Selma Franssen: 'Ik ben echt een overtuigd freelancer'

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?

Dat is al zo'n twaalf jaar geleden. Ik deed een talenopleiding en was communicatiemedewerker voor het Nederlandse muziekfestival Eurosonic-Noorderslag. Ik hield altijd wel van talen en ik las ook veel kranten en media, maar ik dacht er toen nog niet over om journalist te worden. Tijdens een soort van tussenjaar, waarin ik veel reisde, kwam ik een vacature tegen bij De Wereld Morgen in Brussel. Dat was een uitwisseling via de European Voluntary Service, een EU-programma waarbij je een jaar in een ander land werkt en een kleine beurs ontvangt. Omdat ik uit Nederland kom, kon ik een uitwisseling doen met België. Voor De Wereld Morgen schreef ik vooral over milieuthema's, iets wat ik met veel plezier heb gedaan.

Na afloop van die stage besloot ik in België te blijven. Sindsdien ben ik altijd als freelancejournalist actief geweest. Op een gegeven moment ging ik als redactiechef aan de slag bij Charlie Magazine, een onafhankelijk online en print magazine dat échte verhalen en realistische rolmodellen bracht rond thema's als body image, feminisme en de combinatie werk & gezin, Het magazine heeft een paar jaar bestaan. Daarna ben ik blijven freelancen in de journalistiek. Tegenwoordig schrijf ik vooral voor vakbladen, waaronder De Journalist van de VVJ.

Je komt uit Nederland. Hoe is het om daar te freelancen als journalist?

Het is al heel lang geleden dat ik freelancer was in Nederland. Ik herinner me dat het administratief wat gemakkelijker was. Je hebt er bijvoorbeeld geen onderscheid tussen hoofdberoep en bijberoep. Hier in België heb ik een periode gehad waarin ik vaak tussen hoofdberoep en bijberoep wisselde, wat tot allerlei administratieve rompslomp leidde. De sociale zekerheid is in Nederland ook minder duur. Dat is in België voor een freelancer in hoofdberoep toch een hoge drempel.

Wat motiveert je in je werk?

Ik ben echt een overtuigd freelancer. Als ik zou moeten kiezen tussen freelancen en loondienst, zou ik altijd voor freelancen gaan. Ik hou ervan dat je zoveel verschillende dingen kunt doen, steeds met andere mensen werkt en dat elke opdracht anders is. Bovendien heb je als freelancer veel vrijheid en kan je je eigen dag indelen.

Ik vind ook dat je als freelancer optimaal gebruik moet maken van de voordelen die het biedt. Soms heb ik bijvoorbeeld een periode waarin al mijn opdrachten op afstand uitgevoerd kunnen worden. Dan trek ik er een paar weken op uit naar het buitenland om op een huis en een hond te passen, en werk ik daar gewoon verder. Dat doe ik liever dan van negen tot vijf op kantoor te zitten.

Is er een interview dat je is bijgebleven?

Ik heb ooit de dichter Eileen Myles geïnterviewd, wat een heel bijzondere ervaring was. Ik was op bezoek bij een vriendin in Londen en ging naar een tentoonstelling. Daar zag ik dat Eileen Myles een paar weken later aanwezig zou zijn. Ik besloot om gewoon dat museum te mailen met de vraag of ik een interview mocht doen, terwijl ik het nog niet eens aan een medium had verkocht. Tot mijn verrassing zei het museum ja. Uiteindelijk verkocht ik het stuk aan Knack en Bustle, een Amerikaans tijdschrift. Het klikte zo goed met Eileen Myles dat ik later ook nog de kans kreeg om hen in Brussel op het podium te interviewen voor Passa Porta.

Wat staat er nog op je verlanglijst in je carrière?

Ik hoop binnen de twee jaar een nieuw boek te publiceren. Eerder schreef ik al een non-fictieboek, nu werk ik aan een roman. Dat is precies wat ik waardeer aan freelancen: je kan zijsporen inslaan. Soms doe ik ook (eind)redactie op boeken. Als journalist ben je immers voortdurend met taal bezig en kan je ook kritisch kijken naar teksten van anderen. Gebruik die verschillende skills die je opdoet in de journalistiek ook op andere plekken.

Wat is het lastigst aan het leven als freelancer?

