In ruil voor het betalen van sociale bijdragen, verwerft de zelfstandige bepaalde sociale rechten. Die zijn, in vergelijking met die van werknemers, aan de lage kant: in tegenstelling tot de werkloosheidsregeling voor loontrekkenden lenigt de faillissementsverzekering alleen de eerste, tijdelijke nood. In periodes dat er geen opdrachten zijn, kan de zelfstandige geen beroep doen op een werkloosheidsuitkering.

Daar staat tegenover dat een zelfstandige maar ongeveer 20% van zijn inkomen aan sociale bijdragen besteedt, terwijl dat bij werknemers ruim 43% is (de werknemer betaalt 13,07 % en de werkgever doet daar nog eens ongeveer 30% bovenop). Hoe dan ook toont dit voor freelancers de noodzaak aan van aanvullende verzekeringen tegen ziekte, ouderdom en rampspoed.

Ziekteverzekering

De ziekteverzekering dekt twee sociale risico’s. Zij heeft enerzijds betrekking op de gezondheidszorgen, anderzijds op de inkomstenderving bij arbeidsongeschiktheid en bij moederschap. In het eerste geval komt de verzekering tegemoet in de ziektekosten.

Ziektekostenverzekering

Zelfstandigen hebben een eigen sociaal zekerheidsstelsel. Ze betalen bijdragen aan een sociaal verzekeringsfonds en hebben daardoor recht op dezelfde terugbetaling van ziektekosten als werknemers. De hoogte van de bijdrage die aan het sociaal verzekeringsfonds betaald moeten worden, wordt bepaald door de hoogte van de inkomsten van de zelfstandige.

Sinds januari 2008 zijn alle zelfstandigen ook gedekt voor de zogenaamde kleine risico’s (raadpleging van een arts, aankoop van geneesmiddelen, tandverzorging, kinesitherapie, fysiotherapie, protheses).

Arbeidsongeschiktheid

In het verlengde van de verzekering voor geneeskundige zorg omvat het sociaal statuut van zelfstandigen een uitkeringsverzekering voor arbeidsongeschiktheid.

Bijzondere voorwaarden om hiervan te kunnen genieten, zijn dat je al minstens zes maanden bijdragen betaalt en dat je je arbeidsongeschiktheid binnen de 28 dagen laat erkennen door een adviserende arts van het ziekenfonds.

Tot voor kort kregen zelfstandigen tijdens de eerste maand van arbeidsongeschiktheid helemaal geen uitkering. Daar kwam met het Zomerakkoord in 2017 verandering in: nu krijgen ze een uitkering na twee weken ziekte. Ze heeft de vorm van een dagvergoeding, die wordt toegekend voor elke dag van het jaar, behalve de zondagen. De bedragen verschillen naargelang van de gezinssamenstelling en de duur van de arbeidsongeschiktheid (korter of langer dan één jaar).

Dagvergoedingen voor arbeidsongeschiktheid

(uitgaande van 26 werkdagen per maand)

 Vanaf de 15de dag

 

 na 12 maanden

 

Alleenstaande  € 46,96 Zonder gelijkstelling:         € 46,96     Met gelijkstelling*:              €  46,96
Met gezinslast  € 58,68 Zonder gelijkstelling:         €  58,68      Met gelijkstelling*:             €  58,68
Samenwonend € 35,76 Zonder gelijkstelling:        €  35,76      Met gelijkstelling*:             €  39,98
Erkende hulp van derden (eventuele aanvulling na vier maanden arbeidsongeschiktheid) € 20,81

 

*  Periodes van ziekte en invaliditeit kun je kosteloos laten gelijkstellen met periodes van activiteit. Voorwaarde is dat je je zelfstandige beroepsbezigheid volledig stopzet en dat je als arbeidsongeschikt bent erkend bent door de arts van je ziekenfonds. Dit heeft gevolgen voor de berekening van je pensioen, dat dan hoger kan zijn. Je blijft dan ook tijdens je inactiviteit in regel met de ziekteverzekering, hoewel je geen bijdragen meer betaalt.

De uitkering is in principe niet cumuleerbaar met een (andere) beroepsbezigheid. Maar met de toelating van de adviserende arts kun je in de overgang naar een nieuwe job wel een aangepaste werkzaamheid uitoefenen.

