Hoeveel verdient dat hier?

Het meest penibele element in het zelfstandigenstatuut is ongetwijfeld de honorering. Als freelancejournalist moet je niet snel aan sparen gaan denken. Integendeel, meer dan eens blijken de rekeningen rood te kleuren. De verleiding, vooral bij jongere journalisten, om tegen veel te lage tarieven te werken is groot, met alle nefaste gevolgen voor de algemene marktsituatie van dien.

De praktijk

Als je een vergelijking wilt maken met een loontrekkende collega, houd er dan rekening mee dat die collega zijn maandloon 13,92 keer krijgt uitbetaald (wegens een ‘dertiende maand’ in december en in de zomer ook 92% vakantiegeld). Bovendien worden de kosten voor kantoor, informatica en telecom, transportkosten en nog veel meer gedragen door de werkgever…

Wat een loontrekkende in (bijna) veertien maandlonen realiseert, moet de freelancer in elf maanden bij elkaar zien te krijgen, als hij ook een maand vakantie wil.

Met de circulaire van de FOD Financiën van september 2014 – en de bevestiging ervan door minister van Financiën Johan Van Overtveldt in de Kamercommissie Financiën op 25 februari 2015 – hadden freelancejournalisten de mogelijkheid zich te laten uitbetalen in auteursrechten, wat aanzienlijke voordelen oplevert op het vlak van belastingen en op het vlak van het betalen van sociale bijdragen. Maar let wel: de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) is het niet eens met die visie en zegt dat contracten die louter een vergoeding voor de overdracht van auteursrecht bepalen “niet overeenstemmen met de werkelijkheid”. Met de BBI wordt momenteel overlegd om te komen tot een werkbare verhouding honorarium-auteursrechten.

Inkomsten uit auteursrechten

Op inkomsten uit auteursrechten – die worden beschouwd als roerende inkomsten – geldt een belastingtarief van slechts 15%. En er worden ambtshalve vrij hoge forfaitaire kosten toegekend, waardoor de belasting de facto nog lager uitvalt.

Een voorbeeld voor inkomsten uit auteursrechten verdiend in 2016 (aanslagjaar 2017):

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.360 50%  7.680 15%  (= € 1.152,00)
€ 15.360 – € 30.710 25 % 11.512,50 15 % (= € 1.726,88)
€ 30.710 – € 57.590  0 % 26.880 15%  (= € 4.032,00)
>  € 57.590 Géén roerende voorheffing, progressieve  inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Voor inkomsten uit auteursrechten verdiend in 2015 (aanslagjaar 2016) geldt:

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.270 50% 7.635 15% (= € 1.145,25)
€ 15.270 – € 30.540 25 % 11.452,50 15 % (= € 1.717,88)
€ 30.540 – € 57.270 0 % 26.730 15% (= € 4.009,5)
>   € 57.270 Géén roerende voorheffing, progressieve inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Ook de sociale bijdragen vallen een stuk lager uit voor wie (gedeeltelijk) in auteursrechten wordt uitbetaald.

Voor inkomsten uit auteursrechten verdiend in 2016 (aanslagjaar 2017) geldt:

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.360 50% 7.680 15% (= € 1.152)
€ 15.360– € 30.710 25 % 11.512,50 15 % (= € 1.726,88)
€ 30.710 – € 57.590 0 % 26.880 15% (= € 4.032)
>   € 57.590 Géén roerende voorheffing, progressieve inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Maar wat betalen media nu in de praktijk?

Voor redacteuren zijn tarieven bekend gaande van 3 cent per letter, 7 cent per woord, 70 cent per zin, € 50 per uur, tot € 200 per gepubliceerde bladzijde… Soms speelt de aard van het stuk mee of de bladzijde waarop het verschijnt. Faits-divers op een regionale pagina worden totaal anders gehonoreerd dan een reportage voor de weekendbijlage van een krant.

Artikels

© Photo News
© Photo News

Uit een enquête die de VVJ onder freelancers heeft gehouden – in april 2009, maar in de praktijk wordt anno 2017 vaak nog met dezelfde tarieven gewerkt – bleken weekbladen tussen € 100 en € 200 per pagina van 4.000 tekens te betalen. Bij de maandbladen lag dat tussen € 65 en ongeveer € 270 voor een tekst van eenzelfde lengte. In de vakpers kregen freelancers tussen € 75 en € 200 per 4.000 tekens betaald.

In de dagbladwereld zijn de tarieven haast even complex als die van telecomleveranciers. Dat gaat van € 4 voor een kort berichtje tot € 1.000 voor een groot uitgewerkte reportage in een weekendbijlage. Maar dat laatste is veeleer uitzonderlijk. Een ‘gewone’ krantenpagina levert meestal iets tussen € 75 en € 140 op, afhankelijk van de aard van de krant.

