Met je sociale bijdragen bouw je sociale rechten op. Het sociaal vangnet voor zelfstandigen is in 2018 wat verstevigd. Zo krijgt men al na 2 weken een arbeidsongeschiktheidsuitkering, werd de moederschapsrust verlengd tot 12 weken en werd de faillissementsverzekering uitgebreid. Niettemin blijven er blinde vlekken. Zo kan een zelfstandige in periodes dat er geen opdrachten zijn geen beroep doen op een werkloosheidsuitkering.

Dat wordt verklaard doordat een zelfstandige maar ongeveer 20% van zijn inkomen aan sociale bijdragen besteedt, terwijl dat bij werknemers een kleine 40% is (de werknemer betaalt 13,07% en de werkgever doet daar nog eens ongeveer 25% bovenop). Hoe dan ook toont dit voor freelancers de noodzaak aan van aanvullende verzekeringen tegen inkomensverlies, voor aanvullende pensioenrechten en dies meer.

Ziekteverzekering

De ziekteverzekering dekt twee sociale risico’s: gezondheidszorgen die ziektekosten met zich brengen en inkomstenderving bij arbeidsongeschiktheid en bij moederschap.

1 Ziektekostenverzekering

Zelfstandigen hebben een eigen socialezekerheidsstelsel. Ze betalen bijdragen aan een sociaal verzekeringsfonds en hebben daardoor recht op dezelfde terugbetaling van ziektekosten als werknemers. De hoogte van de bijdrage aan het sociaal verzekeringsfonds wordt bepaald door het niveau van de inkomsten van de zelfstandige.

2 Arbeidsongeschiktheidsverzekering

In het verlengde van de verzekering voor geneeskundige zorgen omvat het sociaal statuut van zelfstandigen een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid.

Bijzondere voorwaarden om hiervan te kunnen genieten, zijn dat je al minstens zes maanden bijdragen betaalt en dat je je arbeidsongeschiktheid binnen de 28 dagen laat erkennen door een adviserende arts van het ziekenfonds.

Tot voor kort kregen zelfstandigen tijdens de eerste maand van arbeidsongeschiktheid helemaal geen uitkering. Sinds 2018 krijgen ze een uitkering na twee weken ziekte. Ze heeft de vorm van een dagvergoeding, die wordt toegekend voor elke dag van het jaar, behalve de zondagen. De bedragen verschillen naargelang de gezinssamenstelling en de duur van de arbeidsongeschiktheid (korter of langer dan één jaar).

 

Dagvergoedingen voor arbeidsongeschiktheid (sinds 2019)

(uitgaande van 26 werkdagen per maand)

Primaire ongeschiktheid

 

Invaliditeit (na 12 maanden)

 

Met gezinslast

 

€ 60,26 Met stopzetting bedrijf: € 60,26

Zonder stopzetting bedrijf: idem

Alleenstaand

 

€ 48,22 Met stopzetting bedrijf: € 48,22

Zonder stopzetting bedrijf: idem

Samenwonend € 36,47 Met stopzetting bedrijf: € 40,78

Zonder stopzetting bedrijf: € 36,47

 

Bij hulp van derden heb je recht op een forfaitaire tegemoetkoming van € 22,28 (bedrag vanaf 1 september 2018).

Periodes van ziekte en invaliditeit kun je kosteloos laten gelijkstellen met periodes van activiteit. Voorwaarde is dat je je zelfstandige beroepsbezigheid volledig stopzet en dat je als arbeidsongeschikt bent erkend bent door de arts van je ziekenfonds. Dit heeft gevolgen voor de berekening van je pensioen, dat dan hoger kan zijn. Je blijft dan tijdens je inactiviteit ook in regel met de ziekteverzekering, hoewel je geen bijdragen meer betaalt.

De uitkering is in principe niet cumuleerbaar met een (andere) beroepsbezigheid. Maar met de toelating van de adviserende arts kun je in de overgang naar een nieuwe job wel een aangepaste werkzaamheid uitoefenen.

Zelfstandigen die als arbeidsongeschikt zijn erkend en die een invaliditeitsuitkering ontvangen, hebben bovendien recht op een verhoogde tegemoetkoming voor wat betreft de terugbetaling van de ziektekosten.