Zelfstandigen die als arbeidsongeschikt zijn erkend en die een invaliditeitsuitkering ontvangen, hebben bovendien recht op verhoogde tegemoetkomingen in de ziektekosten.

Sinds 2011 wordt in mei jaarlijks een inhaalpremie betaald aan invalide zelfstandigen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan dat van de toekenning, minstens 1 jaar arbeidsongeschikt waren. Die bedraagt voor 2017, voor zelfstandigen, € 216,50.

Privé-verzekeringen

Omdat de uitkeringen van overheidswege uiteindelijk vrij beperkt zijn, kun je aanvullend een privé-verzekering afsluiten die je een extra geeft bij arbeidsongeschiktheid.

Met Zenito heeft de VVJ een verzekering arbeidsongeschiktheid onderhandeld voor journalisten. Meer info: http://www.journalist.be/verzekeringen.

Maar omdat de meeste privé-verzekeringen oorlogsgebieden uitsluiten heeft de Internationale  Federatie van Journalisten(IFJ) ook een verzekering in de aanbieding die wereldwijd geldt, dus ook voor risicogebieden. Zeker aan te raden voor freelancers die verslag gaan uitbrengen in conflictregio’s.

Moederschapsuitkering en kraamgeld

Sinds 1 januari 2017 bedraagt de duur van het moederschapsverlof voor een zelfstandige of meewerkende echtgenote 12 weken. Voordien was dat 8 weken. De zelfstandige moeder kan het verlof voltijds of halftijds opnemen. De termijn waarbinnen ze het verlof moeten opnemen is verlengd van 21 naar 36 weken na de verplichte bevallingsrust. Daarnaast heeft ze vanaf 2018 recht op 105 dienstencheques van € 9 om de combinatie werk en privé mogelijk te maken.

Een zelfstandige moeder kan sinds januari 2010 haar moederschapsverlof met maximaal 24 weken verlengen als kort na de geboorte blijkt dat haar kind gedurende een langere tijd in het ziekenhuis moet verblijven.

De moederschapsuitkering bedraagt € 475,41 of € 237,71 per week, naargelang het gaat om voltijdse of deeltijdse moederschapsrust. Zelfstandigen die adoptieverlof nemen krijgen een soortgelijk bedrag.

Voorts heeft de zelfstandige recht op kraamgeld. Het gaat om een eenmalige tegemoetkoming van € 1.247,58 voor het eerste kind (en voor alle kinderen in het geval van een meerling) en € 938,66 voor elk volgend kind.

Ook in geval van adoptie wordt een premie van € 1.247,58 betaald.

Kinderbijslag 

Zelfstandigen en gelijkgestelden (gefailleerde, arbeidsongeschikte, gepensioneerde zelfstandigen, voortgezet verzekerden) hebben recht op kinderbijslag voor

  • de eigen kinderen, alsook die van de echtgeno(o)t(e), geadopteerde kinderen, kinderen onder voogdij, de inwonende kinderen van de partner, inwonende klein- en achterkleinkinderen en neven en nichten;
  • tot aan de leeftijd van
  • 18 jaar: voor alle kinderen
  • Tussen 18 en 25 jaar: vanaf 1 september van het jaar waarin een kind 18 wordt tot en met de maand waarin het 25 wordt, hebt u onder bepaalde voorwaarden recht op kinderbijslag:
    • Secundair onderwijs
      • uw kind volgt voltijds secundair onderwijs, onderwijs met een beperkt leerplan, of een ondernemersopleiding;
      • uw kind volgt volwassenenonderwijs (het vroegere onderwijs voor sociale promotie) voor minstens 17 uur per week;
      • uw kind volgt een van de types van het deeltijds secundair onderwijs of erkende vorming en het inkomen of de sociale uitkering bedraagt niet meer dan 541,09 euro bruto per maand;
      • uw kind volgt buitengewoon onderwijs.
    • Hoger onderwijs
      • uw kind is ingeschreven volgens de bachelor-masterstructuur (BAMA) in één of meer instellingen voor hoger onderwijs, volgt daarin een of meerdere opleidingen, en is ingeschreven voor minstens 27 studiepunten;
      • uw kind volgt een doctoraatsopleiding voor meer dan 27 studiepunten (studiepunten voor het schrijven van een doctoraatsverhandeling tellen niet mee);
      • uw kind volgt volwassenenonderwijs (het vroegere onderwijs voor sociale promotie) voor meer dan 27 studiepunten.
    • Werkzoekende schoolverlater
      • uw kind is gestopt met studeren, maar is ingeschreven als werkzoekende (maximaal 12 maanden recht op kinderbijslag).
    • 21 jaar: voor kinderen met een handicap hebt u recht op een extra toeslag voor kinderen met een handicap, tot het kind 21 wordt. Vanaf 21 jaar vervalt de toelage. Ook de kinderbijslag zelf kan dan wegvallen, tenzij het kind voldoet aan de algemene voorwaarden die voor alle kinderen tussen 18 en 25 jaar van toepassing zijn.
    • 25 jaar: het recht op kinderbijslag eindigt op het einde van de maand waarin het kind 25 jaar wordt. Ook als het nog verder studeert.

