(c) Robbe Vandegehuchte

Starten als freelancer: algemeen

(c) Robbe Vandegehuchte

1. Journalist én ondernemer

Wanneer ga je aan de slag als zelfstandig journalist? Als je daar zin in hebt natuurlijk. Kennelijk ontbreekt het veel jonge mensen daar niet aan. Nogal wat onderwijsinstellingen bieden dan ook een opleiding in de journalistiek aan. Klik hier voor een overzicht van opleidingen journalistiek. Anderzijds kiest niet iedereen uit vrije wil voor het freelancestatuut. Soms dwingen de omstandigheden je daartoe (zoals bijvoorbeeld wanneer je ontslagen wordt).

Journalist

Maar aan welke objectieve voorwaarden moet je nu voldoen vooraleer je in dit vak te storten? In de eerste plaats heb je een minimum aan kennis nodig: een brede algemene kennis (over veel minstens een beetje weten) en – zo mogelijk – een diepgaande kennis van een of ander thema. Zeker voor freelancers is dat laatste een pluspunt, om niet te zeggen dat het vaak een conditio sine qua non is voor werk.

Van journalisten mag uiteraard worden verwacht dat ze een goed taalgevoel hebben en kunnen schrijven, of meer algemeen, dat ze verbaal sterk staan. En fotografen of cameramensen (de zogenaamde beeldjournalisten) hebben vanzelfsprekend een goed oog voor beeld nodig. Journalisten zijn eerder extravert, want mensen contacteren en (soms indringend) ondervragen behoort tot de essentie van het vak.

Hou er verder rekening mee dat je als zelfstandig journalist doorgaans niet alleen verslaggever bent, maar ook je eigen eindredacteur, researcher en documentalist. En ook dat vergt bijzondere vaardigheden.

Ondernemer

Voor zelfstandige journalisten komt daar iets belangrijks bij. Je moet behalve een goede journalist, ook een goede ondernemer zijn. Als freelancer ben je nu eenmaal minder omringd door anderen, sta je meer alleen.

Je moet je eigen materiaal en infrastructuur verzamelen, zelf investeringen doen. Je moet je eigen marktsituatie kennen en bijhouden, altijd opnieuw zelf clientèle zoeken. Een minimum aan zelfdiscipline en moed is echt nodig. Je moet ook je eigen sociale bescherming organiseren: wie bijvoorbeeld een pensioen wil genieten dat gelijkloopt met dat van een werknemer, begint daar maar beter al meteen voor te sparen. Ook een behoorlijke dosis flexibiliteit dringt zich op, want hoewel je in principe vrij bent je eigen arbeidstijd te regelen, moet er toch vaak op de meest onregelmatige uren worden gewerkt.

Vergeet tot slot niet dat het starten van een zelfstandige journalistieke zaak geld kost. Een goede smartphone / tablet / laptop / desktop zijn wel het minimum. Reken daarbij documentatie en archiefmateriaal. En voorts de middelen om je te verplaatsen. Het opstellen van een ondernemingsplan – met een realistisch overzicht van investeringen, uitgaven en (verwachte) inkomsten – is bij dat alles een must.

2. Echte en schijnzelfstandigen

Juridisch gezien is een zelfstandige iemand die zijn beroepsbezigheid uitoefent zonder enige gezagsrelatie of ondergeschiktheid. Daarmee onderscheidt de zelfstandige samenwerking zich fundamenteel van een arbeidsovereenkomst en het ambtenarenstatuut, die wél een band van ondergeschiktheid veronderstellen.

Een contract van zelfstandige samenwerking wordt ook wel aannemingscontract genoemd. Terwijl een arbeidsovereenkomst tussen een werkgever en een werknemer wordt afgesloten, is bij een aannemingscontract sprake van een opdrachtgever en een aannemer.

Diversiteit troef

Concreet komt het erop neer dat de zelfstandige voor een opdrachtgever contractueel overeengekomen ‘opdrachten’ vervult, of op eigen initiatief gerealiseerd werk aanbiedt, veeleer dan dat hij arbeidstijd ter beschikking stelt van een werkgever. Die nuance komt tot uiting in de term ‘freelance’, die teruggaat op de middeleeuwse strijders (‘lansiers’) die hun vechtkunsten ten dienste stelden van de vorsten die daar het royaalst voor betaalden. Zelfstandige journalisten worden in het Frans trouwens vaak ‘pigistes’ genoemd, in de zin van journalisten die ‘à la pige’ (of ‘per stuk’) werken en worden vergoed.