Jaarlijks wordt ook nog een inhaalpremie betaald aan invalide zelfstandigen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan dat van de toekenning, minstens 1 jaar arbeidsongeschikt waren. Die bedraagt € 220,82 voor 2019. Je hoeft hiervoor niks te ondernemen, je krijgt dit automatisch gestort als je aan de voorwaarden voldoet.

 

Nut van een privé-verzekering

Omdat de uitkeringen van overheidswege uiteindelijk vrij beperkt zijn, kun je aanvullend een privé-verzekering sluiten die je een extra geeft bij arbeidsongeschiktheid.

De VVJ heeft voor haar leden een verzekering gewaarborgd inkomen onderhandeld. Meer info: https://journalist.be/verzekeringen.

Omdat de meeste privé-verzekeringen oorlogsgebieden uitsluiten, heeft de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) ook een verzekering in de aanbieding die wereldwijd geldt, dus ook voor risicogebieden. Een aanrader voor freelancers die werkzaam zijn in conflictregio’s.

3 Moederschapsuitkering

Sinds 1 januari 2017 bedraagt de duur van het moederschapsverlof voor een zelfstandige of meewerkende echtgenote 12 weken, waarvan 3 weken verplicht zijn op te nemen en 9 facultatief. Voordien was dat 8 weken. De zelfstandige moeder kan het verlof voltijds of halftijds opnemen. Ze moet dat doen binnen de termijn van 38 weken na de verplichte bevallingsrust. Daarnaast heeft elke zelfstandige moeder sinds 2018 automatisch recht op 105 dienstencheques van € 9 om de combinatie werk en privé mogelijk te maken.

Een zelfstandige moeder kan haar moederschapsverlof met maximaal 24 weken verlengen als kort na de geboorte blijkt dat haar kind gedurende een langere tijd in het ziekenhuis moet verblijven.

De moederschapsuitkering bedraagt € 484,90 of € 242,45 per week, naargelang het gaat om voltijdse of deeltijdse moederschapsrust (bedragen vanaf 1 september 2018). Zelfstandigen die adoptieverlof nemen krijgen hetzelfde bedrag.

Een ander voordeel is ook dat zelfstandige moeders geen sociale bijdragen betalen in het kwartaal volgend op de bevalling.

Gezinsbijslag

1 Kinderbijslag/groeipakket

Zelfstandigen en gelijkgestelden (gefailleerden, arbeidsongeschikten, gepensioneerde zelfstandigen, voortgezet verzekerden) hebben recht op kinderbijslag voor

– de eigen kinderen (alsook die van de echtgenoot), geadopteerde kinderen, kinderen onder voogdij, de inwonende kinderen van de partner, inwonende klein- en achterkleinkinderen en neven en nichten;

– tot aan de leeftijd van

  • 18 jaar: voor alle kinderen
  • Tussen 18 en 25 jaar: vanaf 1 september van het jaar waarin een kind 18 wordt tot en met de maand waarin het 25 wordt, heb je onder bepaalde voorwaarden recht op kinderbijslag.

2018 was een sleuteljaar voor het beheer van de kinderbijslag: dit werd overgedragen van het federale niveau naar de deelstaten, en sindsdien ontwikkelden onder meer de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel hun eigen kinderbijslagsysteem. In Vlaanderen spreekt men voortaan van het Groeipakket.

De kinderbijslag omvat een basisuitkering, verhoogd met toeslagen op basis van de leeftijd van het kind, toeslagen aan bepaalde categorieën personen (bijvoorbeeld kinderen van werklozen, invaliden, gepensioneerden…) en voorwaardelijke toeslagen aan gehandicapte kinderen tot de leeftijd van 21 jaar.

Basiskinderbijslagen (bedragen per maand sinds 1 september 2018 in de Vlaamse Gemeenschap)

  • 1ste kind: € 93,93
  • 2de kind: € 173,80
  • 3de kind en elk volgend: € 259,49

Eenoudergezinnen waarvan de totale inkomsten niet hoger liggen dan € 2.452,41 bruto per maand, hebben recht op een toeslag van

  • 1ste kind: € 47,81
  • 2de kind: € 29,64
  • 3de en volgende kinderen: € 23,90
Schoolpremie

Deze bijslag wordt eenmaal per jaar vóór het nieuwe schooljaar betaald. Het is een forfaitair bedrag dat verschilt naargelang de leeftijdscategorie van het kind. De bedoeling is om de gezinnen te steunen bij de start van het nieuwe schooljaar. Je hoeft geen aanvraag te doen. De jaarlijkse bijslag wordt automatisch aan de kinderbijslag van de maand juli toegevoegd. Als je recht hebt op kinderbijslag in de maand juli, dan heb je automatisch recht op de jaarlijkse bijslag.

