(c) illustratie Revista/Capone

Fiscaliteit en auteursrechten

(c) illustratie Revista/Capone

Journalistiek komt in aanmerking voor een gedeeltelijke vergoeding van het afgeleverde werk in auteursrechten. Deze worden belast als roerende inkomsten, onderworpen aan een fiscaal voordelig tarief van 15%.

De programmawet van 26 december 2022 hervormde het fiscale voordeelregime voor auteursrechtvergoedingen. Om kort te gaan: journalistiek werk valt – voorwaardelijk – binnen het nieuwe toepassingsgebied maar de in aanmerking te nemen auteursrechtvergoeding zakt naar 30% van de totale vergoeding (inclusief de vergoeding voor de geleverde prestaties dus). Dat gebeurde niet abrupt. Voor aanslagjaar 2024 (inkomstenjaar 2023 dus) kon er nog 50% ingebracht worden als auteursrechtvergoeding en veranderde er dus niets. Dat was anders vanaf aanslagjaar 2025 (inkomstenjaar 2024): toen daalde het aandeel auteursrechten naar 40%. Sinds aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) ten slotte bedraagt de auteursrechtvergoeding definitief 30% van de totale vergoeding.

Voor wie?

Ten eerste geldt het nieuwe regime enkel voor de oorspronkelijk rechthebbende. Dat is de auteur of – in de context van journalistiek – de journalist die het werk creëerde. Ten tweede moet de journalist zijn of haar auteursrechten overdragen of in licentie geven met het oog op daadwerkelijke en publieke exploitatie ('mededeling aan het publiek', 'openbare uitvoering' of 'reproductie').

Rechtstreeks of via een beheersvennootschap

Of je nu de inkomsten uit die overdracht of licentieverlening rechtstreeks ontvangt dan wel via een beheersvennootschap – de Journalisten Auteursmaatschappij (JAM) bijvoorbeeld – maakt niet uit voor de toepassing van het voordeelregime.

Auteursrechtelijk beschermd werk

Het gunstregime is van toepassing op auteursrechtelijk beschermd werk. Een werk wordt auteursrechtelijk beschermd als er twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste moet het gaan om een concrete realisatie (een krantenartikel, podcast of foto bijvoorbeeld). Loutere ideeën volstaan niet. Daarnaast moet het werk 'een eigen intellectuele schepping van de auteur' zijn. Aan de basis van het werk liggen met andere woorden de vrije en creatieve keuzes van de auteur. Zo genieten zuiver taalkundige correcties geen auteursrechtelijke bescherming. Een redactionele bijdrage door keuze van het onderwerp, perspectief, geïnterviewden enzovoort wel.

Buitenlandse inkomsten

Ook buitenlandse inkomsten vallen mogelijk onder het voordeelregime. Van belang daarbij is of het werk in kwestie valt onder het lokale auteursrecht.

Niet langer roerende maar beroepsinkomsten

Auteursrechtelijke vergoedingen worden belast als roerende inkomsten. Toch is het daarbij opletten geblazen en gelden er drie specifieke drempels. Als de vergoedingen voor auteursrechten boven een van die drempels zitten, kan de fiscus de inkomsten geheel of gedeeltelijk belasten als beroepsinkomsten.

Concreet moet er rekening gehouden worden met een absolute, relatieve en gemiddelde drempel. De absolute drempel klokt voor aanslagjaar 2026 af op 77.220 euro. Inkomsten tot en met dat bedrag worden onweerlegbaar vermoed roerende inkomsten te zijn. De relatieve drempel betekent dat vanaf inkomstenjaar 2024 40% en vanaf inkomstenjaar 2025 nog 30% van het totaalbedrag (inclusief prestatievergoeding dus) kan aangemerkt worden als auteursrechtvergoeding. Belangrijk daarbij is dat enkel het bedrag boven de drempel geherkwalificeerd wordt.

De gemiddelde drempel tot slot houdt in dat de gemiddelde auteursrechtelijke vergoeding voor auteursrechten in de vier vorige belastbare tijdperken niet hoger mag zijn dan de absolute drempel (voor aanslagjaar 2026 is dat 77.220 euro). Is dat wel zo dan wordt de aangemerkte vergoeding van het betrokken jaar geheel belast als beroepsinkomsten. Samengevat leidt overschrijding van de laatste drempel ertoe dat de inkomsten uit auteursrechten geheel als beroepsinkomsten worden beschouwd. Dat is niet het geval bij overschrijding van de eerste en tweede drempel. In dat geval wordt enkel het bedrag boven de drempel geherkwalificeerd.

Impact ruling

De globale vergoeding die journalisten momenteel ontvangen dekt een prestatie- en auteursrechtelijke vergoeding. Deze laatste vergoeding omvat de eerste exploitatie (bv. website) maar even goed elke andere exploitatie erna (papieren prints, apps, enz.). De ruling laat het nu voorwaardelijk toe om de huidige globale vergoeding op te splitsen en deze valt nu uiteen in een vergoeding voor een eerste exploitatie en één voor aanvullende exploitaties. Het is enkel voor deze eerste exploitatie dat de vergoeding opnieuw twee delen dekt: een prestatie- en auteursrechtelijke vergoeding. Dit onderscheid is niet nodig bij de vergoeding voor aanvullende exploitaties.