Wat de zaken enigszins compliceert, is dat dé zelfstandige journalist eigenlijk niet bestaat. Sommige freelancers werken louter per opdracht, denk aan een reportage of een interview. Anderen beschikken over een kaderovereenkomst met een (of meer) opdrachtgever(s), en vervullen in het raam daarvan regelmatige opdrachten. Vaak is zelfs sprake van exclusieve samenwerking tussen de zelfstandige en diens opdrachtgever – wat het werken voor andere media dus uitsluit.

Tussen vaste contracten en zelfstandige samenwerking bevindt zich bovendien een schemerzone, waarin twee fenomenen opduiken. Het eerste is dat van schijnzelfstandigheid, daarnaast is er de uitzendarbeid in de mediasector.

2.1 Schijnzelfstandigheid

Wat niét kan – omdat de wet het nu eenmaal verbiedt – is dat een opdrachtgever met iemand op zelfstandige basis wil samenwerken, terwijl er feitelijk sprake is van ondergeschiktheid. Anders verwoord: de betrokkene krijgt geen arbeidsovereenkomst, terwijl zijn werksituatie feitelijk gezien helemaal aan de wettelijke omschrijving daarvan beantwoordt.

Om het onderscheid tussen een arbeidscontract en een zelfstandige samenwerking te maken, hanteert de Arbeidsrelatiewet van 2006 vier criteria: de wil van de partijen zoals uitgedrukt in de overeenkomst, maar ook de vrijheid van organisatie van de werktijd, de vrijheid van organisatie van het werk en de mogelijkheid van een hiërarchische controle. Deze vier criteria bepalen dus ook of er sprake is van schijnzelfstandigheid.

Jammer genoeg komt het fenomeen van schijnzelfstandigheid in de mediasector – zoals in nog andere sectoren – nog altijd voor. Neem het geval van een freelancejournalist die gedwongen wordt op welbepaalde momenten te presteren, en dus niet vrij is om zijn arbeidstijd zélf te regelen. Van zelfstandige journalisten wordt soms vereist dat ze werken op de redactie, of dat ze tijdens afgesproken perioden stand-by en oproepbaar zijn. Soms laat het contract quasi niet toe dat er nog wordt gewerkt voor een andere opdrachtgever. Sommige ‘freelancers’ worden onderworpen aan interne controle- en sanctiemogelijkheden in het bedrijf.

Met schijnzelfstandigen slaan werkgevers een dubbele slag. Mensen met een zelfstandig statuut kosten hen doorgaans een stuk minder dan journalisten op de payroll. Bovendien kunnen ze freelancers van de ene op de andere dag aan de kant schuiven, zonder daarbij gebonden te zijn door vervelende opzeggingstermijnen of dure opzeggingsvergoedingen.

In de jaren 90 woekerde het fenomeen van de schijnzelfstandigheid volop. Via diverse gerechtelijke procedures werden mediabedrijven toen ook gewezen op hun verantwoordelijkheid. Als we nu, bijna 30 jaar later, de balans opmaken, moeten we echter spijtig genoeg vaststellen dat het verschijnsel niet bepaald uitgeroeid is. Meer dan ooit is het statuut van de journalist precair te noemen, meer dan ooit grijpt schijnzelfstandigheid om zich heen. Niet alleen bij media die het minder breed hebben, zoals onafhankelijke internetmedia, maar even goed bij grotere spelers.

Onvrijwillig zelfstandig

Onderzoek toont aan dat voor de helft van de freelancejournalisten in Vlaanderen het statuut van zelfstandige geen vrije keuze is. Het inschakelen van journalisten als freelancer gebeurt tegen de achtergrond van managementprocessen als ‘outsourcing’ en ‘flexibilisering’ van het werk.

Met schijnzelfstandigheid is de betrokken journalist absoluut niet gebaat. Hij kan niet voluit genieten van de voordelen van het zelfstandigenbestaan, en tegelijk mist hij de voordelen van een arbeidsovereenkomst. Laatstgenoemde voordelen situeren zich zowel op het niveau van de arbeidsvoorwaarden (loonregeling, ontslagbescherming, recht op vakantie) als op het vlak van de sociale zekerheid (hoger beschermingsniveau op het vlak van werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten). Maar ook de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), die op die manier een hoop sociale bijdragen misloopt, is gedupeerde partij. Dat is meteen ook de reden waarom schijnzelfstandigheid, als een vorm van sociale fraude, de aandacht trekt van de RSZ.

Jammer genoeg komt het fenomeen van schijnzelfstandigheid
in de mediasector nog altijd voor.

