Faciliteiten voor starters
Voor startende zelfstandigen zijn er tegemoetkomingen uitgewerkt op diverse niveaus. Soms kunnen ze terugvallen op een gunstige sociale regeling (1), in bepaalde gevallen zijn er financiële (2) of fiscale (3) duwtjes in de rug, en ook boekhoudkundige bijstand (4) is mogelijk.
Gunstige sociale regelingen
1. Werkloosheidsuitkering voor werkzoekende of werknemer die zelfstandig wordt
Werkzoekenden of werknemers die aan de slag willen gaan als zelfstandige, kunnen gedurende vijftien jaar aanspraak blijven maken op werkloosheidsuitkeringen, mocht het fout lopen.
1.1 Van werkzoekende naar zelfstandige
Als je werkzoekend bent en op zelfstandige basis aan de slag gaat, dan kun je gedurende maximaal 15 jaar je recht op werkloosheidsuitkering behouden.
Je moet het wel minstens zes maanden hebben ‘geprobeerd’ als zelfstandige. Wie minder dan zes maanden als zelfstandige aan de slag is geweest, heeft recht op een werkloosheidsuitkering nadat hij eerst een wachttijd heeft doorlopen.
Breng de RVA schriftelijk op de hoogte van je start als zelfstandige en krijg vervolgens een schriftelijke bevestiging dat je je werkloosheidsrechten behoudt.
Ben je werkloos en wil je je voorbereiden op een zelfstandige beroepsactiviteit, dan kun je onder bepaalde voorwaarden al enkele handelingen verrichten zonder je recht op uitkering te verliezen. Denk aan het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, het leggen van contacten, het inrichten van ruimten of het installeren van materiaal. Dat mag wel niet langer duren dan zes maanden. En ook hier weer: vergeet niet de RVA vooraf op de hoogte te brengen.
Schoolverlaters
Wat als je een zelfstandig beroep uitoefent tijdens de beroepsinschakelingstijd als schoolverlater? In dat geval worden de dagen van zelfstandige activiteit in hoofdberoep in aanmerking genomen voor het vervullen van de beroepsinschakelingstijd.
1.2 Van werknemer naar zelfstandige
Als je voor je zelfstandige activiteit voldoende lang hebt gewerkt in loondienst, dan kan je na stopzetting van je zelfstandige activiteit, toegelaten worden tot het recht op uitkeringen op grond van die voorgaande tewerkstelling in loondienst. Het aantal vereiste dagen van tewerkstelling en de duur van de referteperiode waarin de arbeid gelegen moet zijn, is afhankelijk van je leeftijd op het ogenblik van de uitkeringsaanvraag. Je moet je zelfstandige activiteit wel minimum 6 maanden en maximum 15 jaar uitgeoefend hebben.
Ook als je als werknemer ontslag neemt of ontslagen wordt en je vervolgens een zelfstandige activiteit begint, kun je gedurende 15 jaar aanspraak blijven maken op een werkloosheidsuitkering voor het geval je de zelfstandige beroepsactiviteit weer zou opgeven. Essentieel is dat je bij de RVA een dossier indient om je rechten op werkloosheid te vrijwaren.
Als je een uitkeringsaanvraag indient na je zelfstandig beroep, wordt het bedrag van je uitkering berekend op basis van je vorige loon.
|
Meer info |
2. Aangepaste sociale bijdragen
Sociale bijdragen worden berekend op je (geschat) inkomen van het jaar zelf, maar omdat het om een geschat inkomen gaat, zijn die bijdragen dus ‘voorlopig’. Om in te schatten hoeveel je voorlopig moet betalen, krijg je per kwartaal een bedrag voorgelegd, gebaseerd op het inkomen van drie jaar geleden. Dat kun je laten aanpassen (verhogen of verlagen, naargelang je inschatting van je inkomen dit jaar). In 2026 betaal je dus sociale bijdragen op basis van het netto belastbare jaarinkomen van 2023.
Als je pas start (je bent starter de eerste drie volledige jaren als zelfstandige), heb je geen referentieperiode. Je betaalt dan ofwel sociale bijdragen op het inkomen dat je denkt te hebben in het betreffende jaar, ofwel de wettelijke minimumbijdrage. Die bijdrage wordt in 2026 berekend op een jaarinkomen van € 17.374,08. De voorlopige minimumbijdrage bedraagt dan € 917,58.
Start je voor het eerst in hoofdberoep dan kan je een starterskorting aanvragen. Dan betaal je de eerste vier kwartalen verminderde sociale bijdragen. Die starterskorting krijg je niet automatisch, die moet je aanvragen bij je sociaal verzekeringsfonds. Opgelet, het betreft hier een voorlopige bijdrage. Eenmaal de echte inkomsten gekend zijn (één of twee jaar later), worden de definitieve berekend. Er volgt dan een regularisatie.
Start je in het tweede, derde of vierde kwartaal van een jaar, dan betaal je sociale bijdragen op basis van het aantal gewerkte kwartalen.