 

Bedrag

Kinderen zonder toeslag Kinderen met toeslag
Kinderen van 0-5 jaar € 21,23 € 29,29
Kinderen van 6-11 jaar € 45,63 € 62,17
Kinderen van 12-17 jaar € 63,67 € 87,04
Kinderen van 18-24 jaar € 84,89 € 117,17

Alle info op de website van Famifed: https://bruxelles.famifed.be/nl/gezinnen

 

2 Startbedrag bij geboorte van een kind en adoptiepremie

Voorts heeft de zelfstandige recht op startbedrag bij geboorte van een kind (vroeger: kraamgeld).In Vlaanderen bedraagt dit sinds 1 januari 2019 € 1.122.

 

Pensioen

Wanneer?

Zelfstandigen kunnen aanspraak maken op een rustpensioen mits ze de pensioenleeftijd bereiken of/en een minimumloopbaan kunnen voorleggen.

  1. De normale pensioenleeftijd is 65. Sinds 1 januari 2009 geldt dit ook voor vrouwen. Vanaf 2025 is de leeftijd 66 jaar en vanaf 2030 wordt het 67 jaar.
  2. Wie vervroegd met pensioen wil gaan, moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Voor 2018 is de minimumleeftijd hiervoor bepaald op 63 jaar en is er een loopbaanvoorwaarde van 41 jaar. Wie een langere loopbaan achter de kiezen heeft, geniet extra mogelijkheden. Wie 42 jaar heeft gewerkt kan op 61 jaar met vervroegd pensioen, wie 43 jaar heeft gewerkt kan dat al op 60 jaar.

De beroepsloopbaan kan worden bewezen aan de hand van de sociale bijdragebetalingen aan het sociaalverzekeringsfonds.

Periodes van ziekte, zwangerschap of invaliditeit kunnen kosteloos worden gelijkgesteld met activiteit, net zoals studieperiodes vóór 1957 en periodes van militaire dienst. Voor andere gelijkstellingen moet je betalen, met name voor studieperiodes na 1956 en voor periodes van voortgezette verzekering (en de vrijwillige bijdragebetaling in het kader hiervan).

Het Zomerakkoord van 2017 bracht op het vlak van pensioen enkele veranderingen met zich. Vanaf 2019 wordt het zowel voor werknemers als voor zelfstandigen mogelijk om deeltijds met pensioen te gaan en tegelijk deeltijds te blijven werken en bijkomende pensioenrechten op te bouwen. Je kunt kiezen voor deeltijds pensioen vanaf de leeftijd dat je met vervroegd pensioen kan. Daarnaast bepaalt het Zomerakkoord dat alle effectief gewerkte dagen meetellen voor het pensioen, zelfs als je langer dan 45 jaar werkt. Tot nu werden bij de pensioenberekening nooit meer dan 14.040 dagen in rekening gebracht.

Tot slot wil het Zomerakkoord het voor zelfstandigen zonder vennootschap mogelijk maken om een volwaardig aanvullend pensioen op te bouwen, net zoals dat nu al mogelijk is voor ondernemers met een vennootschap.

Hoeveel?

De berekening van het pensioen is een behoorlijk ingewikkelde materie. Factoren die een rol spelen zijn

  • de beroepsloopbaan;
  • de beroepsinkomsten;
  • of je alleenstaande bent, dan wel gehuwd met iemand die zelf geen inkomsten heeft (in het laatste geval krijg je een gezinspensioen).

Bij een gemengde loopbaan – je hebt ook nog gewerkt als loontrekkende of als ambtenaar – worden de diverse pensioenregelingen gecombineerd.

Freelancejournalisten genieten niet het aanvullende pensioen dat wettelijk is geregeld voor erkende beroepsjournalisten in loondienst. Weliswaar is dat een zelffinancierend pensioensysteem, dat door de loontrekkende beroepsjournalist zelf en diens werkgever wordt betaald.

Wie nog?

De uit de echt gescheiden echtgenoot van de zelfstandige kan aanspraak maken op een eigen rustpensioen, mits de pensioenleeftijd wordt bereikt en de beroepsloopbaan van de ex-echtgenoot als zelfstandige wordt bewezen.