2018 wordt een sleuteljaar voor het beheer van de kinderbijslag. Naar aanleiding van de 6e Staatshervorming wordt de bevoegdheid voor kinderbijslag overgedragen van het federale niveau naar de deelstaten (Vlaamse en Duitstalige Gemeenschap, Waals Gewest en GGC, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie). In dat kader ontwikkelt iedere entiteit een kinderbijslagsysteem dat is aangepast aan de noden van zijn bevolking.

Kinderbijslagen

1ste kind: € 92,09 per maand

2de kind: € 170,39 per maand

3de kind en alle volgende: € 254,40 per maand

 

Eenoudergezinnen waarvan de totale inkomsten niet hoger liggen dan € 2.452,41 bruto per maand, hebben recht op een toeslag van

1ste kind: € 46,88

2de kind: € 29,06

3de en volgende kinderen: € 23,43

Als u al een toeslag als langdurig werkloze, langdurig zieke, invalide of gepensioneerd krijgt dan krijgt u als alleenstaande ouder 17,97 euro extra vanaf het derde kind. Voor de eerste 2 kinderen zijn de toeslagen niet cumuleerbaar.

De leeftijdsbijslag voor het oudste kind wordt bij gezinnen die recht hebben op een eenoudertoeslag niet gehalveerd of geblokkeerd.

Schoolpremie

De jaarlijkse bijslag wordt eenmaal per jaar vóór het nieuwe schooljaar betaald. Het is een forfaitair bedrag dat verschilt naargelang van de leeftijdscategorie van het kind. De bedoeling is om de gezinnen te steunen bij de start van het nieuwe schooljaar. Je hoeft geen aanvraag te doen. De jaarlijkse bijslag wordt automatisch aan de kinderbijslag van de maand juli toegevoegd. Als je recht hebt op kinderbijslag in de maand juli, dan heb je automatisch recht op de jaarlijkse bijslag.

Die bedraagt:

Kinderen zonder toeslag                             Kinderen met toeslag

0 – 5 jaar             € 20,40                           € 28,16

6 – 11 jaar           € 43,86                           € 59,76

12 – 17 jaar         € 61,20                           € 83,66

18 – 24 jaar         € 81,60                           € 112,62

Mantelzorg

Als een zelfstandige een terminaal zieke partner of kind wil bijstaan, krijgt hij een uitkering voor mantelzorg. Die bedraagt € 1.220,86 per maand indien de zelfstandige activiteit volledig wordt onderbroken. Onderbreek je je zelfstandige activiteit voor minstens 50 %, dan krijg je € 610,43 per maand.

Tijdens de mantelzorgperiode moet je je sociale bijdragen blijven betalen, tenzij je je zelfstandige activiteit volledig hebt onderbroken en voor drie opeenvolgende maanden de mantelzorguitkering hebt ontvangen. Dan kun je eventueel voor een kwartaal een vrijstelling van bijdrage verkrijgen en toch je socialezekerheidsrechten behouden. Die vrijstelling kun je maximaal vier keer in je loopbaan verkrijgen.

Daarnaast zullen mantelzorgers die deeltijds werken om te zorgen voor een zwaar zorgbehoevende gedurende 48 maanden dezelfde pensioenrechten opbouwen als zouden ze voltijds werken, zo belooft het Zomerakkoord.

