Pascal Verbeken: 'Ik heb nog nooit een blik geworpen op MyPension'

Hoe ben je in de journalistiek terecht gekomen?

‘Aan de universiteit schreef ik al voor enkele studentenbladen. Ik zat er in een vruchtbare omgeving, met een heel clubje van mensen die later allemaal in de media terecht zijn gekomen, zoals Filip Rogiers, Mieke Strynckx, Sander Van den Broecke, Karl Van den Broeck, Veerle Windels en Marc Van Springel. Na mijn legerdienst, eind jaren 80, kon ik voltijds aan de slag in het onderwijs, maar vroeg De Gentenaar me ook om voor hen te freelancen. Overdag gaf ik les, schrijven deed ik ’s avonds en ’s nachts. Als twintiger kan je soms nog functioneren met 3 uur slaap per nacht. Voor de krant kwam ik in de meest uiteenlopende milieus terecht: ik maakte reportages over duivenmelkersverenigingen die hun 50ste verjaardag vierden, schreef een reeks van paginagrote stukken over de Joodse gemeenschap in Gent en maakte lange interviews met dichters. Als je dat vandaag bij een regionale krant zou gaan voorstellen, dan gooien ze je uit het raam, maar toen kon dat nog. Beide stielen waren echt een leerschool voor mij, temeer omdat journalistieke opleidingen toen nog niet bestonden in België. Na 5 jaar voor de klas ben ik dan voltijds freelancejournalist geworden, onder andere voor Knack en De Standaard.’

Heb je altijd als freelancer gewerkt?

‘Op een bepaald moment ben ik bij De Standaard in loondienst gegaan, en daarna bij Humo. Een carrièreplan heb ik nooit gehad, maar achteraf bekeken heb ik wel steeds op het juiste moment geschakeld, naargelang de omstandigheden van het moment. Wanneer je een huis begint af te betalen en verantwoordelijk wordt voor kinderen, is het verstandig om onder dak te zijn bij een stabiel, degelijk medium. Aan het begin en het einde van je carrière kan je dan meer een vrije vogel zijn.’

Die vrije vogel werd je weer als schrijver van boeken?

‘In 2005 maakte ik voor Humo een reeks over Vlamingen in Wallonië. Dat was de kiem van mijn boek ‘Arm Wallonië’. Om dat boek te schrijven had ik 8 maanden loopbaanonderbreking genomen. Voor de opvolger, ‘Grand Central Belge’ deed ik hetzelfde en heb ik ook mijn vaderschapsverlof opgesoupeerd. Toen moest ik klare wijn gaan schenken, zowel tegenover mezelf als mijn werkgever, en daarom heb ik in 2011 weer voor de freelancerij gekozen. Ondertussen zit ik aan 7 boeken, en ik heb het me nooit beklaagd. De laatste 10 à 15 jaar is het op veel redacties onrustig en onzeker geweest omdat de verkoopcijfers onder druk staan.’

Hoe houd je je kassa gezond tijdens het lange schrijven en schaven aan een journalistiek boek?

‘Het is een eenzame mars, maar het is niet zo dat er tijdens dat hele proces geen cent binnenkomt. Je kan bijvoorbeeld subsidies krijgen bij het Fonds Pascal Decroos, of bij het Vlaams Fonds der Letteren, dat non-fictie erkent als genre als er ook een literair-narratieve kwaliteit aanwezig is. Je moet dat allemaal wel opbouwen, natuurlijk. Als je nog nooit een boek geschreven hebt, ga je ook niet meteen fatsoenlijke subsidiesommen krijgen. Er zijn ook inkomsten uit royalties, lezingen, SABAM, verkoop van audiovisuele rechten en eenmalige projecten – mijn reisboek ‘Tranzyt Antverpia’ was een opdracht van de stad Antwerpen. Van de meeste van mijn boeken heeft daarnaast ook een reeks in de krant gestaan, wat ook een inkomstenbron is. Ik doe ook vertelwandelingen, de laatste tijd vooral in Charleroi (naar aanleiding van zijn recentste boek ‘Mijn Charleroi. Een gids voor ontdekkingsreizigers’, red.). Als freelancer moet je een aantal verschillende sporen open houden, want de onzekerheid blijft het moeilijkste. Er moet maar ergens op een redactie een nieuwe chef komen, en je kan al in de problemen komen met je leveringen. Nog een tip: zoek een goede boekhouder met kennis van auteursrecht.’

Maar je kan uiteindelijk wel leven met die zakelijke onzekerheid?

‘Ik ken geen enkele journalist die er rijk van geworden is. Zelfs Joseph Roth en George Orwell, toch van de grootsten aller tijden, hebben een leven lang moeten knokken. Maar ik ken anderzijds ook geen enkele kassierster, wegenwerker of postbode die rijk geworden is van zijn baan. Zonder klef te willen klinken, maakt de journalistiek je wel op een andere manier rijk: het geeft je een inzicht in de mensen en de wereld, je komt op veel plekken, in veel milieus. Dat mag je niet onderschatten.’

Wat raad je een jonge journalist aan die de stap als zelfstandige waagt?

‘Er is veel negativisme en cynisme, maar ik zou zeggen: luister niet te veel naar al die sombere mannen die in de journalistiek rondlopen. Investeer je energie liever in het leren van interessante voorbeelden. Als je als 22-jarige gaat klagen dat je niet veel gaat verdienen en een onzeker leven gaat leiden, dan zoek je beter iets anders. Ga aan de slag, bouw iets op en zie waar je uitkomt. En als je er geen trek meer in hebt, dan is het ook helemaal geen schande om ermee te stoppen. Ik weet wel dat het geen gouden tijden zijn in de Vlaamse media, maar voor jonge mensen die er iets van willen maken, kan het nog altijd.’

Heb je concrete tips?

‘Ik stak zelf veel tijd in het demonteren van boeken van andere journalistieke schrijvers. Hoe zit hun werk technisch in elkaar? Wat is het vertelperspectief? Hoe ligt de verhouding tussen sfeerschepping, interviews en andere informatie? Een ander concreet advies: zorg ervoor dat je altijd wel ergens een reeks of een vaste rubriek hebt lopen, want dan heb je toch al elke week een vaste levering. In De Standaard der Letteren interviewde ik een tijdlang elke week een oude schrijver over zijn debuut. Dat was ook op persoonlijk vlak uiterst boeiend.’

Wat zit er de komende jaren nog in de pijplijn?

‘Ik heb nog nooit een blik geworpen op MyPension. Hier ligt nog een lijst met een 15-tal onderwerpen. Mijn leven zal hoe dan ook te kort zijn om ze allemaal aan te pakken, maar ik kachel gewoon door en we zien het wel. Ik ben nu weer bezig aan een boek, en werk ook aan een documentaire.’

Studies: Germaanse filologie Nederlands-Engels (Universiteit Gent)

Werk: journalist voor onder andere De Morgen, De Standaard en Wilfried. Publiceerde boeken als ‘Arm Wallonië’, ‘Grand Central Belge’ en ‘Brutopia’, en houdt lezingen en geeft rondleidingen rond deze thema’s. Werkte ook mee als scenarist aan documentaires voor Canvas en de RTBF. Begon zijn loopbaan als freelancejournalist bij De Gentenaar, en werkte later lange tijd op de redacties van De Standaard en daarna Humo.

Hans Dierckx

(foto: Jelle Vermeersch)

(c) Jelle Vermeersch