Beroepsaansprakelijkheid

Wettelijk, zelfs grondwettelijk gezien, is de journalist de eerste die aansprakelijk is als zijn werkstuk niet blijkt te voldoen en de benadeelde daartegen in het verweer gaat. Alleen als je je werk niet zou ondertekenen en je onbekend blijft, kan de uitgever aansprakelijk worden gesteld. Dat heet de getrapte verantwoordelijkheid in persaangelegenheden.

Die beroepsaansprakelijkheid voor fouten speelt zowel op het strafrechtelijke als op het burgerrechtelijke vlak.

Strafrechtelijk

Op strafrechtelijk vlak kunnen journalisten voor hun ‘opiniedelicten’, die dan onder de noemer ‘persdelict’ vallen, alleen door het hof van assisen worden berecht. In de praktijk komen assisenzaken tegen de pers niet voor.

‘Technische’ misdrijven, die niet neerkomen op het formuleren van een opinie, vallen overigens niet onder de juridische voorrangregeling via het hof van assisen en de feitelijke immuniteit die daaruit volgt. Denk aan het gebruik maken van een scanner, het vrijgeven van de identiteit van een minderjarige verdachte of het slachtoffer van zedencriminaliteit, het misbruik maken van inzagerecht in gerechtsdossiers, en dergelijke meer. Dat soort inbreuken wordt voor de gewone correctionele rechtbanken vervolgd – wat in de praktijk ook meer dan eens gebeurt.

Strafrechtelijke immuniteit

Zeker freelancejournalisten moeten zich goed bewust zijn van die strafrechtelijke beperkingen die de wet op de journalistieke informatiegaring en informatieweergave stelt. De (gedeeltelijk) strafrechtelijke immuniteit van de pers heeft in de loop der jaren wel geleid tot een opmerkelijke toename van het aantal burgerrechtelijke claims en processen tegen journalisten. Vaak met een veroordeling tot gevolg.

Getrapte verantwoordelijkheid

Het Hof van Cassatie heeft de ‘getrapte’ verantwoordelijkheid van de pers – wat in de praktijk meestal neerkomt op de individuele verantwoordelijkheid van de journalist – intussen ook tot deze burgerlijke zaken uitgebreid. Dat creëert – vooral, maar niet uitsluitend – voor freelancejournalisten het risico dat ze moederziel alleen soms lastige processen moeten verwerken en zware schadeclaims moeten torsen. Collega’s in loondienst kunnen vaak een beroep doen op een advocaat ‘van het bedrijf’, terwijl dat voor freelancers meestal niet het geval is. En draait de rechtszaak uit op een veroordeling, dan moet soms een flinke schadevergoeding worden betaald.

Redactionele tussenkomst

Je kunt je de vraag stellen in hoeverre het principe van de getrapte aansprakelijkheid nog hout snijdt, zeker als je vaststelt hoe zwaar hoofd- en eindredacties wegen op inhoud en vorm van journalistieke bijdragen. Sommige rechtbanken zien dat trouwens ook goed in, en betrekken, bij een veroordeling, ook eindredactie, hoofdredactie en zelfs uitgever in de zaak. Dat verzacht de soms zware financiële gevolgen voor de journalist.

Zolang de getrapte verantwoordelijkheid evenwel in de grondwet staat, blijft dat voor de journalist een krachtig argument om ten volle aanspraak te blijven maken op zijn morele auteursrechten.

Terug naar ‘Morele auteursrechten, aansprakelijkheid en verzekering’