Een van de lastigste dingen is dat in de journalistiek de tarieven laag liggen. Daarnaast vind ik het contact met redacties soms ook moeilijk. Als freelancer ben je toch een soort buitenstaander. Je kan allerlei ideeën opsturen naar redacties, maar vaak krijg je geen reactie. Soms is het ook moeilijk om te achterhalen wat de status van je artikel is. Wordt het gepubliceerd? De persoon met wie ik altijd contact had bij de redactie, werkt die er eigenlijk nog? Want mensen wisselen vaak van functie of medium, en dan is je contactpersoon ineens weg. Bij vakbladen zoals De Journalist is dat iets prettiger. Die hebben kleinere teams, waardoor je de mensen goed kent. Ik werk vaak al jaren voor hetzelfde blad en heb daar een band mee opgebouwd. Maar bij andere media is het soms een stuk moeilijker om binnen te geraken. Dat blijft echt een uitdaging in de journalistiek.

Heb je tips voor mensen die willen beginnen in freelance journalistiek?

Een belangrijke tip is om andere freelancers niet als concurrenten te zien, maar als mensen met wie je kunt uitwisselen en van wie je kunt leren. Ik heb gemerkt dat het heel waardevol is om veel contact te hebben met andere freelancers en gewoon eens te vragen hoe zij bepaalde zaken aanpakken, zeker als het gaat om financiële aspecten. Bijvoorbeeld: hoeveel krijgen zij betaald voor stukken? Ik probeer daar zelf open over te zijn. Zo ontdek je soms grote verschillen, wat je helpt om in te schatten of je eigenlijk meer zou kunnen vragen.

Daarnaast is het ook nuttig om contacten uit te wisselen: welke redacties staan open voor pitches, bij welke tijdschriften kun je terecht, of met wie zou je zeker eens contact moeten opnemen?

Probeer ook wat ondernemend te zijn. Kijk bijvoorbeeld naar Nederland: daar wonen veel meer potentiële lezers en het medialandschap is veel groter. Je hebt daar veel meer verschillende titels waar je zou bij kunnen pitchen. Ik heb dat zelf een tijd gedaan en verkocht soms hetzelfde artikel in zowel Vlaanderen als Nederland. Op die manier verdien je een hoger bedrag door een artikel dubbel te verkopen. Daarnaast raad ik aan om fondsen aan te vragen. Er zijn fondsen in Vlaanderen maar ook in Nederland waar je als Vlaming gebruik van kan maken, mits je in Nederland ook publiceert. Die fondsen willen goede journalistiek ondersteunen en zijn vaak heel blij met sterke aanvragen. Bel hen ook op, want vaak zijn ze bereid om je advies te geven over hoe zo'n aanvraag eruit zou kunnen zien. Dat kan in het begin veel werk lijken, maar als je het een paar keer gedaan hebt, valt het eigenlijk goed mee.

Hoe kom je in contact met andere freelancers?

Via de VVJ bijvoorbeeld. Ga bijvoorbeeld naar evenementen waar andere freelancers zijn, zoals bijvoorbeeld het Mediacafé van De Buren of de workshops van de VVJ Academy. Ik heb ook nog steeds contact met de mensen van alle plekken waar ik gewerkt heb. Ik heb die contacten altijd onderhouden. Al mijn opdrachten komen naar mij toe via mijn netwerk en ik post echt nooit iets op sociale media. Misschien zou ik veel meer opdrachten kunnen hebben als ik daar actiever zou zijn, maar tot nu toe heb ik het niet nodig gehad. Ik denk soms dat freelancers het idee hebben dat ze zichzelf keihard moeten promoten op LinkedIn enzo, maar dat hoeft dus niet per se.

Studies: bachelor Scandinavische talen en culturen (2006-2009), postgraduaat internationale onderzoeksjournalistiek (2017-2018), master literatuurwetenschap (2018-2019)

Werk: Was redactiechef bij Charlie Magazine. Schrijft voor vakbladen De Journalist, #ZigzagHR, Otheo. Doet projectwerk voor opdrachtgevers in de media en sociaal-culturele sector, waaronder deBuren, MO*, 11.11.11, ZIJkant en uitgevers Borgerhoff & Lamberigts en Houtekiet.

Yassine El Abadi & Steve Van Herpe

Selma Franssen