De feitelijk of van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de zelfstandige kan een deel opeisen van het pensioen dat aan de partner wordt toegekend.

Voor de weduwe of weduwnaar van een zelfstandige is het overlevingspensioen weggelegd.

 

Minimumpensioenen zelfstandigen

Minimumpensioen

(bij volledige loopbaan)

(bedragen met ingang van 1 maart 2019)

Rustpensioen – gezin € 18.801,41
Rustpensioen – alleenstaande € 15.045,92
Overlevingspensioen € 14.844,85


Hoe?

Je moet je pensioen aanvragen bij je gemeentebestuur of bij de RSVZ.

De RSVZ beslist over de toekenning, inclusief het pensioenbedrag.

De betaling gebeurt door de Rijksdienst voor Pensioenen.

 

Mantelzorg

Als een zelfstandige een terminaal zieke partner of kind wil bijstaan, krijgt hij een uitkering voor mantelzorg. Die bedraagt € 1.253,83 per maand indien de zelfstandige activiteit volledig wordt onderbroken. Onderbreek je je zelfstandige activiteit voor minstens 50%, dan krijg je € 626,92 per maand. Deze bedragen gelden sinds 2019.

Tijdens de mantelzorgperiode moet je je sociale bijdragen blijven betalen, tenzij je je zelfstandige activiteit volledig hebt onderbroken en voor drie opeenvolgende maanden de mantelzorguitkering hebt ontvangen. Dan kun je eventueel voor een kwartaal een vrijstelling van bijdrage verkrijgen en toch je socialezekerheidsrechten behouden. Die vrijstelling kun je maximaal vier keer in je loopbaan verkrijgen.

 

Overbruggingsrecht

Maak je een moeilijke periode door, waarin de te betalen rekeningen je boven het hoofd groeien, dan kun je eerst proberen met je schuldeisers te onderhandelen over een afbetalingsplan. Je kunt daarbij een beroep doen op een ondernemingsbemiddelaar.

Gaat het toch nog fout, dan kan een zelfstandige in hoofdberoep een beroep doen op het overbruggingsrecht, een uitbreiding van de vroegere faillissementsverzekering. Je moet niet langer failliet zijn verklaard of in een collectieve schuldenregeling zitten, om deze uitkering te genieten. Je kunt er ook een beroep op doen na gedwongen stopzetting door bijvoorbeeld brand, vernielingen, een natuurramp of een beroepsallergie (denk bijvoorbeeld aan een kapper die een allergie krijgt voor de producten in zijn kapsalon). Om de uitkering te genieten mag je wel geen beroepsactiviteiten meer uitoefenen of een vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering, pensioen…) hebben. Een andere voorwaarde is dat je in de 16 kwartalen voorafgaand aan de stopzetting, de bijdragen minimaal vier keer hebt betaald.

De verzekering komt neer op een maandelijkse uitkering gedurende hoogstens twaalf maanden. Voor een ondernemer met gezinslast bedraagt deze € 1.566,79 per maand, en voor een ondernemer zonder gezinslast € 1.253,83. Nieuw is dat die twaalf maanden nu kunnen gespreid worden over een hele loopbaan. Je kunt dus meermaals een beroep doen op de faillissementsverzekering, zolang je twaalf maanden nog niet zijn opgebruikt.

Je krijgt nu ook zes maanden de tijd om de verzekering aan te vragen (dat was voorheen drie maanden).

Gedurende de periode van de verzekering word je vrijgesteld van sociale bijdragebetaling maar behoud je je rechten op geneeskundige verzorging, kinderbijslag en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Je kunt een beroep doen op het overbruggingsrecht via je sociaalverzekeringsfonds.

 

Maandbedragen overbruggingsrecht zelfstandigen

(bedragen sinds 2019)

 

Zonder gezinslast

 

Met gezinslast
 

€ 1.253,83

 

€ 1.566,79

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan tijdens de daarop volgende inactieve periode toch in orde blijven met zijn sociaal statuut door in een voortgezette verzekering te stappen. Dit betekent dat je vrijwillig sociale bijdragen blijft betalen en in ruil je sociale rechten behoudt. De voortgezette verzekering kan in principe maar twee jaar duren, maar kan worden verlengd tot zeven jaar wanneer je daardoor de pensioenleeftijd bereikt.

 

 Meer info