Sabine Van Damme: ‘Pensioen? Ik doe deze job tot ik doodval!’

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?

Dat is een bizar verhaal, want ik weet het zelf niet goed. In 2002 kreeg ik op reis in Afrika telefoon van iemand die vroeg wanneer ik kwam solliciteren. Ik had geen idee waarover hij het had. Dat bleek om Het Laatste Nieuws te gaan. Ik wist niet wie ik aan de lijn had, wellicht iemand die een verkeerd nummer had gebeld. Maar ik vond het een geweldig idee.

Ik werkte destijds dik tegen mijn goesting bij een bank. Ik kan wel lezen en schrijven, maar niet tellen. (lacht) Op de regioredactie in Gent mocht ik op gesprek komen bij de legendarische Dirk Dauw, die me als test meteen op pad stuurde om een stukje te schrijven over de Lokerse Feesten. In september 2002 begon ik als stadsjournalist in Gent. Dirk vloog drie weken later zelf buiten, maar ik ben gebleven. En ik doe het nog altijd even graag.

Het freelancestatuut was te nemen of te laten. Het boezemde me wel angst in: je hebt weinig pensioen en geen vangnet als je ziek wordt. Ook boekhoudkundig was het in het begin zoeken. Van zelfstandig ondernemen kende ik niets. Eigenlijk nog altijd niet. (lacht) Gelukkig heb ik een goede boekhouder die me met raad en daad bijstaat. Dat moet wel, zeker omdat regelingen als auteursrecht vaak veranderen. Anders verlies je geld.

Hoe heb je het vak geleerd?

In Gent was er toen nog een fysieke redactie. Het team nam me mee naar het stadhuis, introduceerde me bij de burgemeester en schepenen. Zo bouwde ik mijn netwerk uit. Vandaag is die fysieke redactie er niet meer, maar ik probeer nieuwe collega’s daarbij te helpen. Het verloop is groot: elk jaar beginnen er nieuwe mensen.

De nieuwe generatie sprokkelt meer nieuwtjes op Instagram en TikTok. Maar voor regiojournalistiek blijft je netwerk alles. Mensen moeten je kennen. Voor mij speelt de job zich op straat af. Daar vind ik het nieuws. Ik praat met mensen op café, met vuilnisophalers, taxichauffeurs… Zij zien en horen alles. Als journalist moet je degene zijn aan wie ze denken wanneer ze nieuws hebben.

Een andere belangrijke regel: geef nooit je bronnen prijs. Je moet een vertrouwensband kunnen opbouwen met mensen. En journalistiek betekent soms ook dat je een stuk net niet brengt.

Dat netwerk maakt je job na verloop van tijd trouwens ook gemakkelijker. Waar iemand anders drie uur moet zoeken naar de juiste versie van de feiten, weet ik soms na twee telefoons al hoe het zit.

Je schrijft over dezelfde mensen die je elke dag spreekt. Hoe combineer je een hecht netwerk met journalistieke onafhankelijkheid?

Dat is een moeilijke balans. Ik heb al een paar processen aan mijn broek gehad en gelukkig altijd gewonnen. Soms schelden politici me uit, maar evengoed bouw je met sommigen een vriendschap op. Al blijf ik journalist en dat weten ze. Als ik na een gemeenteraad met politici op café ga en zij drinken daar zeventien pinten en rijden achteraf tegen een boom, dan weten ze dat ik dat schrijf. Het is mijn job.

Je woont en werkt op dezelfde plek. Kan je de journalistiek dan ooit echt loslaten?

Eigenlijk niet. Mooie verhalen vertellen is voor mij ontspanning. Ik ben nog nooit op vakantie geweest zonder mijn computer. Als ik een verhaal zie, moet ik het kunnen maken. Ik heb ook niet echt werkuren. Dat vreet soms aan mijn privéleven. Met twee kinderen kan ik niet naar elke vergadering of iedere persconferentie. Daarom help ik in zekere zin mijn eigen concurrentie vooruit: ik werk graag samen met andere journalisten en geef kennis door. Zij leren mij op hun beurt ook dingen.

Die vrijheid is tegelijk een van de grote voordelen van het freelancen. Je plant je eigen dag. Als ik thuiskom, moet ik niet per se meteen de wasmachine of vaatwasser aanzetten. Als een van de kinderen strafstudie heeft, kan ik mijn werk aanpassen. En als ik bij mooi weer op een terras wil werken, doe ik dat gewoon. Ik schrijf ook graag 's nachts, wanneer het stil is en er geen duizend berichten binnenkomen.

Wat is er in die meer dan twintig jaar veranderd in het vak?

De werkdruk is enorm toegenomen, zeker sinds alles digitaal is geworden. Vroeger vulde je drie bladzijden in de krant en daarmee was het klaar. Maar het internet is oneindig. Een verhaal moet zo snel mogelijk online staan en een kwartier later hebben andere media het soms al gekopieerd, zonder bronvermelding. Ook de focus op clicks veranderde het vak. Vroeger bepaalden journalisten wat nieuws was. Nu is dat soms omgedraaid: waar mensen op klikken, moet je brengen. Dat frustreert me weleens.

Sociale media hebben daar nog een dimensie toegevoegd. Plots is iedereen journalist en elke uitspraak wordt meteen voor waarheid aangenomen. Zo werd bij de Gentse Feesten bijvoorbeeld gesproken over problemen en vechtpartijen. Maar niemand stelde de vraag wat precies de definitie van een vechtpartij is. Vaak ging het om een interventie van de politie die zo een vechtpartij net vermeed. In de perceptie leken de Feesten plots een plek waar mensen elkaar ineen timmerden, terwijl dat beeld helemaal niet klopt.

Mijn eergevoel vraagt dat ik verhalen juist breng: gecheckt, correct en met woord en wederwoord. Als je het goed doet, steek je er veel tijd in. Ik weet niet of een hoofdredactie altijd beseft hoeveel tijd er zelfs in kleine artikels kruipt — de verplaatsingen, de gesprekken. Als journalisten hun uren zouden uitrekenen, dat zou pijn doen.

Waaruit haal je je motivatie?

Soms kan je met journalistiek echt iets veranderen. In Gent is er bijvoorbeeld Camping ’t Stropke, uitgebaat door iemand die op de sukkel geraakte mensen probeert te helpen. Het is een sociaal project dat hij op eigen kracht doet, zonder subsidies. Plots moest die camping verdwijnen. Door de verhalen van de mensen daar op te tekenen, is ze uiteindelijk kunnen blijven.

Ik vind het nog altijd de beste job van de wereld. Of ik het wil blijven doen tot ik op pensioen ga? Als het kan, doe ik deze job tot ik doodval. Ik zie het eigenlijk ook niet als werken. Toen ik eerder deze zomer in Zuid-Frankrijk zat en door het brandgevaar nauwelijks iets kon doen, heb ik mensen gebeld en interviews uitgetypt. Voor mij was dat ook vakantie.

Studies: pol & soc - communicatiewetenschappen (1995-2000)

Werk: freelance stadsjournalist voor Het Laatste Nieuws sinds 2002. Schrijft af en toe ook voor andere opdrachtgevers, zoals Roularta (het boekje van de Gentse Feesten) en Voka.

Tom Peeters

Sabine Van Damme
(c) Inge Kinnet