Layla Aerts: 'Als 14-jarige wist ik al dat ik dit wilde doen'

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?

Mijn tante, Lieve Colruyt, intussen overleden, was fotojournalist bij De Morgen en mijn grote voorbeeld. Als 14-jarige wist ik al dat ik hetzelfde wou doen. Voor mijn eerste opdracht in het middelbaar portretteerde ik niet mijn medestudenten, zoals gebruikelijk was, maar portretteerde en interviewde ik 3 dakloze mannen die ik leerde kennen in het Noordstation. Die interesse in armoede en migratie was er van in het begin al. Nadat ik was afgestudeerd, heb ik gedurende een korte proefperiode bij De Morgen gewerkt, waarna ik besloot om freelancer te worden. Het eerste jaar heb ik heel veel reportages gemaakt en kranten, magazines, fotoagentschappen, en ngo’s quasi gestalkt. Ik deed mee aan allerlei wedstrijden en vroeg overal subsidies aan, om toch wat budget bij elkaar te vinden.

'Ik ben ook met mijn foto’s naar andere fotografen gestapt, zoals Carl De Keyzer en Michiel Hendryckx, om raad te vragen, en organiseerde tentoonstellingen van mijn eigen werk. Na een jaar had ik stilaan wat naam gemaakt voor mezelf en ben ik beginnen publiceren in Knack, De Standaard, EOS, MO Magazine en NRC Handelsblad. Voor hen ga ik vaak naar het buitenland en dat combineer ik dan met werk voor ngo’s. Zo wordt het haalbaar, want met één opdrachtgever kan je de reiskosten niet dekken. Voor Dokters van de Wereld ben ik bijvoorbeeld naar Lesbos geweest, en ik werkte er ook voor NRC Handelsblad. Dat is voor iedereen een win-winsituatie.’

Dus het is steeds zaak om die puzzel juist te leggen?

‘Ja, soms begint het bij een ngo, soms bij een medium, en dan is één van de twee de aanzet. Ik werk daarnaast in België ook voor veel sociale organisaties, zoals Child Focus, Welzijnszorg, Woonzorg, altijd rond armoede en migratie. En ik doe ook artistiek werk, zoals tentoonstellingen voor het Museum Dr. Guislain over Oekraïne en Polen, of voor Le Grand Hornu over migratie in de Borinage. Dat zijn toffe opdrachten, en je kan er ook langer aan werken, maar het is niet eenvoudig om die binnen te halen.

'Onlangs deed ik zo een opdracht voor het Red Star Line-museum over vluchtelingen die als slaven gebruikt worden in de fruitpluk in Calabrië, in het zuiden van Italië. Dat is volledig misgelopen. Ik werd er bedreigd door de maffia en ben nog dezelfde dag terug naar huis gevlogen. Daarvan ben ik enkele maanden buiten strijd geweest, dus ik doe nu even iets minder zware onderwerpen, zoals wetenschappelijk onderzoek, ecologie en toerisme.’

Vanwaar de fascinatie voor onderwerpen als armoede en migratie?

‘In de media worden mensen vaak gedefinieerd door hun probleem, maar ik wil de menselijkheid en de waardigheid daarachter tonen door er de mooie momenten uit te halen. Als je zoveel problemen hebt in je leven zijn die kleine momenten heel intens en waardevol. In mijn werk is esthetiek ook heel belangrijk, en ik denk dat je door die schoonheid mensen kan engageren voor iets dat niet tot hun leefwereld behoort. Niet door te choqueren of medelijden te wekken, maar door empathie, fascinatie en bewondering. Ik geloof daarin.’

Kan je er goed van leven?

‘Ik haal redelijk veel inkomsten uit mijn archief. Ik zit nu 3 maanden thuis met een blessure, en verkoop nu vooral werk uit mijn archief. Ik heb een zeer groot archief rond armoede en behoud voor bijna elke opdracht mijn auteursrecht. Ondertussen kent iedereen die rond dezelfde thema’s werkt mij wel, en als je in iets gespecialiseerd bent, kan je actief de markt op gaan.’

Welke goede raad zou je geven aan collega-freelancers?

‘Hou contact met collega’s. Want de vrijheid is fantastisch, maar het is ook eenzaam. Zeker als je heel zware thema’s behandelt, moet je erover waken dat je emmer niet te vol geraakt. Vroeger gingen wij nog langs op de redacties waarvoor we werkten, maar dat gebeurt niet meer en ze zitten er ook niet te wachten op bezoek. Je blijft dus alleen met je gevoelens, en je gaat daarmee ook niet naar iemand die je alleen via e-mail kent. Ik had daar vroeger te weinig oog voor.

'In de vluchtelingencrisis in 2015 was ik in Hongarije toen de grenshekken gesloten werden. Ik fotografeerde er twee kinderen die gescheiden werden van hun familie en in tranen wegliepen. Dat was zeer emotioneel, en toen ben ik ook enkele maanden gestopt met zware thema’s. Toen had ik eigenlijk psychologische ondersteuning moeten zoeken. Je moet goed aanvoelen wat je aankan. Want als je naar een opdracht vertrekt en je kan het niet aan, is het niet gezond.’

Studies: Master in de Beeldende Kunsten (Sint-Lucas Brussel)

Werk: werkt voor media als Knack, De Standaard, EOS, MO Magazine en NRC Handelsblad, en voor ngo’s als Child Focus, Welzijnszorg, Woonzorg en 11.11.11. Voert ook langere en meer artistieke opdrachten uit voor diverse culturele instellingen. Begon haar loopbaan met een korte proefperiode bij De Morgen.

Hans Dierckx

(c) Layla Aerts