Zelfstandigen moeten hun sociaal statuut helemaal zelf financieren, wat een verschil uitmaakt met loontrekkenden, voor wie de sociale zekerheid door de werkgever mee wordt gefinancierd. Bovendien houdt de sociale zekerheid van de werknemers een stuk meer in dan het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Op termijn zou een oplossing voor freelancejournalisten de gelijkschakeling met het ‘kunstenaarsstatuut’ kunnen zijn. Volgens de wet worden kunstenaars voor de toepassing van de sociale zekerheid (bijdragen en rechten) vermoed werknemer te zijn. Maar de artiest kan zelf uitdrukkelijk kiezen om onder het sociaal statuut van de zelfstandige te vallen (indien aan de voorwaarden is voldaan).

Met ‘kunstenaars’ worden personen bedoeld die zich wijden aan “de creatie en/of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”. Freelancejournalisten worden daar niet onder verstaan.

Een speciale Kunstenaarscommissie, voorgezeten door een magistraat en verder bestaande uit ambtenaren van de RSZ (werknemers) en de RSVZ (zelfstandigen), kan een zelfstandigheidverklaring uitreiken wanneer de artiest daarom vraagt.

Info: www.kunstenloket.be

 

Een vrijstelling voor freelancejournalisten in nevenberoep

Wie journalistiek bedrijft als zelfstandige in bijberoep, kan zich voor zijn sociale zekerheid beroepen op een belangrijke vrijstelling. De wet bepaalt dat journalisten, perscorrespondenten en iedereen die auteursrechten geniet, niet zijn onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandige wanneer ze dat werk verrichten in nevenberoep (artikel 5 van het Koninklijk Besluit nr. 38 van 27 juli 1967). Dat betekent dat ze voor die activiteit geen sociale bijdragen moeten betalen, maar om die reden ook niet sociaal gerechtigd zijn.

Het moet wel gaan om journalistiek werk (regionaal correspondent, recensent, columnschrijver, en dergelijke meer). De rechtbank van Antwerpen heeft geoordeeld dat occasioneel lesgeven aan een journalistenschool hiermee kan worden gelijkgesteld. Dat geldt ook voor het modereren van een debat of het interviewen voor een publiek, als dat een afgeleide is van een journalistiek hoofdberoep. Structureel lesgeven (een in het leerplan opgenomen cursus) wordt door het RSVZ evenwel niet erkend als een journalistiek nevenberoep. De arbeidsrechtbank van Luik heeft de vrijstelling ook geweigerd aan iemand die af en toe wat redactiewerk verrichtte voor uitgeverij CED Samson. Voor dit soort van bijklussen ben je dus wél verzekeringsplichtig, zij het dat je dan wel onder de bijdrageregeling valt van de nevenberoepers.

De tweede voorwaarde is dat je al een ander hoofdberoep uitoefent. Concreet moet je als werknemer al minstens een halftijdse job hebben, of als statutair docent minstens 60 procent van een voltijds uurrooster. De vrijstelling geldt ook voor wie al een andere zelfstandige activiteit uitoefent als hoofdberoep, bij voorbeeld als advocaat, manager of cafébaas. Ook wie een hiermee gelijkstaand sociaal statuut heeft – met name als loopbaanonderbreker, werkzoekende of (brug)gepensioneerde (zie verder) – kan zich op de vrijstelling beroepen.

De freelancejournalist die nog geen sociaal statuut heeft dat minstens gelijk is aan dat van de zelfstandigen, is wel verzekeringsplichtig.

Meer over het statuut van de zelfstandige in nevenberoep: Klik hier.

Aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds

Het eerste wat je als zelfstandige (voor journalistiek: in hoofdberoep) moet doen om in orde te zijn met je sociaal statuut, is je aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Je moet dit onmiddellijk doen bij het aanvragen van je ondernemingsnummer. Wie dat niet doet, riskeert een boete van € 500 tot € 2.000.

Je kunt veranderen van sociaalverzekeringsfonds, zij het onder bepaalde voorwaarden. Zo mag je geen schulden meer hebben bij het vroegere fonds, en moet je voor de feitelijke overgang telkens wachten tot 1 januari. Tot slot moet je een bepaalde termijn uitdoen bij een sociaal verzekeringsfonds, wil je denken aan veranderen.

 

 Lijst van de sociaalverzekeringsfondsenZenito (het vroegere SVMB)