Toch moet je blijven opletten. De eerste drie jaar betaal je dus voorlopige sociale bijdragen. Houd er dan ook rekening mee dat als je inkomsten hoger liggen dan het drempelbedrag, je nog bijdragen zult moeten betalen op het bedrag boven het drempelbedrag. Dat wordt – zo leert de praktijk – al te vaak vergeten, waardoor de bijkomende sociale bijdragen vaak een strop rond de nek worden. Zet dus wat geld opzij voor als je nog een restsaldo moet betalen!
|
Meer info Zie de websites van de sociaalverzekeringsfondsen voor zelfstandigen |
Financiële tegemoetkomingen
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) heeft een reeks van subsidies waar je een beroep kan op doen.
kmo-portefeuille
Zo is er de kmo-portefeuille, waardoor je financiële steun krijgt als je investeert in diensten die de kwaliteit van je onderneming verbeteren (opleiding en advies). Nieuw sinds 1 januari 2023 is dat je de kmo-portefeuille enkel nog kan gebruiken voor specifieke thema’s: bedrijfsstrategie, beroepsspecifieke competenties, digitalisering, duurzaamheid, financiële geletterdheid, innovatie, internationalisering, personeelsmanagement. Tot 31 januari 2026 waren opleidingen en adviesdiensten binnen alle thema’s mogelijk. Sinds 1 februari 2026 is advies enkel mogelijk voor trajecten rond cybersecurity.
Het toepassingsgebied voor opleidingen blijft ongewijzigd. Als kleine onderneming krijg je 30% steun, middelgrote ondernemingen 20%. Tot maximaal € 7500 per jaar. Opgelet, voor energie-efficiëntie en cybersecurity geldt dan weer verhoogde steun. In dat geval krijgen kleine ondernemingen 45% en middelgrote 35%. Van dit onderdeel weten we dat het door journalisten wordt gebruikt. Klik hier voor meer info.
Steun voor ontwikkelingsprojecten
VLAIO geeft financiële steun aan ondernemingen met vernieuwende ideeën. Het bedrag varieert van 25 tot 50% van het project, of minimum € 25.000 en maximum € 3 miljoen. Klik hier voor meer info.
Naast dit alles biedt ook de Vlaamse overheid financiële steun. Die bestaat uit leningen en waarborgen die voornamelijk maar niet uitsluitend door PMV/z (een oplossing van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen om starters en KMO’s te financieren) aangeboden worden. De doelgroep van deze financiële steunmaatregelen zijn starters en groeiers die om verschillende redenen moeilijker bij een bank terecht kunnen met hun financieringsvraag. Meer bepaald gaat het om…
... de startlening
Een maximumlening van € 100.000 aan een vaste rentevoet van 3% voor vennootschappen en zelfstandigen die nog moeten starten of die minder dan vier jaar bezig zijn. De looptijd bedraagt minimum 3 en maximum 10 jaar. De eigen inbreng bedraagt minimaal 25% van het kredietbedrag. Klik hier voor meer info.
... de cofinanciering
Een lening van maximum € 350.000 aan 3,5% (vaste rentevoet) voor starters en bestaande ondernemingen (vennootschappen en zelfstandigen). De looptijd bedraagt minimum 3 en maximum 10 jaar. De cofinanciering is bedoeld voor materiële, immateriële en financiële investeringen en de financiering van bedrijfskapitaal bij de start of de uitbouw van je activiteiten. Klik hier voor meer info.
... waarborgen
Heb je wel een sterk businessplan maar nog onvoldoende waarborgen om de bank te overtuigen? Via PMV kan je een waarborg krijgen tot en met € 2,25 miljoen, die maximaal 75% van het bedrag van je krediet dekt. Klik hier voor meer info.
... de win-winlening
Een lening van een particuliere investeerder, vriend of familielid aan een ondernemer ten bedrage van maximaal € 300.000. In ruil voor de lening krijgt de investeerder, vriend of familielid een fiscaal voordeel van 2,5% op jaarbasis. Klik hier voor meer info.
|
Meer info
|
Fiscale stimuli voor starters
De wetgever bepaalt dat je als zelfstandige verplicht voorafbetalingen op de personenbelasting moet doen. Als je dat niet doet, riskeer je een belastingvermeerdering. De fiscus verwacht vier voorafbetalingen: voor 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. In principe ben je telkens een vierde van de personenbelasting verschuldigd. Wanneer je echter voor de eerste maal als zelfstandige in hoofdberoep een onderneming opricht, ben je voor drie jaar vrijgesteld van voorafbetalingen. Gedurende die periode past de fiscus geen belastingvermeerdering toe. Dit geldt ook voor vennootschappen, maar niet voor allemaal. Zo moet het gaan om nieuwe en kleine vennootschappen. Raadpleeg je boekhouder of fiscalist en trek na of jouw vennootschap in aanmerking komt. Opgelet, starters die vrijwillig beslissen tot voorafbetalingen, komen in aanmerking voor belastingvermindering (bonificatie).
Ga ook na of je als eenmanszaak mogelijk recht hebt op een belastingkrediet bij verhoging van het eigen vermogen. Dit belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting en het eventuele saldo is terugbetaalbaar. Het wordt berekend op de aangroei van het eigen vermogen in vergelijking met het hoogste bedrag op het einde van één van de drie voorgaande belastbare tijdperken.
Het tarief van het belastingkrediet bedraagt 20%, met een maximum van € 3.750.
|
Meer info
|
Faciliteiten voor starters