Zelfstandigen moeten hun sociaal statuut helemaal zelf financieren, wat een groot verschil is met loontrekkenden, voor wie de sociale zekerheid door de werkgever mee wordt gefinancierd. Bovendien waarborgt het sociaal statuut van zelfstandigen op vlak van sociale zekerheid een minder grote bescherming dan dat van werknemers.

Aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds

Het eerste wat je als zelfstandige moet doen om in orde te zijn met je sociaal statuut, is aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Je moet dit onmiddellijk doen bij aanvraag van je ondernemingsnummer. Wie dit niet doet, riskeert een boete van € 500 tot € 2.000.

Je bent vrij om te kiezen bij welk fonds je aansluit. In de praktijk valt die keuze samen met je keuze voor een ondernemersloket.

Je kunt veranderen van sociaalverzekeringsfonds, zij het onder bepaalde voorwaarden. Zo mag je geen schulden meer hebben bij je huidige fonds, en moet je voor de feitelijke overgang telkens wachten tot 1 januari. Tot slot moet je, als je wil veranderen, een bepaalde termijn uitdoen.

Lijst van de sociaalverzekeringsfondsen

 

Zenito (het vroegere SVMB)

Willebroekkaai 37 – 1000 BRUSSEL

Tel: 02 212 22 30

E-mail: info@zenito.be

Website: www.zenito.be

Acerta

Sociaal Verzekeringsfonds

Buro & Design Center

Heizel Esplanade PB 65 – 1020 BRUSSEL

Tel: 078 05 10 63

E-mail: contact.svf@acerta.be & zelfstandigen@acerta.be

Website: www.acerta.be

Groep S

Sociale Verzekeringskas voor zelfstandigen

Poincarélaan 78 – 1060 BRUSSEL

Tel: 02 555 15 20

E-mail: infosvk@groeps.be

Website: www.groeps.be

Contactpersoon: Rita Beckers

Xerius

Brouwersvliet 4, bus 2 – 2000 ANTWERPEN

Tel: 078 15 00 15

E-mail: zelfstandigen@xerius.be

Website: www.xerius.be

Contactpersoon: Peter Jacobs

Securex

Vrij Sociaal Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen

Tervurenlaan 43 – 1040 BRUSSEL

Tel: 02 729 92 22

E-mail: merode@securex.be

Website: www.securex.be

Partena

Sociale Verzekeringen voor Zelfstandigen

Anspachlaan 1 – 1000 BRUSSEL

Tel: 02 549 73 00

E-mail: logistikNA@start.partena.be

Website: www.partena.be

Attentia

Torhoutsesteenweg 384 – 8200 BRUGGE

Tel: 050 40 65 65

E-mail: info.svas@attentia.be

Website: www.attentia.be

Contactpersoon:

Dominique Derycker: 0491 61 86 83 – E-mail: dominique.derycker@attentia.be

Multipen

Sociale Verzekeringskas voor Landbouw, Middenstand en Vrije Beroepen

Zeutestraat 2B – 2800 MECHELEN

Tel: 015 45 12 60

E-mail: info@multipen.be

Website: www.multipen.be

Contactpersoon: Niki Luyten of Ann Verschaeren: 0495 23 49 35

Steunt Elkander

Vrije Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen

Kolonel Bourgstraat 113 – 1140 BRUSSEL

Tel: 02 743 05 10

E-mail: svk@steuntelkander.be

Website: https://www.easypay-group.com/nl_BE/

Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen,

verbonden aan het RSVZ

Willebroekkaai 35– 1000 BRUSSEL

Tel: 02 546 40 10

E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Website: www.rsvz.be/nl

Sociale bijdragen betalen

Aan het sociaalverzekeringsfonds moet je om de drie maanden kwartaalbijdragen betalen. Het sociaalverzekeringsfonds rekent ook beheerskosten aan, afhankelijk van het fonds gaande van 3,05 tot 4,30 % van de bijdrage.

