Recht tot antwoord

Een bijzondere vorm van juridische aansprakelijkheid voor nieuwsmedia is het recht tot antwoord.

Dit valt te beschouwen als de juridische tegenhanger van de beroepsethische plicht om woord en wederwoord te plegen.

Iemand kan een recht van antwoord eisen in een periodieke publicatie van zodra men daarin genoemd of zelfs maar impliciet aangewezen is geweest. Men moet dit wel doen binnen de 3 maanden na de verschijning van het artikel. Het antwoord mag 1.000 lettertekens beslaan, of anders het dubbele van het artikel waartegen men reageert. Het moet afgedrukt worden op dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype als het gelaakte artikel.

Foto: Stephanie Keith © Photo News
Foto: Stephanie Keith
© Photo News

Voor een recht van antwoord bij de audiovisuele media is de regeling strikter: daar is vereist dat de gelaakte uitzending een foutief of een krenkend karakter had, en dient men bovendien een persoonlijk belang op te geven. Het recht tot antwoord vervalt wanneer de producent spontaan tot een bevredigende rechtzetting over gaat. Men moet het antwoord vorderen binnen de 30 dagen na de uitzending. De tekst van het antwoord mag 4.500 typografische tekens of 3 minuten leestijd beslaan.

Een recht van antwoord moet steeds in rechtstreeks verband staan met de gelaakte tekst of uitzending, mag niet zelf beledigend zijn en mag niet nodeloos derden in de zaak betrekken.

Een periodieke publicatie moet het antwoord afdrukken in het eerste nummer dat verschijnt na verloop van drie werkdagen na de ontvangst. De redactie kan een repliek toevoegen, maar hierop kan vervolgens weer een recht van antwoord worden ingediend. Bij de audiovisuele media dient het antwoord uitgezonden te worden in de eerstvolgende uitzending van hetzelfde type. Hier is een repliek of enige commentaar niet toegelaten.

Bij weigering van publicatie of uitzending van het recht van antwoord, kan de klager een spoedprocedure aanspannen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Ook een correctionele veroordeling is mogelijk.

 

Wet van 23 juni 1961 betreffende het recht tot antwoord

 

Terug naar ‘Mediarecht’