Kort geding

In het verlengde van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de media, worden meer dan eens ook kort gedingen tegen hen gevoerd. Een kort geding is een snelle gerechtelijke procedure bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg met het oog op het voorkomen van een nadeel dat anders onherstelbaar zou zijn.

Gerechtelijk Wetboek, artikel 584:  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt.

Iemand die weet heeft van een nakend krantenartikel of televisiereportage waarin hij voorkomt, zou dus naar de voorzitter van de rechtbank kunnen stappen met de vraag om de publicatie van dat artikel of de uitzending van die reportage tegen te houden. Althans wanneer hij daar ernstige redenen voor heeft, én wanneer de publicatie of uitzending onomkeerbare schade (commerciële schade, imagoschade…) dreigt teweeg te brengen.

 

Verdeelde rechtspraak

© Photo News
© Photo News

De rechtspraak zelf is verdeeld over de mogelijkheid om dit te doen.

Veel rechters vinden dat het niet kan, omdat de Grondwet in artikel 25 nu eenmaal elke censuur verbiedt. Artikel 25 Grondwet: ‘De drukpers is vrij, de censuur kan nooit worden ingevoerd.‘ Die rechters wijzen elk kort geding tegen een nieuwsmedium dan ook bij voorbaat af. Vermeende benadeelden hebben altijd nog de mogelijkheid en het formele recht om zich achteraf te verhalen op het medium en de journalist.

Maar andere rechters menen dat het wel kan, een kort geding tegen een nieuwsmedium. Volgens hen staat artikel 584 Gerechtelijk Wetboek niet haaks op artikel 25 van de Grondwet. De persvrijheid belet niet dat in hoogdringende gevallen de rechter wel degelijk kan tussenbeide komen om onherstelbare schade te voorkomen.

Het beste zou zijn dat het Hof van Cassatie, het hoogste rechtscollege in het land, een keer de kans krijgt om de knoop door te hakken.  Het Hof van Cassatie heeft op 29 juni 2000 wel geoordeeld dat de rechter de verdere verspreiding van een weekblad kan verbieden – het met andere woorden kan terugtrekken uit de handel – wanneer het betreffende nummer al gedrukt, verspreid en verkocht werd. Ook mogelijk is dat de wetgever meer duidelijkheid geeft.

 

Nog een stap verder: kort gedingen op eenzijdig verzoekschrift

Nog een stap verder gaat het wanneer iemand naar de rechter stapt met een eenzijdig verzoekschrift, en de rechter daarop ingaat. Dat betekent dan dat de tegenpartij – in casu het nieuwsmedium of de journalist – niet eens worden opgeroepen voor het kort geding om hun standpunt te vertolken.

Zeker die praktijk is bijzonder omstreden. Ze botst niet alleen flagrant met de persvrijheid, maar ook met de essentiële rechten van verdediging die iedereen heeft.

 

Terug naar ‘De persvrijheid en haar beperkingen’

Terug naar ‘Mediarecht’