De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van het jaar zelf. Maar zolang dat beroepsinkomen niet bekend is, betaal je een voorlopige bijdrage, die berekend is op je inkomsten van drie jaar eerder. Dit bedrag is niet bindend, je kunt het laten aanpassen.

Het beroepsinkomen van een onvolledig jaar telt mee voor de berekening van de sociale bijdragen. Wie in het tweede, derde of vierde kwartaal start, zal sociale bijdragen betalen op het beroepsinkomen dat hij in dat jaar heeft verdiend, omgerekend op jaarbasis.

Er wordt uitgegaan van een minimuminkomen van € 13.847,39, als basis waarop je een sociale bijdrage betaalt. Er is een minimum- en een maximumbedrag voor de kwartaalbijdrage bepaald. Voor zelfstandigen in hoofdberoep is dat in 2019 respectievelijk € 709,68 (voor starters) en € 4.067,20. Opgelet: sinds 2019 wordt het minimuminkomen voor de bijdragebepaling tijdens het eerste startjaar verlaagd tot € 7.150,87.

Aangezien beginnende zelfstandigen tijdens de eerste drie jaar van hun activiteit nog niet over een referte-inkomen beschikken, is voor hen een overgangsregeling uitgewerkt met voorlopige bijdragen. Vanaf het vierde activiteitenjaar vindt dan een regularisatie plaats op basis van de reële inkomsten. Belangrijk: denk je dat je inkomen het referte-inkomen waarop de voorlopige bijdragen berekend zijn, zal overstijgen, dan kun je altijd vrijwillig hogere bijdragen betalen. Zo vermijd je onaangenaam hoge regularisatiefacturen achteraf.

Voorlopige sociale kwartaalbijdragen voor starters – 2019

Hoofdberoep Bijdrage
Eerste drie kalenderjaren € 709,68 of 20,5%

Wie als freelancejournalist auteursrechtelijke vergoedingen ontvangt, betaalt daarop geen sociale bijdragen, want het gaat om roerend inkomen. Hij betaalt dus alleen op het deel van de inkomsten dat als beroepsinkomen geldt, met als minimuminkomen € 13.847,39. Dat betekent ook dat je geen sociale rechten opbouwt met het deel van de inkomsten dat wordt beschouwd als vergoeding in auteursrechten.

Een vennootschap betaalt in 2018 een vennootschapsbijdrage van € 347,50. Is het balanstotaal van de vennootschap groter dan € 681.341,33, dan is de vennootschapsbijdrage € 868. De bijdrage moet worden betaald vóór 1 juli van elk bijdragejaar (of binnen drie maanden na oprichting). Bij laattijdige betaling wordt een verhoging van 1% per maand aangerekend, behalve – onder meer – in geval van overmacht. Alvorens tot gerechtelijke invordering te kunnen overgaan, moeten de sociale verzekeringsfondsen per aangetekende brief een herinnering tot betaling sturen, met vermelding van het bedrag. Alle kosten vallen ten laste van de vennootschap.

Vrijstelling

Voor veel zelfstandigen is het driemaandelijkse ophoesten van de sociale bijdragen niet makkelijk. Daarom kunnen zelfstandigen die zich ‘in staat van behoefte’ bevinden, volledige of gedeeltelijke vrijstelling aanvragen van sociale bijdragen. De Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen gaat na, op basis van de concrete situatie, of de zelfstandige hiervoor in aanmerking komt. Opgelet: alleen wie maar met moeite in zijn normale levensbehoeften kan voorzien, kan een vrijstelling verkrijgen. Het loutere feit dat je denkt dat je veel lasten betaalt of dat je inkomsten lager uitvallen dan je had gehoopt, volstaat dus niet.

Voor deze aanvraag wendt de zelfstandige zich tot zijn sociaal verzekeringsfonds, nooit rechtstreeks tot de Commissie. Je sociaalverzekeringsfonds zal je dossier naar de Commissie doorsturen.