Beelden

Tarieven voor foto’s schommelen tussen € 15 en € 90 per foto. Hier valt een groot verschil tussen regionale en nationale berichtgeving te noteren. Met fotografen wordt voorts soms een bedrag afgesproken voor de dragende foto van een reportage, en worden bijkomende gepubliceerde foto’s veel lager gehonoreerd.

Kranten en fotoagentschappen betalen fotografen soms ook per opdracht, van € 67 voor iets van 2 à 4 uur werk, tot maximaal € 225 voor een dagopdracht, bleek uit de eerder genoemde enquête. Daaruit kwam ook naar voren dat éénzelfde mediagroep voor de ene foto € 7,50 betaalt en voor een andere foto tot € 104 over heeft, naargelang van het blad van de groep waarin de foto verschijnt.

Foto’s van correspondenten

© Photo News
© Photo News

In de praktijk laten dagbladen nu hun lokale schrijvende correspondenten foto’s nemen, waarvoor die dan pakweg € 5 of € 6 krijgen. Dat maakt de regionale pagina’s goedkoper, maar is eigenlijk wel broodroof voor beroepspersfotografen.

Cameramannen worden per opdracht betaald, waarbij tussen € 225 en € 350 wordt betaald voor een dag werk, die in die sector 10 uur bedraagt. Het gemiddelde ligt op ongeveer € 300. Bij fotografen en cameramannen worden die vergoedingen ook verondersteld de zware investeringen in materiaal te dekken.

In het najaar 2016 heeft de VVJ opnieuw een enquête uitgevoerd onder freelancers. Daaruit bleek dat de meeste freelancejournalisten die de enquête hebben beantwoord een netto jaarinkomen hadden tussen 10.000 en 30.000 euro. Opvallend was dat slechts  4 op de 10 van die freelancers werken met een uur- of dagtarief in gedachten. Voorts bleek een meerderheid slechts één tot drie klanten te hebben, wat hen uiteraard zeer kwetsbaar maakt.

Van de 40 % respondenten die wél een uur- of dagtarief in gedachten hebben, zat het merendeel tussen 30 en 39 euro per uur. De schijven 20 à 29 euro, 40 à 49 euro en 50 à 59 euro per uur waren ongeveer gelijk verdeeld onder de anderen.  Er waren een paar uitschieters naar onder (minder dan 20 euro per uur) en naar boven (70 à 75 euro per uur). Degenen die met een dagtarief werken, gaven aan tussen de 200 en 350 uur per dag aan te rekenen.

Van de 138 freelancerjournalisten in hoofdberoep die de enquête hebben beantwoord, bleek dat voor ongeveer 33 % van hen journalistiek alléén financieel niet leefbaar was…

Vergoeding gemaakte onkosten

Naast het eigenlijke honorarium of een prijs voor de afstand van de auteursrechten kan eventueel aanspraak worden gemaakt op een vergoeding van gemaakte onkosten. Ook hier is de praktijk zeer uiteenlopend. In bepaalde bedrijven zijn de kosten in de vergoeding inbegrepen. In andere overeenkomsten staan ze expliciet opgesomd. Soms valt de kostenvergoeding samen met een kilometervergoeding. Maar er kan ook sprake zijn van maandelijkse forfaitaire bedragen voor telefoons en verplaatsingskosten. Her en der zijn er bovendien nog vaste vergoedingen bepaald voor bijvoorbeeld nieuwsgaring of het zich beschikbaar houden voor opdrachten.

De praktijk leert dat mediabedrijven vaak hun freelancers – zeker wat kostenvergoedingen betreft – betalen à la tête du client. Ook hier speelt de wet van vraag en aanbod: hoe ‘onmisbaar’ ben je voor de krant? Uit de enquête bleek een tendens dat de audiovisuele sector vaker een kilometervergoeding betaalt dan de geschreven pers.

Betalingstermijn

Wanneer word je betaald? Ook hier is verscheidenheid troef. In de praktijk volgt in de meeste gevallen betaling binnen de maand na de publicatie of het insturen van de factuur. Maar er zijn ook klachten over het uitblijven van betalingen gedurende twee of nog meer maanden.

Wettelijk gezien is de vergoeding opeisbaar vanaf het ogenblik dat het stuk geleverd is. Een betalingstermijn kan worden bepaald in de overeenkomst, of anders in de ereloonnota zelf. In veel sectoren geldt als regel een betalingstermijn van 15 dagen tot één maand, wat ook voor freelancejournalistiek een gerechtvaardigde eis is. Wacht overigens ook zelf niet te lang met het sturen van je ereloonnota nadat je je werk hebt ingeleverd.