Willebroekkaai 37 – 1000 BRUSSEL

Tel: 02 212 22 30 – E-mail: info@zenito.be

Website: www.zenito.be

Acerta

Sociaal Verzekeringsfonds

Buro & Design Center

Heizel Esplanade PB 65 – 1020 BRUSSEL

Tel: 078 05 10 63 – E-mail: contact.svf@acerta.be & zelfstandigen@acerta.be

Website: www.acerta.be

Groep S

Sociale Verzekeringskas voor zelfstandigen

Poincarélaan 78 – 1060 BRUSSEL

Tel: 02 555 15 20 – E-mail: infosvk@groeps.be

Website: www.groeps.be

Contactpersoon: Rita Beckers

Xerius

Brouwersvliet 4, bus 2 – 2000 ANTWERPEN

Tel: 078 15 00 15 – E-mail: zelfstandigen@xerius.be

Website: www.xerius.be

Contactpersoon: Peter Jacobs

Securex

Vrij Sociaal Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen

Tervurenlaan 43 – 1040 BRUSSEL

Tel: 02 729 92 22 – E-mail: merode@securex.be

Website: www.securex.be

Partena

Sociale Verzekeringen voor Zelfstandigen

Anspachlaan 1 – 1000 BRUSSEL

Tel: 02 549 73 00 – E-mail: logistikNA@start.partena.be

Website: www.partena.be

Attentia

Torhoutsesteenweg 384 – 8200 BRUGGE

Tel: 050 40 65 65 – E-mail: info.svas@attentia.be

Website: www.attentia.be

Contactpersoon:

Dominique Derycker: 0491 61 86 83 – E-mail: dominique.derycker@attentia.be))

Multipen

Sociale Verzekeringskas voor Landbouw, Middenstand en Vrije Beroepen

Zeutestraat 2B – 2800 MECHELEN

Tel: 015 45 12 60 – E-mail: info@multipen.be

Website: www.multipen.be

Contactpersoon: Niki Luyten of Ann Verschaeren: 0495 23 49 35

Steunt Elkander

Vrije Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen                                  

Kolonel Bourgstraat 113 – 1140 BRUSSEL

Tel: 02 743 05 10 – E-mail: svk@steuntelkander.be

Website:  https://www.easypay-group.com/nl_BE/

Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen,

verbonden aan het RSVZ

Willebroekkaai 35– 1000 BRUSSEL

Tel: 02 546 40 10– E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Website: www.rsvz.be/nl

Sociale bijdragen betalen

Aan het sociaalverzekeringsfonds moeten om de drie maanden kwartaalbijdragen worden betaald. Het sociaalverzekeringsfonds rekent ook beheerskosten aan, afhankelijk van het fonds gaande van 3,05 tot 4,30 procent van de bijdrage. Je bent vrij om te kiezen bij welk fonds je aansluit voor je zelfstandigenstatuut. In de praktijk valt die keuze samen met je keuze voor een ondernemersloket.

Sinds 1 januari 2015 worden de sociale bijdragen berekend op het beroepsinkomen van het jaar zelf. Maar zolang dat beroepsinkomen niet bekend is, betaal je als zelfstandige een voorlopige bijdrage, die berekend is op  het inkomen van drie jaar geleden. Dit bedrag is niet bindend, je kunt het laten aanpassen.

Pas op: sinds 2015 telt het beroepsinkomen van een onvolledig jaar mee voor de berekening van de sociale bijdragen. Wie in het tweede, derde of vierde kwartaal start, zal sociale bijdragen betalen op het beroepsinkomen dat hij in dat jaar heeft verdiend, omgerekend op jaarbasis.

Er wordt uitgegaan van een minimuminkomen van € 13.550,50, waarop je een sociale bijdrage betaalt. Er is een minimum- en een maximumbedrag voor de kwartaalbijdrage bepaald. Voor zelfstandigen in hoofdberoep is dat in 2018 respectievelijk € 694,46 (voor starters) en € 3.980. Opgelet: vanaf 1 april 2018 wordt deze drempel tijdens het eerste startjaar verlaagd naar 6.866,25 EUR.

Aangezien beginnende zelfstandigen tijdens de eerste drie jaar van hun activiteit nog niet over een referte-inkomen beschikken, is voor hen een overgangsregeling uitgewerkt met voorlopige bijdragen. Vanaf het vierde activiteitsjaar vindt dan een regularisatie plaats op basis van het reëel verdiende inkomen. Belangrijk: denk je dat je inkomen het referte-inkomen waarop de voorlopige bijdragen berekend zijn, zal overstijgen, dan kun je altijd vrijwillig hogere bijdragen betalen. Zo vermijd je onaangenaam hoge regularisatiefacturen achteraf.

Voorlopige sociale kwartaalbijdragen voor starters – 2018

Hoofdberoep Bijdrage
Eerste drie kalenderjaren € 694,46 of 20,5%

Sociale bijdragen – hoofdberoep – 2018

Principe: de sociale bijdrage voor 2018 wordt berekend op het geschatte netto bedrijfsinkomen van 2018. Op dat inkomen moet een wettelijke sociale bijdrage worden betaald. Die wordt verhoogd met een bijdrage voor de beheerskosten van het sociaalverzekeringsfonds.

De sociale bijdrage is 20,50 % van je beroepsinkomen tot € 58.513,59 en 14,16% op het gedeelte tussen € 58.513,59 en € 86.230,52.

Er wordt uitgegaan van een minimuminkomen van € 13.550,50, waarop je een sociale bijdrage betaalt. Er is een minimum- en een maximumbedrag voor de kwartaalbijdrage bepaald. Voor zelfstandigen in hoofdberoep is dat in 2018 respectievelijk € 694,46 (voor starters) en € 3.980.

Op je inkomen boven de € 86.230,52 betaal je geen sociale bijdragen meer.

