Werkloos en zelfstandige

Een werkloze mag in principe geen activiteit verrichten die enig materieel voordeel kan opleveren.

Occasionele opdrachten

Toch kun je als werkloze wel eens een occasionele journalistieke opdracht vervullen tegen betaling. Dan moet je vooraf op je controlekaart de overeenstemmende dag (of dagen) aankruisen: indien het een weekdag is, voor het werk tussen 7 en 18 uur, indien het een zaterdag, zondag of feestdag is, om het even welk tijdstip). Je verliest dan je uitkering voor die dag(en).

De directeur van het werkloosheidsbureau kan beslissen dat de activiteit niet langer een occasioneel karakter heeft, maar beschouwd moet worden als een bijkomstige of zelfs hoofdactiviteit.

Nevenberoep

Als werkloze kun je ook actief zijn als zelfstandige in nevenberoep, maar daarvoor moet je tegelijkertijd aan enkele voorwaarden voldoen.

  • Je oefende het nevenberoep al uit toen je nog werknemer was, en dit gedurende minstens drie maanden vóór de uitkeringsaanvraag. Je kunt het nevenberoep in principe dus niet beginnen tijdens de werkloosheid.
  • Je moet het nevenberoep aangeven bij de uitkeringsaanvraag. Als je het niet doet, kan dat zware sancties tot gevolg hebben.
  • De activiteit mag niet worden verricht tussen 7 en 18 uur tijdens de week van maandag tot vrijdag. Op zaterdag en zondag mag dit wel, maar dan verlies je wel een daguitkering per gewerkte zaterdag of zondag (zelfs indien het werk gebeurt vóór 7 uur of na 18 uur).

De directeur van het werkloosheidsbureau kan je niettemin het recht op uitkeringen ontzeggen als hij vindt dat de activiteit niet (langer) het karakter heeft van een nevenberoep. Daarbij zal hij rekening houden met het aantal arbeidsuren en het bedrag van het inkomen.

Vermelding controlekaart

Als je activiteit door het werkloosheidsbureau is toegestaan, moet je op je controlekaart het werk uitgeoefend tijdens de week na 18 uur en/of vóór 7 uur niet vermelden.

Je moet wel het overeenstemmend vakje zwart maken, in principe voor je met het werk begint, als je een activiteit hebt in de week tussen 7 en 18 uur of op zaterdag en/of zondag (ongeacht het tijdstip).

De inkomsten uit het nevenberoep zijn overigens maar in beperkte mate cumuleerbaar met de werkloosheidsuitkeringen. Het dagbedrag van dat laatste zal worden verminderd met het gedeelte van het beroepsinkomen boven € 13,70 netto per dag. Je dagelijkse beroepsinkomen wordt bekomen door het jaarlijkse netto-inkomen (dat je moet indienen) te delen door 312. In de praktijk betekent dit dus dat je op jaarbasis maximaal € 4.274 netto mag cumuleren met een werkloosheidsuitkering, zonder korting op die uitkering.

Sinds oktober 2016 kun je als werkloze wel een beperkte activiteit starten als zelfstandige in bijberoep, als een soort opstart om volledige zelfstandige te worden. ‘Springplank naar zelfstandige’ heet dat bij de RVA. De beperking dat je niet overdag niet mag werken valt dan weg. Maar: je mag dat zelfstandig bijberoep maximaal gedurende 12 maanden cumuleren met een werkloosheidsuitkering.

Er zijn nog enkele voorwaarden: je mag je werk in loondienst niet stopzetten om het voordeel te krijgen van werkloosheidsuitkering gecombineerd met een bijberoep. En je bijberoep mag niet hetzelfde zijn als dat wat je in de voorbije zes jaar als hoofdberoep hebt uitgeoefend. Met andere woorden: een journalist die is ontslagen, kan niet van deze cumul gebruik maken om als freelancejournalist te beginnen.

Tot slot: de inkomensbeperking tot € 4.274 netto blijft ook in dit stelsel gehandhaafd.

Beroepsstatuut

Wat het beroepsstatuut betreft, is de regeling dat een erkende beroepsjournalist die werkzoekende wordt, zijn titel tijdelijk kan behouden. Dat geldt a fortiori wanneer hij in nevenberoep als freelance journalist actief is.

Ook voor werklozen die journalistiek verrichten in nevenberoep geldt de niet-onderwerping aan het sociaal statuut van zelfstandigen, voor zover de tewerkstelling die voorafging aan de werkloosheid minstens halftijds was.

Terug naar ‘Journalistiek als bijverdienste’