Wat de verdiensten betreft, maken we een onderscheid tussen journalisten in vast dienstverband of loontrekkende journalisten enerzijds en freelancejournalisten anderzijds.

Loontrekkende journalisten

Wat de barema’s voor journalisten in vast dienstverband betreft, dient men bij het maken van contractuele afspraken ook rekening te houden met de geldende sectorale cao’s.
1/ cao dagbladen
Deze cao is zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige zijde opgezegd. Ze geldt nog wel als ‘inspiratiebron’ maar kan dus niet worden afgedwongen. De cao kan hier worden teruggevonden.
2/ cao weekbladen
Deze cao geldt onverkort en is hier terug te vinden.
3/ VRT

Bij de VRT worden de loon- en andere afspraken geregeld binnen het SAC (Sociaal Akkoord Contractuelen) en het administratief statuut. De grote meerderheid van de VRT-journalisten zijn contractuelen met een bediendencontract die onder het tot 2020 lopende SAC vallen. Het administratief statuut is van toepassing op statutairen/ambtenaren die nog 1/5 van het VRT-personeel uitmaken.

De loon- en andere afspraken komen tot stand na interne onderhandelingen (informeel sociaal overleg en BOC/basisoverlegcomité) in het Comité 18 (openbare dienst – Vlaamse Gemeenschap).

4/ AV private omroepen
Wat de audiovisuele private omroepen betreft, moet hier het onderscheid gemaakt tussen journalisten die werkzaam zijn voor een regionale omroep en zij die actief zijn voor Medialaan (VTM, 2BE, Vitaya, JIM, VTMKZOOM, Q-music en JOE fm), SBS (VIER, VIJF en ZES), …
– Regionale omroepen > pc 329 > zie webpagina paritair comité voor de desbetreffende cao
– Medialaan, SBS > pc 227 > zie website paritair comité voor de desbetreffende cao

 

Freelancejournalisten

Het meest penibele aspect van het zelfstandigenstatuut is ongetwijfeld de honorering. Als freelancejournalist moet je niet snel aan sparen denken. Integendeel, meer dan eens blijken de rekeningen rood te kleuren. De verleiding, vooral bij jongere journalisten, om tegen veel te lage tarieven te werken is groot, met alle nefaste gevolgen voor de algemene marktsituatie van dien.

De praktijk

Als je een vergelijking wil maken met een loontrekkende collega, hou er dan rekening mee dat die collega zijn maandloon 13,92 keer krijgt uitbetaald (wegens een ‘dertiende maand’ in december en in de zomer ook vakantiegeld). Bovendien worden de kosten voor kantoor, informatica en telecom, transportkosten en nog veel meer gedragen door de werkgever.

Wat een loontrekkende in (bijna) veertien maandlonen realiseert, moet de freelancer in elf maanden bij elkaar zien te krijgen, als hij ook een maand vakantie wil.

Anderzijds kan een freelancer deels in auteursrechten worden betaald. En die inkomsten worden fiscaal gunstig behandeld (een hoge forfaitaire kostenaftrek en een bevrijdende roerende voorheffing van slechts 15%).

Na jarenlang touwtrekken over welk deel van het inkomen kan worden gezien als betaling voor de overdracht van auteursrechten, heeft de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken op 4 april 2017 de knoop doorgehakt en beslist dat uitgevers hun freelancejournalisten onder bepaalde voorwaarden in 50% beroepsinkomsten (‘baten’) en in 50% ‘auteursrechten’ mogen betalen. 

Ook de sociale bijdragen vallen een stuk lager uit voor wie gedeeltelijk in auteursrechten wordt uitbetaald. Daar staat natuurlijk wel tegenover dat je voor dat deel geen sociale rechten opbouwt.

Maar wat betalen media nu in de praktijk?

Hoeveel verdienen freelancejournalisten nu echt in Vlaanderen? Uit een enquête van 2016 leerden we dat de grootste groep zich situeert tussen € 10.000 en 30.000 netto per jaar.

Met een aanvullende enquête in oktober 2017 hebben we gepeild naar de tarieven per mediabedrijf. Het resultaat oogt heel divers. Betalingen kunnen gebeuren per opdracht, per regel, per letterteken… Dat maakt vergelijken natuurlijk niet evident.