Voor de Commissie moet je rekening houden met een beslissingstermijn van zes tot negen maanden. Je moet ook telkens opnieuw een aanvraag indienen voor bijkomende kwartalen.

De kwartalen waarvoor je vrijstelling hebt verkregen, leveren geen pensioenrechten op. Vrijgestelde kwartalen tellen wel mee voor je ziekteverzekering.

Een vrijstelling krijg je ook voor kwartalen waarin je niet actief was wegens ziekte of ongeval, op voorwaarde dat die erkend zijn als perioden van arbeidsongeschiktheid, dat je geen enkele activiteit meer uitoefende en een aanvraag hebt ingediend bij het sociaalverzekeringsfonds, die door het RSVZ wordt goedgekeurd. Hier behoud je wél je pensioenrechten.

Goed om weten…

De betaalde bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan in afwachting van een andere beroepsactiviteit aanspraak maken op een voortgezette verzekering. Dat veronderstelt dat je de sociale bijdragen blijft betalen. In ruil daarvoor behoud je dan ook je rechten in het sociaal statuut der zelfstandigen. Om in aanmerking te komen moet je wel minstens een jaar als zelfstandige hebben gewerkt en je activiteit volledig stopzetten.

De voortgezette verzekering kan maximaal twee jaar duren. Die termijn kan worden verlengd tot zeven jaar als de zelfstandige op die manier de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Aanvragen kan bij het sociaalverzekeringsfonds, binnen de drie kwartalen nadat je je zelfstandige activiteit hebt stopgezet.

Een vrijstelling voor freelancejournalisten in bijberoep

Wie journalistiek actief is als zelfstandige in bijberoep, kan zich voor zijn sociale zekerheid beroepen op een belangrijke vrijstelling. De wet bepaalt dat journalisten, perscorrespondenten en iedereen die auteursrechten geniet, niet zijn onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandige wanneer ze dat werk verrichten in bijberoep (artikel 5 van het Koninklijk Besluit nr. 38 van 27 juli 1967). Dat betekent dat ze voor die activiteit geen sociale bijdragen moeten betalen. De keerzijde is dat je ook geen sociale rechten opbouwt.

Het moet wel gaan om journalistiek werk. Daaronder valt ook het werk als regionaal correspondent, recensent, columnschrijver en dies meer. De rechtbank van Antwerpen heeft geoordeeld dat occasioneel lesgeven aan een journalistenschool hiermee kan worden gelijkgesteld. Dat geldt ook voor het modereren van een debat of het interviewen voor een publiek, als dat een afgeleide is van een journalistiek hoofdberoep. Structureel lesgeven (een in het leerplan opgenomen cursus) wordt door het RSVZ evenwel niet erkend als een journalistiek bijberoep. De arbeidsrechtbank van Luik heeft de vrijstelling ook geweigerd aan iemand die af en toe wat redactiewerk verrichtte voor uitgeverij CED Samson, wegens geen journalistiek karakter. Voor dit soort van bijklussen ben je dus wél verzekeringsplichtig, zij het dat je dan wel onder de bijdrageregeling valt van de bijberoepers.

De tweede voorwaarde is dat je al een ander hoofdberoep uitoefent. Concreet moet je als werknemer al minstens een halftijdse job hebben, of als statutair docent minstens 60 % van een voltijds uurrooster. De vrijstelling geldt ook voor wie al een andere zelfstandige activiteit uitoefent als hoofdberoep, bij voorbeeld als advocaat, manager of cafébaas. Ook wie een hiermee gelijkstaand sociaal statuut heeft – met name als loopbaanonderbreker, werkzoekende of (brug)gepensioneerde (zie verder) – kan zich op de vrijstelling beroepen.

De freelancejournalist die nog geen sociaal statuut heeft dat minstens gelijk is aan dat van de zelfstandigen, is wel verzekeringsplichtig.

Terug naar ‘Sociaal Statuut’