Pensioen

Wanneer?

Zelfstandigen kunnen aanspraak maken op een rustpensioen mits ze de pensioenleeftijd bereiken of/en een minimumloopbaan kunnen voorleggen.

  1. De normale pensioenleeftijd is 65. Sinds 1 januari 2009 geldt dit ook voor vrouwen. Vanaf 2025 is de leeftijd 66 jaar en vanaf 2030 wordt het 67 jaar.
  2. Wie vervroegd met pensioen wil gaan, moet aan bepaalde voorwaarden voldoen:
Datum minimumleeftijd loopbaanvoorwaarde Uitzondering lange loopbaan
2018 63 jaar 41 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 43 jaar61 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

De beroepsloopbaan kan worden bewezen aan de hand van de sociale bijdragebetalingen aan het sociaalverzekeringsfonds.

Periodes van ziekte, zwangerschap of invaliditeit kunnen kosteloos worden gelijkgesteld met activiteit, net zoals studieperiodes vóór 1957 en periodes van militaire dienst. Voor andere gelijkstellingen moet je betalen, met name voor studieperiodes na 1956 en voor periodes van voortgezette verzekering (en de vrijwillige bijdragebetaling in het kader hiervan).

Het Zomerakkoord van 2017 brengt voor zelfstandigen op het vlak van pensioen meerdere veranderingen met zich mee. Vanaf 2019 wordt het voor werknemers en zelfstandigen mogelijk om deeltijds met pensioen te gaan en tegelijk deeltijds te blijven werken en bijkomende pensioenrechten op te bouwen. Kiezen voor deeltijds pensioen zou kunnen vanaf de leeftijd waarop u met vervroegd pensioen kan. Daarnaast bepaalt het Zomerakkoord dat alle effectief gewerkte dagen gaan meetellen voor uw pensioen, zelfs als je langer dan 45 jaar werkt. Dat geldt zowel voor werknemers als voor zelfstandigen. Bij de pensioenberekening vandaag worden nooit meer dan 14.040 dagen in rekening gebracht.

Tot slot wil het Zomerakkoord het voor zelfstandigen zonder vennootschap mogelijk maken om een volwaardig aanvullend pensioen op te bouwen, net zoals dat nu al mogelijk is voor ondernemers met een vennootschap.

To be continued…  Al deze wijzigingen moeten nog in regelgeving gegoten.

Hoeveel?

De berekening van het pensioen is een behoorlijk ingewikkelde materie. Factoren die een rol spelen zijn

  • de beroepsloopbaan;
  • de beroepsinkomsten;
  • of je alleenstaande bent, dan wel gehuwd met iemand die zelf geen inkomsten heeft (in het laatste geval krijg je een gezinspensioen).

Bij een gemengde loopbaan – je hebt ook nog gewerkt als loontrekkende of als ambtenaar – worden de diverse pensioenregelingen gecombineerd.

Van zodra je 55 jaar wordt, kun je je pensioen laten ramen. https://mypension.onprvp.fgov.be/NL/mypension/Paginas/default.aspx

Voor erkende beroepsjournalisten in loondienst – dus niet voor freelance beroepsjournalisten – bestaat een wettelijk aanvullend pensioensysteem. De AVBB heeft er altijd voor geijverd dit zelf gefinancierde pensioensupplement uit te breiden naar de freelance beroepsjournalisten.

Wie nog?

De uit de echt gescheiden echtgeno(o)t(e) van de zelfstandige kan aanspraak maken op een eigen rustpensioen, mits de pensioenleeftijd wordt bereikt en de beroepsloopbaan van de ex-echtgeno(o)t(e) als zelfstandige wordt bewezen.

De feitelijk of van tafel en bed gescheiden echtgeno(o)t(e) van de zelfstandige kan een deel opeisen van het pensioen dat aan de partner wordt toegekend.

Voor de weduwe of weduwnaar van een zelfstandige is het overlevingspensioen weggelegd.