Wie als freelancejournalist gedeeltelijk in auteursrechten wordt betaald, betaalt geen sociale bijdragen op zijn inkomsten uit auteursrechten, want dat zijn roerende inkomsten. Hij betaalt dus alleen op het deel van de inkomsten dat als beroepsinkomen geldt, met als minimuminkomen € 13.550,50.

Een vennootschap betaalt een jaarbijdrage van € 347,50. Is het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar van de vennootschap groter dan € 667.529,12 dan is de jaarbijdrage € 868. De bijdrage dient te zijn betaald vóór 1 juli van ieder bijdragejaar (of binnen drie maanden na oprichting). Bij laattijdige betaling wordt een verhoging van 1 % per maand aangerekend, behalve bijvoorbeeld in geval van overmacht. Alvorens tot gerechtelijke invordering te kunnen overgaan, moeten de sociale verzekeringsfondsen per aangetekende brief een herinnering tot betaling sturen, met vermelding van het bedrag. Alle kosten hiervan vallen ten laste van de vennootschap.

Vrijstelling

Voor veel zelfstandigen is het driemaandelijkse ophoesten van de sociale bijdragen niet makkelijk. Daarom kunnen zelfstandigen die zich in staat van behoefte bevinden of, kunnen volledige of gedeeltelijke vrijstelling aanvragen van de verschuldigde bedragen. De Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen gaat na op basis van de concrete situatie of de zelfstandige in kwestie daarvoor in aanmerking komt. Daarbij wordt rekening gehouden met de inkomsten en lasten van het gezin, behalve wanneer voor de gezinsleden cumulatief wordt bewezen dat ze:

1) niets te maken hebben met de zelfstandige activiteit; en

2) niet de rechtsplicht hebben om de zelfstandige te helpen of van levensmiddelen te voorzien.

Voor deze aanvraag wendt de zelfstandigen zich tot zijn sociaal verzekeringsfonds, nooit rechtstreeks tot de commissie.

Je sociaalverzekeringsfonds zal je dossier doorsturen naar de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen.

Voor de Commissie moet je rekening houden met een beslissingstermijn van gemiddeld zes tot negen maanden. Je moet ook telkens opnieuw een aanvraag indienen voor bijkomende kwartalen.

De kwartalen waarvoor je vrijstelling hebt gekregen leveren geen pensioenrechten op. Vrijgestelde kwartalen tellen wel mee voor je ziekteverzekering.

Een vrijstelling krijg je ook voor kwartalen waarin je niet actief was wegens ziekte of ongeval, op voorwaarde dat die erkend zijn als perioden van arbeidsongeschiktheid, dat je geen enkele activiteit meer uitoefende en een aanvraag hebt ingediend bij het sociaalverzekeringsfonds, die door het RSVZ wordt goedgekeurd. Hier behoud je wél je pensioenrechten.

Ook interessant is artikel 37 ARS, §1 van het uitvoeringsbesluit bij het sociaal statuut, dat zelfstandigen in hoofdberoep met geringe inkomsten toelaat te vragen om gelijkgeschakeld te worden met een nevenberoep. Dat is het geval voor wie zich al op een andere manier gewaarborgd weet door sociale zekerheidsrechten die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het zelfstandigenstatuut, bijvoorbeeld door gehuwd te zijn met iemand die al een volwaardig statuut geniet. Maar wie de vrijstelling of de vermindering geniet, verliest wel zijn pensioenrechten (in nevenberoep haalt men rechten uit een ander statuut).

Goed om weten…

De betaalde bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan in afwachting van een andere beroepsactiviteit aanspraak maken op een voortgezette verzekering. Dat veronderstelt dat je de sociale bijdragen blijft betalen, in ruil waarvoor je dan ook je rechten in het sociaal statuut der zelfstandigen behoudt.

De voortgezette verzekering kan maximaal twee jaar duren. Die termijn kan worden verlengd tot zeven jaar als de zelfstandige op die manier de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Aanvragen kan bij het sociaalverzekeringsfonds, binnen de drie kwartalen nadat je je zelfstandige activiteit hebt stopgezet. Voorwaarden zijn voorts dat je minstens een jaar als zelfstandige hebt gewerkt en de activiteit volledig hebt stopgezet.

Vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ)

Los van de verplichte sociale bijdragen kan een zelfstandige ook bijdragen betalen voor een vrij aanvullend pensioen. Die bijdrage is een percentage van de beroepsinkomsten, te betalen aan het sociaalverzekeringsfonds, die dat bedrag doorstort naar een verzekeringsinstelling. Klik hier voor meer informatie

Voor alle ‘bijzondere gevallen’ verwijzen we naar verderop in deze handleiding:

 

 Meer info Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ)

Willebroekkaai 35– 1000 BRUSSEL

Tel: 02 546 40 10– E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Website: www.rsvz.be/nl

Je sociaalverzekeringsfonds

(lijst zie supra)

De sociaalverzekeringsfondsen hebben een wettelijke informatie- en begeleidingsplicht.

En verder

www.sociale-zekerheid.be

 

Terug naar ‘Sociaal Statuut’