De meeste freelancejournalisten werken met een licentieovereenkomst, waarin de vergoeding is opgesplitst in 50% ‘baten’ en 50% ‘auteursrechtelijke vergoeding’. Dat is een gevolg van de fiscale ruling die Financiën in 2017 heeft goedgekeurd op vraag van de VVJ en de Vlaamse uitgevers (Mediahuis, De Persgroep, Roularta en ook Belga). Toch blijken vooral kleinere uitgevers nog niet helemaal op de hoogte van deze voor freelancejournalisten (en indirect ook voor henzelf) zeer aantrekkelijke fiscale vergoedingswijze. Soms ligt het ook aan de journalist dat hij niet onder de regeling valt, met name wanneer die via een vennootschap werkt en factureert.

Ook de kostenvergoeding wordt uiteenlopend geregeld. Soms gebeurt dit afzonderlijk, soms wordt die vergoeding geïntegreerd in een totaalbedrag. Bij de audiovisuele media is er meer een tendens om gemaakte kosten als zodanig te betalen, bij de geschreven pers is dat minder het geval.

Naar de resultaten van de enquête onder freelancers over hun verdiensten gaat het hier.

Betalingstermijn

Indien er in de overeenkomst geen datum of termijn voor betaling is bepaald, dient de betaling te gebeuren binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de dag volgend op de dag waarop de factuur (voor een btw-plichtige zelfstandige) of ander verzoek van betaling werd ontvangen.

In veel sectoren geldt in de regel een betalingstermijn van 15 dagen tot één maand, zo ook in de journalistiek. In de praktijk volgt de betaling in de meeste gevallen dan binnen de maand na publicatie of insturen van de factuur. Sommige freelancers klagen echter dat ze zelfs na twee of meerdere maanden niet zijn vergoed. Wacht hoe dan ook zelf niet te lang met het versturen van je factuur of ereloonnota eens je je opdracht hebt volbracht.

Ook in de mediasector zijn er stipte en minder stipte betalers. Probeer via collega’s of de VVJ uit te vissen wie tot welke categorie behoort.

Wanbetalers

Stuur hem een herinnering, via een mail of een aangetekende brief. Door als onderwerp ‘ingebrekestelling’ te vermelden, wordt het meteen duidelijk waarover het gaat. Vergeet ook niet een nieuwe deadline of betalingstermijn op te nemen in je schrijven – bijvoorbeeld 14 dagen. Vorder een aanvullende vergoeding (schadevergoeding) voor het geval de klant in gebreke blijft.

Blijft de klant weigeren, dan kun je de VVJ inschakelen. Als beroepsunie kunnen we extra druk op de ketel zetten of – desgewenst – als bemiddelaar optreden. De tussenkomst van de VVJ is reeds meermaals succesvol gebleken.

Als ook dan de klant nog Oost-Indisch doof blijft, dan kun je – al dan niet via de VVJ – de gerechtelijke weg bewandelen (indien het openstaande saldo voldoende hoog is).

Schadevergoeding bij ongeoorloofd gebruik van je werk

Meer dan eens komt het voor – zeker online – dat je werk zonder je toestemming en eventuele vergoeding wordt gereproduceerd. In al die gevallen is er sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Nog erger wordt het wanneer je tekst zonder je medeweten werd gewijzigd of wanneer er een andere naam vermeld staat bij jouw werk.

In al die gevallen kun je om te beginnen eisen dat je werk onmiddellijk offline wordt gehaald. Daarnaast kun je ook een factuur of ereloonnota opstellen waarin je een vergoeding eist voor de reproductie van je werk alsook een schadevergoeding. Die kan bijvoorbeeld nog eens het dubbele bedragen van de basisvergoeding. Tegenwoordig bestaan er diverse tools waarmee je het internet kunt afzoeken naar ongeoorloofde reproducties van je werk. Voor fotografen is bijvoorbeeld Permission Machine een optie: https://permissionmachine.com/nl/.

VJJ/AVBB-adviestarieven per regel van 60 tekens

De VVJ ijvert intensief voor een betere betaling van freelancejournalistiek in Vlaanderen. Het uitgangspunt is dat een zelfstandige journalist in een normale werkweek en met gemiddelde bedrijfskosten, netto evenveel verdient als een loontrekkende journalist in een vergelijkbare situatie. Bij voorkeur verdient hij trouwens een stuk méér, gelet op zijn extra werkingskosten en risico’s.

