde ze hen toe aan het wijze oordeel van een jury met twaalf burgers. Dit gunstregime komt feitelijk zelfs neer op strafrechtelijke immuniteit, nu het openbaar ministerie persdelicten toch nooit voor het assisenhof brengt. Het doet dat niet omdat het om tijdrovende en arbeidsintensieve processen gaat, waarvan de uitkomst bovendien hoogst onzeker is en die op de koop toe een groot mediageniek gehalte zouden hebben.

 

Opgelet

  • Zoals duidelijk blijkt uit artikel 150 van de Grondwet, vallen racistische persmisdrijven niet onder de bescherming van het hof van assisen. Die delicten zijn ‘gecorrectionaliseerd’.
  • Het vermelde regime geldt, in de huidige stand van de rechtspraak, ook enkel voor strafbare meningsuitingen via de geschreven pers, niet via de audiovisuele media.
  • Tot slot is het regime niet van toepassing op technische misdrijven, zoals een diefstal, heling, inbraak, telefoontap, de publicatie van foto’s van minderjarigen of inbreuken op het recht tot antwoord. Hiervoor blijven de gewone, correctionele rechtbanken bevoegd.

 

Terug naar ‘Mediarecht’