Wanbetalers

In de media zijn er stipte en minder stipte betalers. Probeer via collega’s of via de VVJ uit te vissen hoe bepaalde media hun freelancers financieel behandelen. Klachten over niet betaalde facturen komen nogal eens bij de VVJ terecht. Informeer je voordat je met een uitgever in zee gaat.

En wat als een klant niet betaalt? Stuur hem een herinnering, via een mail of een aangetekende brief. Blijft de klant hardnekkig weigeren je ereloonnota te betalen, zoek dan een bemiddelaar. De VVJ kan daarvoor worden ingeschakeld. Als ook dan de klant nog Oost-Indisch doof blijft, dan kun je – al dan niet via de VVJ – de juridische weg bewandelen.

Barema’s

AVBB-adviestarieven per regel van 60 tekens

De AVBB heeft richttarieven op papier gezet voor schrijvende journalisten, waarbij beklemtoond moet worden dat het om minima gaat. De vergoeding is berekend per regel van 60 tekens, waarbij ook de aard van het werkstuk en de oplage bepalende factoren zijn. Wil je dus weten wat een pagina van 4.000 tekens – een pagina van een nieuwsmagazine, zeg maar – minimaal zou moeten opleveren, dan vermenigvuldig je het onderstaande met ongeveer 67. Let wel: dit zijn richttarieven, ze zijn niet afdwingbaar.

 OPLAGE 50.000 ex. Van 50 tot 100.000 Van 100 tot 200.000 Meer dan 200.000
Bewerking persberichten, conferentie- en gemeenteraadverslag , processen  

€ 1,25

 

€ 1,49

 

€ 1,76

 

€ 1,97

commentaarstuk, recensie € 1,79 € 2,18 € 2,59 € 2,73
reportage, achtergrondverhaal, interview € 1,97 € 2,41 € 2,85 € 3,12

Voor foto’s geven we hieronder het adviestarief dat door de fotografenvereniging Sofam wordt gehanteerd:

OPLAGE  – 50.000 ex. Van 50 tot 100.000 Van 100 tot 200.000 Meer dan 200.000
 

€ 95,11

 

€ 105,53

 

€ 116,27

 

€ 126,99

Voor magazines, gespecialiseerde publicaties, ondernemingsbladen en huis-aan-huisbladen, hanteert Sofam volgende tarieven (in euro):

oplage <15.000 <20.000 <25.000 <50.000 <100.000 <250.000 <500.000 >500.000
¼ p. 92,50 109,03 118,02 144,11 160,64 176,01 192,83 209,07
½ p. 109,03 118,89 132,81 161,80 177,17 193,99 210,81 225,89
1/1 p. 118,02 132,81 144,99 177,17 193,99 210,81 225,89 258,08
2/1 p. 131,94 144,99 161,80 193,99 210,81 226,18 258,08 289,97
cover 160,64 177,17 193,99 226,18 258,08 289,97 323,61 387,69

Sofam past deze tarieven toe bij het verlenen van licenties aan een eenmalige gebruiker van foto’s wanneer er geen samenwerking op regelmatige basis bestaat tussen fotograaf en gebruiker, evenals in geval van regularisatie van het gebruik van een foto zonder voorafgaande toestemming van de fotograaf.

Visie VVJ-zelfstandigen

De VVJ-zelfstandigen ijveren voor een betere betaling van freelancejournalistiek in Vlaanderen. Bij de aanvang van een carrière zou een goede freelancer toch € 38 per gepresteerd uur moeten halen en tegen het einde van zijn loopbaan zou dat zeker € 58 per uur moeten zijn.

Verschillen op grond van oplage of andere parameters zouden moeten worden opgeheven. In de uurvergoeding zijn normale kosten inbegrepen, maar bijzondere uitgaven kunnen apart worden ingebracht.

Halve en hele dagen

Er wordt gewerkt met halve (4 uur) en hele (8 uur) dagen. Voor kleine opdrachten wordt minstens 1 uur uitbetaald. Voor standaardopdrachten, zoals het verslaan van een persconferentie, een studiedag of een proces, worden vaste maatstaven uitgewerkt. In het algemeen wordt vooraf afgesproken hoeveel uren de freelancer maximaal aan een opdracht besteedt.

Daarmee zitten we nog niet aan de tarieven die bijvoorbeeld onze Nederlandse en Scandinavische vakbroeders hanteren voor freelancewerk. Het uitgangspunt daar is dat een zelfstandige journalist, bij een normale werkweek en met gemiddelde bedrijfskosten, netto evenveel verdient als een met hem vergelijkbare journalist bij een dagblad.

Terug naar ‘Aan het werk: levering en betaling’