Minimumpensioenen zelfstandigen

Minimumpensioen(bij volledige loopbaan)
Rustpensioen – gezin € 18.180,79
Rustpensioen – alleenstaande € 14.549,21
Overlevingspensioen  € 14 454,57

Andere voordelen:

Gerechtigden op pensioen als gezin Gerechtigden op pensioen als alleenstaande
Bijzondere bijslag € 134,68 € 107,77
Pensioensupplement € 170,16

Het pensioensupplement (jaarlijks in juli) geldt voor wie zijn rustpensioen genomen heeft tussen 1 juli 1997 en 1 december 2008. Voor de andere te vervullen voorwaarden zie http://www.onprvp.fgov.be/nl/pension/news/paginas/pensioenbijslag.aspx.

De bijzondere bijslag (jaarlijks in juli) geldt niet voor:

  • wie een loopbaan heeft als zelfstandige (of als zelfstandige en werknemer) die minstens gelijk is aan 2/3 van een volledige loopbaan;
  • een pensioen van zelfstandige heeft waarvan het jaarbedrag hoger is dan het minimumpensioen voor zelfstandigen vermenigvuldigd met de breuk van de loopbaan als zelfstandige.
  • Meerdere pensioenen ontvangt waarvan het totale jaarbedrag hoger is dan het minimumpensioen voor zelfstandigen.

Hoe ?

Je moet je pensioen aanvragen bij je gemeentebestuur of bij de RSVZ.

De RSVZ beslist over de toekenning, inclusief het pensioenbedrag.

De betaling gebeurt door de Rijksdienst voor Pensioenen.

Overbruggingsrecht

Maakt u een moeilijke periode door, waarin de te betalen rekeningen u boven het hoofd groeien, dan kunt u eerst proberen met uw schuldeisers te onderhandelen over een afbetalingsplan. U kunt daarbij een beroep doen op een ondernemingsbemiddelaar.

Gaat het dan toch nog fout, dan kan een zelfstandige in hoofdberoep een beroep doen op  een faillissementsuitkering, die tegenwoordig ‘overbruggingsrecht’ wordt genoemd. Sinds 1 oktober 2012 is die verzekering uitgebreid. Je moet niet langer failliet zijn verklaard of in een collectieve schuldenregeling zitten. Als je door een geval van overmacht je activiteit niet kunt voortzetten – tijdelijk of definitief – dan kun je er ook al een beroep op doen. Onder ‘overmacht’ wordt verstaan: natuurrampen, de vernietiging van je werkplaats of je materieel, brand en bepaalde gevallen van allergie (zoals bijvoorbeeld een kapper die een allergie krijgt voor de producten in zijn kapsalon). Dat laatste zal bij freelancejournalisten wellicht uiterst zelden voorkomen. Belangrijke opmerking: het moet wel gaan om een volledige stopzetting van je activiteit.

Zijn uitgesloten: de zelfstandigen die strafrechtelijk zijn veroordeeld voor bedrieglijk faillissement of onvermogen. De uitkering geldt voor wie geen andere beroepsactiviteit uitoefent of geen recht op uitkeringen heeft, in België woont en minstens vier kwartalen bijdragen in hoofdberoep verschuldigd was.

De verzekering komt neer op een maandelijkse uitkering gedurende hoogstens twaalf maanden. Nieuw is dat die twaalf maanden nu kunnen gespreid worden over een hele loopbaan. Je kunt dus meermaals een beroep doen op de faillissementsverzekering, zolang je twaalf maanden nog niet zijn opgebruikt.

Je krijgt nu ook zes maanden de tijd om de verzekering aan te vragen (dat was voorheen drie maanden).

Gedurende de periode van de verzekering word je vrijgesteld van sociale bijdragebetaling maar behoud je je rechten op geneeskundige verzorging en kinderbijslag.

Je kunt een beroep doen op het overbruggingsrecht via je sociaalverzekeringsfonds.

Maandbedragen overbruggingsrecht zelfstandigen

Zonder gezinslast Met gezinslast
€ 1220,86 € 1525,60

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan tijdens de daarop volgende inactieve periode toch in orde blijven met zijn sociaal statuut door in een voortgezette verzekering te stappen. Dit betekent dat je vrijwillige sociale bijdragen blijft betalen en in ruil je sociale rechten behoudt. De voortgezette verzekering kan in principe maar twee jaar duren, maar kan worden verlengd tot zeven jaar wanneer je daardoor de pensioenleeftijd bereikt.

 

Meer info

 

Terug naar ‘Sociaal Statuut’