Wederik De Backer: ‘Als freelancer met een idee ben je vaak een cadeau voor een redactie’

Hoe ben je in de journalistiek beland?

Ik heb geen journalistieke opleiding gevolgd, maar ben wel afgestudeerd als radiomaker aan het RITCS. Voor mij was dat de opleiding van de laatste kans. Voordien wou ik experimenteel filmmaker worden, maar dat vonden de docenten aan Sint-Lukas gaandeweg een zeer slecht idee, dus daar ben ik na 2 jaar mee gestopt. Vervolgens heb ik een jaar communicatiewetenschappen gevolgd, en toen was bijna al mijn leerkrediet op. Zo belandde ik op het RITCS en ik vloog er meteen obsessief in. Reportages en documentaires maken geeft je de kans om mensen vragen te stellen die je anders nooit zou durven stellen, en ik stootte op verhalen die mij ontroerden of kwaad maakten. Zo maakte ik voor Radio 1 eens de podcastreeks ‘Moeders ten laste’, samen met Justine Vergotte, over de pensioenkloof bij gescheiden vrouwen. Dat is niet meteen het meest geile onderwerp, maar door daarover te gaan praten met experts stelden we vast dat sommige mensen door de mazen van het net vallen en vergeten worden. Mijn moeder zat toen ook in dat schuitje, met een pensioen dat lager is dan het bestaansminimum. Die verontwaardiging geeft me de energie om veel tijd in een onderwerp te steken.

Ben je onmiddellijk na je studies als zelfstandig audiomaker aan de slag gegaan?

Ik heb enkele jaren bij de VRT gewerkt, eerst als redacteur voor een project rond het 100-jarig bestaan van de radio, daarna als copywriter voor MNM en Radio 2. Redelijk snel ben ik ook deeltijds zelfstandige geworden, omdat ik het leuk en spannend vond om een eigen bedrijfje te hebben. Ik had nog geen opdrachten, maar wel al visitekaartjes! (lacht) Ik wist wel dat ik heel graag aan documentaires en lange reportages werkte, wat een dikke 10 jaar geleden in België een nagenoeg uitgestorven genre was. Maar als student was ik al eens tweede geworden bij de NTR Podcastprijs, en zo kon ik voor de Nederlandse omroep NPO documentaires beginnen maken. Dat zijn wekelijkse uitzendingen van 30 à 45 minuten, wat de perfecte tijdsduur is om één onderwerp uit te spitten, samen met een goede eindredactie. Nadat ik eens de Prix Europa gewonnen had met een fictiestuk (‘Almanak’, red.) kwam ik ook bij de WDR terecht voor hoorspelen en reportages. Die hebben nog aanzienlijke budgetten, want Duitsers hebben nog het verplicht kijk- en luistergeld. Het afgelopen jaar heb ik vooral gewerkt aan een reeks voor NPO, maar nu begin ik aan iets voor Knack. Ongeveer de helft van mijn opdrachtgevers is Belgisch, de rest buitenlands.

In de afgelopen 10 jaar zag je vast ook de belangstelling voor podcasts enorm toenemen?

De BBC, NPR of New York Times hebben vrij snel gezien dat audio interessant kan zijn, en omdat de Belgische en Nederlandse media goed in de gaten houden wat er daar beweegt, zijn zij er ook mee gaan experimenteren. Vandaag kan je met een idee naar Knack of De Standaard stappen, terwijl zij daar vroeger helemaal geen ruimte voor hadden. Er wordt me zelden gevraagd om iets te maken, ik dien bijna altijd zelf een voorstel in. Dat is leuk, en door mezelf te verplichten om een idee samen te vatten op een A4’tje, komen de verschillende lagen in een onderwerp snel bloot te liggen. Soms wordt een idee afgewezen, maar dan neem ik kwaad mijn rugzakje en zeg ik: ‘awel, dan stap ik ermee naar de concurrent.’ (lacht)

Vanwaar het idee om een eigen vakvereniging op te richten, Klankverbond?

Zo heb je als sector een aanspreekpunt, en kan je bijvoorbeeld op de koffie bij de minister van Media om uit te leggen dat audiomaker een volwaardig beroep is en waarom we ook aanspraak moeten kunnen maken op financiering en beurzen. Inmiddels staat in de beheersovereenkomst van de VRT dat ze onafhankelijk audiowerk actief moet ondersteunen. Daarnaast willen we ook een netwerk zijn waarin kennis in alle openheid kan gedeeld worden. Soms ligt dat moeilijk omdat er ook concurrentie speelt. Maar tegelijk vind ik het goed voor de sector dat er zoveel mogelijk voorstellen circuleren. Als er veel beweegt, ontstaat er ook een kritische massa om zaken gedaan te krijgen.

Welke goede raad kan je nog meegeven aan collega-freelancers?

Omring je met getalenteerde mensen die je respecteert. Ik stel vaak gewoon aan iemand de vraag of ik eens mag langskomen om enkele ideeën te bespreken. Voor een filmdocumentaire ben ik zo net 2 dagen voor een proefmontage bij Rik Chaubet geweest, die ‘Soundtrack to a Coup d’Etat’ gemonteerd heeft. Die man heeft een zeer breed referentiekader en stelt goede vragen. Wat intimiderend is, maar als je je nederig opstelt, is dat een cadeau. Zulke mensen zijn ook altijd guller met hun tijd dan je zou verwachten. Als je daarnaast voorstellen naar media stuurt, merk je dat men ideeën graag een kans geeft. De intensiteit van werken op redacties is de afgelopen jaren aanzienlijk verhoogd, en men is daar vaak ook op zoek naar andere mensen om bijvoorbeeld in vakantieperiodes het wekelijkse programma te verzorgen. Zo ben je als freelancer met een idee vaak ook een cadeau voor hen.

Studies: RITCS (radiomaker)

Werk: Enkele jaren in loondienst bij de VRT, sinds 10 jaar voltijds zelfstandig audiomaker. Maakt podcasts en audiodocumentaires voor onder andere VRT, De Standaard, Apache, NRC, NPO, NTR, KCRW en WDR.

Hans Dierckx

(c) Inge Kinnet
(c) Inge Kinnet