Foto: Christophe Licoppe © Photo News
Foto: Christophe Licoppe
© Photo News

Intussen heeft in de schemerzone tussen ‘vast’ en ‘los’ een nieuwe arbeidsvorm volop haar intrede gedaan, ook in de journalistiek: uitzendarbeid. Talloze beginnende journalisten krijgen vandaag te horen dat ze kunnen starten, maar dan met een ‘interimstatuut’.

Uitzendarbeid is mogelijk in enkele welbepaalde gevallen:

  1. om een vaste werknemer te vervangen
  2. in geval van tijdelijke vermeerdering van werk
  3. om een uitzonderlijk werk uit te voeren
  4. met het motief instroom. Dat is een terbeschikkingstelling van de uitzendkracht aan een gebruiker voor de invulling van een vacante betrekking, met het oog op een indienstneming bij gunstige evaluatie.

Nogal wat werkgevers in de nieuwsmediasector blijken vandaag voor interimcontracten te kiezen bij de aanwerving van nieuwe journalisten. Ongetwijfeld charmeert hen daarbij de grote flexibiliteit van deze arbeidsvorm. In tegenstelling tot een gewone arbeidsovereenkomst kunnen uitzendcontracten bijvoorbeeld onbeperkt op elkaar volgen. Voor de kostprijs daarentegen moeten de werkgevers het niet meteen doen: uitzendcontracten zijn in het algemeen genomen even duur als een gewoon arbeidscontract.

Opdrachtgever en uitzendkantoor

In principe ga je als interimjournalist eerst samenzitten met een opdrachtgever(hoofdredacteur, personeelsdirecteur van het mediabedrijf). Met hem/haar bereik je overeenstemming over het uit te voeren werk, de werktijden, vergoeding en dies meer.

Voor de duur van het project treed je dan officieel in loondienst bij een uitzendkantoor. Dat wordt op administratief vlak de schakel tussen jou en de opdrachtgever. Het uitzendkantoor berekent, op basis van het tussen de opdrachtgever en de journalist afgesproken honorarium, een brutoloon. Daarin verrekent het ook de sociale bijdragen – +/- 35% patronale en 13,07% ten laste van de werknemer -, fiscale voorheffingen, inningen voor vakantiegeld en een eigen vergoeding voor het administratieve werk. Het totale bedrag wordt dan gefactureerd aan de opdrachtgever. Het uitzendkantoor verricht de betaling van alle sociale en fiscale bijdragen, en betaalt vervolgens het loon uit aan de journalist.

3 partijen

Bij een uitzendcontract zijn, naast de journalist, twee partijen betrokken. Met een opdrachtgever moet men overeenstemming bereiken over het uit te voeren werk, de duur van de opdracht, honoraria, onkostenvergoedingen en dies meer.

Voor de duur van het project treedt men dan officieel in loondienst bij een uitzendkantoor, dat voor de administratieve en financiële afwikkeling als schakel optreedt tussen opdrachtgever en journalist. Het uitzendkantoor berekent op basis van het tussen opdrachtgever en journalist afgesproken honorarium een brutoloon, waarop ook sociale bijdragen (zowel de patronale als die van de werknemer), fiscale voorheffingen en een vergoeding voor het uitzendkantoor zelf verrekend zijn. Het totale bedrag wordt gefactureerd aan het mediabedrijf. Het uitzendkantoor kwijt zich van de betaling van alle sociale en fiscale bijdragen, en betaalt vervolgens het netto als loon uit aan de journalist.

De voordelen voor de journalist zijn dat hij zelf vrij blijft in het kiezen van opdrachten, zonder dat hij de gebruikelijke administratieve, sociale en fiscale papierwinkel van de zelfstandige moet doorworstelen. Bovendien heeft hij officieel het statuut van werknemer, met de belangrijke voordelen op het vlak van vaste betaling en sociale zekerheid (denk aan ziekte, arbeidsongevallen en werkloosheid). Houd er wel rekening mee dat, na alle afhoudingen, wellicht niet veel meer dan één derde netto overblijft van wat aan de opdrachtgever is gefactureerd.

Wie via een uitzendkantoor aan het werk gaat, moet wettelijk minstens evenveel verdienen als een gelijkwaardige journalist in loondienst van de opdrachtgever. En voor de erkende beroepsjournalist moeten ook de bijkomende inhoudingen worden verricht voor het extra journalistenpensioen.

Misbruik

Een probleem met uitzendarbeid is dat er soms misbruik van wordt gemaakt. Sommige mediahuizen dwingen journalisten te vaak en te lang in uitzendcontracten, in plaats van ze een volwaardige arbeidsovereenkomst te geven. De wet is nochtans duidelijk: uitzendarbeid is enkel mogelijk om een vaste werknemer te vervangen, in geval van tijdelijke vermeerdering van werk, om een uitzonderlijk werk uit te voeren, of met het motief instroom. Voorts zal het gebruik van opeenvolgende dagcontracten alleen nog kunnen als een bedrijf de behoefte aan flexibiliteit kan bewijzen. Ook moeten dagcontracten sinds 2014 worden getekend vóór aanvang van het contract.

Terug naar ‘Journalist en ondernemer’