Goede journalistiek staat of valt met faire vergoedingen. En elke samenleving is gebaat met goede journalistiek.

Uurtarief

Een interessante optie is werken met een uurtarief. Op die manier word je vergoed voor het effectieve werk dat je verrichtte. Bij de aanvang van de carrière zou een freelancer bijvoorbeeld minimaal € 38 per gepresteerd uur moeten halen en tegen het einde van zijn loopbaan zou dat minstens € 58 per uur moeten zijn. Ter vergelijking: uit een enquête van Unizo, gepubliceerd in oktober 2017, blijkt dat 72% van de freelancers (niet enkel journalisten dus) een uurtarief hanteert tussen € 30 en € 90 (excl. btw).

Kosten kunnen in de uurvergoeding worden meegerekend, maar je kunt ze ook afzonderlijk inbrengen, wat fiscaal gezien interessanter kan zijn. Bijzondere uitgaven worden hoe dan ook best apart ingebracht.

Bij een uurtarief wordt er voor een kleine opdracht minstens 1 uur uitbetaald. Voor standaardopdrachten, zoals het verslaan van een persconferentie, een studiedag of een proces, kunnen vaste maatstaven worden uitgewerkt. Er kan ook worden afgesproken hoeveel uren de freelancer maximaal aan een opdracht besteedt.

Regelvergoeding voor tekst

De VVJ/AVBB heeft een lange traditie van adviestarieven voor schrijvende journalisten, gebaseerd op een regel van 60 tekens, waarbij ook de aard van het werkstuk en de oplage bepalende factoren zijn. Wil je bijvoorbeeld weten hoeveel een pagina in een nieuwsmagazine van 4000 tekens zou moeten opbrengen, dan vermenigvuldig je onderstaande cijfers met ongeveer 67. Belangrijk ook hier is dat het om minima gaat. Wees je er ook van bewust dat het om aanbevolen tarieven gaat, die niet formeel afdwingbaar zijn.

 OPLAGE 50.000 ex. Van 50 tot 100.000 Van 100 tot 200.000 Meer dan 200.000
Bewerking persberichten, conferentie- en gemeenteraadverslag , processen  

€ 1,25

 

€ 1,49

 

€ 1,76

 

€ 1,97

commentaarstuk, recensie € 1,79 € 2,18 € 2,59 € 2,73
reportage, achtergrondverhaal, interview € 1,97 € 2,41 € 2,85 € 3,12
Regelvergoeding voor foto’s

Voor foto’s bevelen we de adviestarieven aan die SOFAM, de auteursrechtenvennootschap voor fotografen, hanteert. SOFAM past deze tarieven toe bij het verlenen van licenties aan een eenmalige gebruiker van foto’s wanneer er geen samenwerking op regelmatige basis bestaat. Ook bij de regularisatie van onrechtmatig gebruik van een foto (zonder voorafgaande toestemming van de fotograaf) worden deze tarieven toegepast.

OPLAGE  – 50.000 ex. Van 50 tot 100.000 Van 100 tot 200.000 Meer dan 200.000
 

€ 95,11

 

€ 105,53

 

€ 116,27

 

€ 126,99

Voor magazines, gespecialiseerde publicaties, ondernemingsbladen en huis-aan-huisbladen, hanteert SOFAM volgende tarieven (in euro):

oplage <15.000 <20.000 <25.000 <50.000 <100.000 <250.000 <500.000 >500.000
¼ p. 92,50 109,03 118,02 144,11 160,64 176,01 192,83 209,07
½ p. 109,03 118,89 132,81 161,80 177,17 193,99 210,81 225,89
1/1 p. 118,02 132,81 144,99 177,17 193,99 210,81 225,89 258,08
2/1 p. 131,94 144,99 161,80 193,99 210,81 226,18 258,08 289,97
cover 160,64 177,17 193,99 226,18 258,08 289,97 323,61 387,69

SOFAM past deze tarieven toe bij het verlenen van licenties aan een eenmalige gebruiker van foto’s wanneer er geen samenwerking op regelmatige basis bestaat tussen fotograaf en gebruiker, evenals in geval van regularisatie van het gebruik van een foto zonder voorafgaande toestemming van de fotograaf.

Terug naar ‘Aan het werk: levering en betaling’