Herkwalificering

De opdrachtgever heeft in principe niet het laatste woord wanneer hij een samenwerkingsverband als ‘zelfstandige arbeid’ catalogiseert. Een forse stem in het kapittel heeft de RSZ, die de sociale bijdragen ontvangt die gerelateerd zijn aan arbeidscontracten. Maar het laatste woord is uiteindelijk voorbehouden aan de arbeidsrechtbanken. Zij beslissen, bij een conflict dat aan hen wordt voorgelegd, definitief of een werkverhouding als arbeidsovereenkomst dan wel als samenwerking op zelfstandige basis of aanneming moet worden beschouwd. Daarvoor baseren de arbeidsrechtbanken zich op de eerder vermelde wettelijke criteria van contractuele afspraken, de feitelijke arbeidstijdregeling, onderworpenheid aan gezag en beschikbaarheid.

Om in concrete gevallen tot meer rechtszekerheid te komen, is in de schoot van de FOD Sociale Zekerheid een Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie ingericht. Een partij dan wel beide partijen in de arbeidsverhouding kunnen de Commissie verzoeken om een correcte kwalificatie van hun relatie. Dat moet wel gebeuren uiterlijk één jaar na de aanvang ervan of nadat er zich een nieuw element voordoet in de arbeidsrelatie.

De Administratieve Commissie is geen rechtbank, maar neemt een zogezegde rulingbeslissing. Bij een herkwalificatie moeten de partijen zelf het nodige doen om hun situatie te regulariseren. Wordt een aannemingsovereenkomst dus geherkwalificeerd als een arbeidscontract, dan komt het de werkgever toe de werknemer aan te sluiten bij de RSZ en voor hem arbeidsprestaties en lonen aan te geven. Wie het niet eens is met de beslissing van de Commissie, kan binnen de maand beroep aantekenen ertegen bij de arbeidsrechtbank.

Sinds 1 januari 2023 kan de Commissie, naast haar bevoegdheid om beslissingen te nemen, ook adviezen verstrekken. Zo’n advies kan door één partij worden aangevraagd. De adviezen zijn niet bindend. Een partij die op basis van een advies tot een herkwalificatie van de arbeidsrelatie wil komen, moet dit zelf aankaarten bij de tegenpartij.

Komen partijen niet tot een minnelijke uitweg, dan zijn de arbeidsrechtbanken bevoegd om de knoop door te hakken.

Regularisering

Eén ding is zeker: (bewezen) schijnzelfstandigheid is onwettig. De zelfstandige samenwerking zal dan ook worden geherkwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Dat heeft diverse gevolgen.

De (nieuwe) werknemer kan aanspraak maken op respect voor de arbeidswetgeving. Dat betekent respect voor arbeidstijdregelingen en collectief afgesproken lonen, inclusief eindejaarspremies en vakantiegeld. Kwam het intussen tot een ontslag, dan kan ook een opzeggingsvergoeding worden geclaimd. Dat alles kan ook retroactief tot vijf jaar terug in het verleden.

De RSZ kan sociale bijdragen vorderen (zowel de werkgevers- als werknemersbijdrage), met mogelijkheid om drie jaar terug te gaan in de tijd. De fiscus kan van de werkgever (ook achterstallige) bedrijfsvoorheffing vorderen.

Voor erkende beroepsjournalisten is nog relevant dat bij een omzetting van het zelfstandigen- naar het loontrekkendenstatuut de werkgever (ook retroactief) de aanvullende sociale bijdragen zal moeten betalen die verschuldigd zijn voor de financiering van het aanvullende journalistenpensioen voor loontrekkende beroepsjournalisten.

We moeten natuurlijk realistisch blijven: voor een journalist die zich in een situatie van schijnzelfstandigheid bevindt, is het niet vanzelfsprekend om die situatie fel aan te klagen bij zijn uitgever. Het risico dat de hakbijl valt is dan meer dan denkbeeldig. Het belet niet dat ook na het beëindigen van de samenwerking nog een regularisatie kan worden gevraagd.

Journalisten-kunstenaars, één front?

Als je artistiek, technisch-artistiek of ondersteunend artistiek aan het werk bent in België, kom je mogelijk in aanmerking voor de kunstwerkuitkering. De kunstwerkuitkering is een van de voordeelregels voor kunstwerkers. De nieuwe regels zijn sinds 1 januari 2024 van toepassing.

De kunstwerker – dat zijn schrijvers en dansers, maar ook beeld- en geluidsmonteurs, geluidstechnici, een casting-directeur of een scenograaf – kan terugvallen op enkele voordeelregels in de sociale zekerheid.

Om toegang te krijgen tot de voordeelregels heb je een kunstwerkattest nodig. Dat levert de Kunstwerkcommissie (opvolger van de vroegere Commissie Kunstenaars) af.

Zo’n attest laat toe om gedurende acht kwartalen verlaagde sociale bijdragen te betalen. Daarnaast laat de artikel 1bis-regeling kunstwerkers toe te vallen onder de sociale zekerheid als werknemers wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden om een arbeidsovereenkomst op te stellen.

