Erik Raspoet: 'Het is een fantastisch, gevarieerd beroep met veel vrijheid'

Hoe ben je in de journalistiek terechtgekomen?

‘Dat voert ons terug naar het midden van de jaren 1980. Ik behoor nog tot een van de laatste generaties die zijn legerdienst moest doen. Ik behaalde dan een diploma ‘pol & soc’, maar het was bijna een natuurwet dat je daar niet meteen werk mee vond. En in die tijd was de werkloosheid onder jongeren vrij hoog. Dus besloot ik nog een diploma erbij te halen. Ik koos voor bedrijfskunde omdat ik dacht: daarmee vind ik zéker een job. Maar eigenlijk boeide mij dat helemaal niet. En ik moest die studie zelf financieren: overdag ging ik werken en ’s avonds had ik cursus.’

‘Maar toen kreeg ik van een vriendin te horen dat ze bij Het Nieuwsblad dringend twee voltijdse, freelance correspondenten zochten voor Brussel, voor de streekeditie. Ik ging op gesprek bij de verantwoordelijke, Jean-Pierre Schoukens, en ik mocht direct beginnen. Ik had nog nooit een journalistiek stuk geschreven, maar dat ging meteen vlot. Binnen de kortste keren kreeg ik enorm veel opdrachten, dus ik werd daarin meegezogen. Mijn studies bedrijfskunde heb ik stopgezet; die examens heb ik nooit gedaan.’

‘Toen ik jong was, leek journalist worden mij een moeilijk bereikbare droom, maar ik ondervond dat dat eigenlijk een beroep is met een heel lage instapdrempel. Je kan gewoon overal aankloppen en je aanmelden, ze zullen zelden op voorhand ‘nee’ zeggen. Vaak is de reactie: oké, probeer maar. En als het goed is, ben je vertrokken. Dan volgen nog meer opdrachten en contacten en kan je een netwerk opbouwen.’

‘Ik ben bij Het Nieuwsblad begonnen, maar ik heb vrij snel uitbreiding gezocht. Toen ik een stuk maakte over asielzoekers in het Klein Kasteeltje in Brussel, had ik het gevoel: dat is iets voor Humo. Destijds moest je dan maar bij één man zijn en dat was Guy Mortier. Ik bood hem het stuk aan en tot mijn verbazing zei die meteen ‘ja’. Toen besefte ik: er zijn geen drempels, je moet gewoon je stoute schoenen durven aandoen.’

Is dat iets dat je aan beginnende freelance journalisten zou aanraden?

‘Ja, je moet je echt niet laten intimideren door namen, noch van media, noch van journalisten of hoofdredacteurs. Bied je artikel aan, pitch het. Een nee heb je, een ja kun je krijgen. En op die manier bouw je natuurlijk ook een netwerk uit. Uiteindelijk is het een klein wereldje. Als je naam ergens verschijnt, hebben de mensen in de business dat snel gezien.’

Ben je bewust meteen als freelancer begonnen?

‘Voor een deel was dat bewust, maar voor een deel is mij dat gewoon overkomen. Waarschijnlijk zijn er weinig die dat kunnen zeggen, maar ik heb in die 35 jaar dat ik ondertussen bezig ben nog nooit een contract gehad. Ik ben altijd zuiver freelance geweest: no cure, no pay. Er zijn wel momenten geweest dat ik dacht: een vast contract zou beter zijn. Je krijgt kinderen, je sluit een hypotheek af … Dan ben ik weleens tevergeefs gaan aankloppen bij mijn werkgevers. Maar het omgekeerde is ook gebeurd. Soms werd mij gevraagd om vast in dienst te komen, maar genoot ik op dat moment heel erg van de vrijheid die bij dit statuut hoort. Als je bijvoorbeeld plannen hebt om een boek te schrijven of net aan een project begint …’

‘Ik heb wel altijd verschillende opdrachtgevers gehad, behalve één keer: een korte periode bij De Morgen, toen ik voor de weekendbijlage Zeno werkte. Dat was toen echt een toonaangevend medium, met goeie pennen en uitstekende fotografen, zoals Stephan Vanfleteren, Filip Claus, Tim Dirven, Dieter Telemans, Gert Jochems … Vaak waren we dan samen twee à drie dagen op stap.’

Zijn er in je lange carrière stukken die erbovenuit springen voor jou? Artikels waar je echt trots op bent?

‘Voor Humo heb ik ooit een reeks gemaakt over joodse onderduikkinderen. Intussen is daar al heel veel over gedaan, maar toen nog niet. Dat is me bijgebleven omdat dat vaak echt pakkende verhalen waren. Dat ging over Belgische joodse kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog verstopt werden op alle mogelijke en onmogelijke plekken en die op die manier de nazibezetting overleefden. Na verloop van tijd is er een organisatie voor en door die onderduikkinderen ontstaan en zochten ze elkaar op.’

‘Voor De Morgen ben ik eens een heel markante man hier in Mechelen gaan interviewen: Marc Lauwers. Hij leed aan fybromyalgie en had euthanasie gevraagd. Hij was bereid om zijn verhaal te brengen en een journalist toe te laten in de laatste maanden van zijn leven. Ik heb lange gesprekken met hem gehad, maar heb ook geobserveerd hoe heel veel mensen afscheid van hem kwamen nemen. Hij heeft euthanasie gekregen wegens ondraaglijk psychisch lijden, hij was nog geen vijftig jaar.’

‘Een paar jaar geleden heb ik voor Knack een groot dossier gemaakt over ‘Kerala nurses’, verpleegkundigen uit de Indiase staat Kerala die naar Vlaanderen werden gehaald via een heel merkwaardig arbeidsmigratiekanaal en hier aan een Vlaams diploma verpleegkunde geholpen werden om zo snel mogelijk in woonzorgcentra ingezet te worden. Daar is veel rond te doen geweest en dat heeft ook gevolgen gehad want de arbeidsinspectie heeft dat onder de loep genomen.’

Is er iets wat je absoluut nog wil doen?

‘Goh ja, ik heb ook al een aantal boeken geschreven. Trouwens: als je een dief van je eigen portefeuille wil zijn, moet je een boek schrijven. De jaren dat het financieel wat moeilijker was, waren niet toevallig de momenten dat ik het idee had gekregen om me in een boek te verliezen. Ik heb wel veel plezier gehad bij het maken van die boeken, want als freelancer hop je van het ene project naar het andere en af en toe had ik de behoefte om me wat langer in iets vast te bijten. Dat was trouwens ook het geval met de podcast ‘Het Fortuin Carlier’. Ik sluit niet uit dat ik dat opnieuw wil doen, zeker als ik nog eens zo’n goed verhaal vind. Maar als je de tijd die ik daarin gestoken heb, afzet tegenover wat ik daaraan verdiend heb, dan is dat peanuts. Iemand in een ander beroep komt daar zijn bed niet voor uit, maar dat moet je aanvaarden als je de stap zet naar freelance journalistiek. Je doet dat niet voor het geld, maar omdat het een fantastisch, gevarieerd beroep is waar je veel vrijheid in hebt en waar je je ei in kwijt kunt.’

Is die financiële onzekerheid het grootste nadeel?

‘Je moet daarmee om kunnen. Als je echt wakker ligt van financiële onzekerheid, doe het dan niet.’

Studies: politieke en sociale wetenschappen (UGent)
Werk: vooral Knack, vroeger ook Humo, De Morgen en De Standaard, schreef verschillende boeken en maakte de podcast ‘Het Fortuin Carlier’

Steve Van Herpe

Erik Raspoet