Sociale bijdragen betalen

Principe: de sociale bijdrage voor 2017 wordt berekend op het geschatte netto bedrijfsinkomen van 2017. Op dat inkomen moet een wettelijke sociale bijdrage worden betaald. Die wordt verhoogd met een bijdrage voor de beheerskosten van het sociaalverzekeringsfonds. Die schommelt tussen 3,05 % en 4,30 %, naargelang van het gekozen verzekeringsfonds.

Voor de inkomensschijf tot € 57.415,67 bedraagt de kwartaalbijdrage 21 %, op jaarbasis. Op het inkomen tussen € 57.415,67 en € 84.612,53 betaal je 14,16 % sociale bijdrage op jaarbasis.

Aangezien wordt uitgegaan van een minimaal inkomen van € 13.296,25 betaal je per kwartaal vanaf het tweede jaar dus minimaal € 719,34. De maximale kwartaalbijdrage bedraagt € 4.098,39. Dit is telkens inclusief beheerskosten van 3,05 %.

Op je inkomen boven de € 84.612,53 betaal je geen sociale bijdragen meer.

Wie als freelancejournalist gedeeltelijk in auteursrechten wordt betaald, betaalt geen sociale bijdragen op zijn inkomsten uit auteursrechten, want dat zijn roerende inkomsten. Hij betaalt dus alleen op het deel dat als beroepsinkomsten geldt, met als minimuminkomen € 13.296,25.

Vennootschap

Een vennootschap betaalt een jaarbijdrage van € 347,50. Is het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar van de vennootschap groter dan € 655.873,63 dan is de jaarbijdrage € 868.

Als je op het einde van het kwartaal je sociale bijdrage niet hebt betaald, wordt een verhoging van drie procent aangerekend bij het verstrijken van elk kwartaal dat het verschuldigde bedrag niet betaald is. Als je op het einde van het kalenderjaar de bijdragen die voor het eerst in dat jaar zijn gevorderd nog altijd niet hebt betaald, rekent het sociaalverzekeringsfonds daar op 1 januari ook nog eens een eenmalige verhoging van zeven procent op het nog verschuldigde bedrag bij. Bij blijvende wanbetaling zal het fonds naar een arbeidsrechtbank en desnoods naar een deurwaarder stappen.

Voor veel zelfstandigen is het driemaandelijkse ophoesten van de sociale bijdragen niet makkelijk. Daarom kunnen zelfstandigen in hoofdberoep bij hun sociaalverzekeringsfonds vragen om tijdelijk vrijgesteld te worden – volledig of gedeeltelijk – van bijdragebetaling. Vereist wordt dat je aantoont dat je behoeftig of bijna behoeftig bent. Daarbij wordt rekening gehouden met het inkomen, eventuele schulden of buitengewone uitgaven, de samenstelling van het gezin. Een federaal ingestelde Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen buigt zich over de dossiers.

Aanvraag indienen

Je aanvraag moet je indienen via je sociaalverzekeringsfonds, met een verzoekschrift. Ben je verzekerd bij de Nationale Hulpkas, dan kun je daar je aanvraag indienen.

Je sociaalverzekeringsfonds zal je dossier doorsturen naar de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen.

Voor de Commissie moet je rekening houden met een beslissingstermijn van gemiddeld negen maanden. Je moet ook telkens opnieuw een aanvraag indienen voor bijkomende kwartalen.

Opgelet: periodes waarin je vrijgesteld werd van bijdragebetaling worden niet meegeteld voor de berekening van het pensioen.

Een vrijstelling krijg je ook voor kwartalen waarin je niet actief was wegens ziekte of ongeval, op voorwaarde dat die erkend zijn als perioden van arbeidsongeschiktheid, dat je geen enkele activiteit meer uitoefende en een aanvraag hebt ingediend bij het sociaalverzekeringsfonds, die door het RSVZ wordt goedgekeurd. Hier behoud je wél je pensioenrechten.

Ook interessant is artikel 37 ARS, §1 van het uitvoeringsbesluit bij het sociaal statuut, dat zelfstandigen in hoofdberoep met geringe inkomsten toelaat te vragen om gelijkgeschakeld te worden met een nevenberoep. Dat is het geval voor wie zich al op een andere manier gewaarborgd weet door sociale zekerheidsrechten die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het zelfstandigenstatuut, bijvoorbeeld door gehuwd te zijn met iemand die al een volwaardig statuut geniet. Maar wie de vrijstelling of de vermindering geniet, verliest wel zijn pensioenrechten (in nevenberoep haalt men rechten uit een ander statuut).

Wie in zo’n geval minder dan € 1.471 inkomsten heeft, betaalt geen sociale bijdragen. Wie tussen € 1.471 en € 6.965,12 aan inkomsten heeft, betaalt dan 21 % sociale bijdrage (dus niet op een fictief minimum van € 13.296,25). Dat is dan maximaal € 365,67 per kwartaal en minimum € 77,23 per kwartaal.

De betaalde bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.

Stopzetting activiteiten

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan in afwachting van een andere beroepsactiviteit aanspraak maken op een voortgezette verzekering. Dat veronderstelt dat je de sociale bijdragen blijft betalen, in ruil waarvoor je dan ook je rechten in het sociaal statuut der zelfstandigen behoudt.

De voortgezette verzekering kan maximaal twee jaar duren. Die termijn kan worden verlengd tot zeven jaar als de zelfstandige op die manier de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Aanvragen kan bij het sociaalverzekeringsfonds, binnen de drie kwartalen nadat je je zelfstandige activiteit hebt stopgezet. Voorwaarden zijn voorts dat je minstens een jaar als zelfstandige hebt gewerkt en de activiteit volledig hebt stopgezet.