Op het Kunstwerkattest bestaan ook enkele varianten. Zo geeft het kunstwerkattest plus je toegang tot de voordeelregels in de werkloosheidsreglementering en de voordeelregels onder het kunstwerkattest.

Je vraagt je kunstwerkattest aan op het toekomstig nieuw platform Working in the Arts.

Meer info vind je op cultuurloket.be.

2.2 Journalisten als uitzendkracht

Tussen ‘vast’ en ‘los’ zit uitzendarbeid. Niet zelden krijgen beginnende journalisten vandaag te horen dat ze kunnen starten, maar dan met een interimcontract.

Uitzendarbeid is mogelijk in enkele welbepaalde gevallen: om een vaste werknemer te vervangen, in geval van tijdelijke vermeerdering van werk, om een uitzonderlijk werk uit te voeren, of – sinds eind 2013 – met het motief instroom. Onder dat laatste verstaat men een terbeschikkingstelling van de uitzendkracht aan een gebruiker voor de invulling van een vacante betrekking, met het oog op een indienstneming bij gunstige evaluatie.

Nogal wat nieuwsmedia blijken vandaag voor interimcontracten te kiezen bij de aanwerving van nieuwe journalisten. Ongetwijfeld charmeert hen daarbij de grote flexibiliteit van deze tewerkstelling. In tegenstelling tot een gewone arbeidsovereenkomst kunnen uitzendcontracten bijvoorbeeld onbeperkt op elkaar volgen. Voor de kostprijs daarentegen moeten de werkgevers het niet meteen doen: uitzendcontracten zijn door de band genomen even duur als een gewoon arbeidscontract.

Bij een uitzendcontract zijn, naast de journalist, twee partijen betrokken. Met de uitgever of omroep moet men een akkoord bereiken over het uit te voeren werk, de duur van de opdracht, honoraria, onkostenvergoedingen enzovoort.

Voor de duur van het project treedt men dan officieel in loondienst bij een uitzendkantoor, dat voor de administratieve en financiële afwikkeling als schakel optreedt tussen opdrachtgever en journalist. Het uitzendkantoor berekent op basis van het tussen opdrachtgever en journalist afgesproken facturatiebedrag een brutoloon, waarvan ook nog sociale bijdragen (zowel de patronale als die van de werknemer), bedrijfsvoorheffing en een vergoeding voor het uitzendkantoor worden afgetrokken. Het uitzendkantoor kwijt zich van de betaling van alle sociale en fiscale bijdragen, en betaalt vervolgens het netto als loon uit aan de journalist.

Wie via een uitzendkantoor aan het werk gaat, moet wettelijk
minstens evenveel verdienen als een journalist in loondienst

Voordelen maar ook misbruik

De voordelen voor de journalist zijn dat hij zelf vrij blijft in het kiezen van opdrachten, zonder dat hij de gebruikelijke administratieve, sociale en fiscale papierwinkel van de zelfstandige moet doorworstelen. Bovendien heeft hij officieel het statuut van werknemer, met de belangrijke voordelen op het vlak van sociale zekerheid (denk aan ziekte, arbeidsongevallen en werkloosheid). Houd er wel rekening mee dat, na alle afhoudingen, substantieel minder overblijft van wat aan de opdrachtgever is gefactureerd.

Wie via een uitzendkantoor aan het werk gaat, moet wettelijk minstens evenveel verdienen als een journalist in loondienst. En voor de erkende beroepsjournalist moeten ook de bijkomende inhoudingen worden verricht voor het extra journalistenpensioen.

Een probleem met uitzendarbeid is dat er soms misbruik van wordt gemaakt. Sommige mediahuizen dwingen journalisten te vaak en te lang in uitzendcontracten, in plaats van ze een volwaardige arbeidsovereenkomst te geven. De wet is nochtans duidelijk: uitzendarbeid is enkel mogelijk om een vaste werknemer te vervangen, in geval van tijdelijke vermeerdering van werk, om een uitzonderlijk werk uit te voeren, of met het motief instroom. Voorts zal het gebruik van opeenvolgende dagcontracten alleen nog kunnen als een bedrijf de behoefte aan flexibiliteit kan bewijzen. Ook moeten dagcontracten sinds 2014 worden getekend vóór aanvang van het contract.

2.3 Flexi-jobs

VVJ neemt akte van het voornemen van de regering om flexi-jobs tegen de zomer van 2026 mogelijk te maken in alle sectoren. VVJ betreurt dit. De journalistieke sector is vandaag al kwetsbaar en staat onder aanhoudende druk. Flexi-jobs zullen de precaire situatie van freelancers enkel verergeren. Ze dreigen reguliere arbeidsplaatsen te ondermijnen en zetten de deur open naar nog meer onzekere arbeidsvormen, juist op een moment dat de sector stabiliteit en waardering hard nodig heeft.

Algemeen