Twee contracten

In een eerste kaderovereenkomst met de freelancer wordt voorzien in een recht op een eerste exploitatie (primair gebruiksrecht). Daarnaast regelt ze de mogelijkheid voor de uitgever om de secundaire exploitatierechten te verwerven. Als dat het geval is, is er een tweede kaderovereenkomst nodig. Die regelt verplicht voor elke exploitatiewijze de vergoeding, de reikwijdte en de duur van de overdracht.

Onderscheiden facturatie en betaling

Naast onderscheiden overeenkomsten voor het primair en secundair gebruiksrecht wordt ook voorzien in onderscheiden facturatie en betalingen.

Hoofd- en bijberoep

De regeling is van toepassing op hoofd- en bijberoepers.

Gelding

De ruling geldt sowieso voor wie werkt voor een uitgever die partij is bij de ruling. Dat zijn Belga, DPG Media, Mediafin, Mediahuis, Roularta en Euractiv. Daarnaast heeft ze mogelijk ook voor andere uitgevers precedentwaarde.

De ruling geldt voor vijf jaar en dit sinds 1 januari 2024 (en dus voor inkomsten tot en met 31 december 2028).

Retroactief

Vermits er al auteursrechtvergoedingen betaald zijn van 1 januari 2024 tot de inwerkingtreding van de ruling, is in het eerste contract opgenomen dat het alle overdrachten dekt sinds 1 januari 2024 en dat er impliciet geopteerd werd voor de overdracht van de aanvullende gebruiksrechten. Die aanvullende gebruiksrechten worden dan, zoals aangehaald, geregeld door een tweede contract. In een tweede stap gebeurt er een rechtzetting van de aangiftes en betalingen van de roerende voorheffing, alsook van de facturen die zouden verwijzen naar het 21%-tarief.

Voor het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026):

Auteursrechten Forfaitaire kosten Roerende voorheffing
€ 0 – € 20.100 50% 15%
€ 20.100– € 40.190 25% 15%

Opgelet, vanaf 1 januari 2026 kan het kostenforfait alleen nog toegepast worden voor wie een gewoon kunstwerkattest of kunstwerkattest plus heeft. Wie zich in een andere situatie bevindt mag enkel nog de werkelijk gemaakte kosten in rekening brengen. Journalisten hebben doorgaans evenwel geen kunstwerkattest.

Facturatie

Factureer je in het kader van de ruling, dan dien je dus 2 facturen op te maken, gedateerd op 2 verschillende dagen.

Een rekenvoorbeeld, voor een factuur van 100 euro:

Factuur eerste exploitatie (60,50%):
-Dienstverlening 82,64% (6% btw): 50 euro + btw
-Auteursrechten 17,36% (6% btw): 10,50 euro + btw
Mededeling: Vergoeding onder Kaderovereenkomst Auteursrechten eerste exploitatie. De vergoeding wordt betaald met inhouding van de vereiste roerende voorheffing van 15% op het deel auteursrechten.

Factuur aanvullende exploitatie (39,50%):
-Auteursrechten 100% (6% btw): 39,50 euro + btw
Mededeling: Vergoeding onder Kaderovereenkomst Auteursrechten aanvullende exploitaties. De vergoeding wordt betaald met inhouding van de vereiste roerende voorheffing van 15%.

Factureer je buiten de ruling, dus met 30% auteursvergoeding, dan maak je je factuur als volgt op.

Factuur:

-Auteursrechten 30% (6% btw): 30 euro + btw
-Dienstverlening 70% (6% btw): 70 euro + btw
Mededeling: De vergoeding wordt betaald met inhouding van de vereiste roerende voorheffing van 15%. 30% van de vergoeding wordt beschouwd als vergoeding voor de licentie van auteursrechten, onderworpen aan roerende voorheffing, en 70% wordt beschouwd en betaald als beroepsinkomsten.

Betaling en fiche 281.45

Zoals vermeld in de factuurmededelingen houdt de klant dus een deel van de roerende voorheffing af. Het gaat om 15% van het aandeel auteursrechten, maar in de realiteit is dat vaak maar 7,5% (rekening houdend met het kostenforfait van 50% op de eerste schijf). Dit houd je best zelf goed bij, en vermeld de juiste percentages op de factuur, om het je klant zo gemakkelijk mogelijk te maken.

De klant stort dit bedrag rechtstreeks door naar de fiscus. In het begin van het aanslagjaar bezorgt je klant je dan fiscale fiche 281.45, voor je aangifte van het voorbije inkomstenjaar.

Meer info

Informatie over auteursrechten, hun fiscaal en sociale zekerheidsregime, en modelfacturen vind je hier.

Fiscaliteit en auteursrechten