Fiscaliteit en auteursrechten

Sinds 2008 worden inkomsten uit auteursrecht voor fysieke personen (rechtspersonen vallen daar niet onder) beschouwd als ‘roerende inkomsten’, onderworpen aan een fiscaal voordelig tarief van 15%. Bovendien gelden voor auteursrechten vrij hoge forfaitaire kosten, zodat zelfs bij het maximale bedrag dat men als inkomsten uit auteursrechten kan inbrengen (voor aanslagjaar 2017, inkomsten 2016, is dat 57.590 euro) men niet aan 15% roerende voorheffing komt.

Wet 2008

Dat is erg voordelig. Alleen, sinds het begin van de wet van 2008 is er onduidelijkheid geweest over wat als betaling van een prestatie moet worden gezien en wat als auteursrechten. De meeste uitgevers betalen de totale ereloonnota van de freelancer als auteursrechten en houden daar de 15% roerende voorheffing op in (of minder, door de kostenforfaits die moeten worden toegepast). Dat betekent dat de freelancer dan geen beroepsinkomsten meer heeft, maar alleen nog maar ‘roerende inkomsten’ (auteursrechten) waarop hij slechts 15 % (en in de praktijk minder) belastingen betaalt.

Vermijd problemen

© Photo News
© Photo News

De fiscus gaat niet altijd akkoord met bovenstaande regeling, integendeel. Soms wordt de hele aangifte omgezet van auteursrecht in honorarium (‘baten’ in het jargon), waardoor de freelancer hoge achterstallige belastingen (en soms een boete) moet betalen. Sommige inspecteurs aanvaarden een verdeling in 30% auteursrechten en 70% ‘baten’. Nog anderen kunnen zich vinden in een 50-50-verdeling. De rechtsonzekerheid is groot.

In 2014 heeft de Bijzondere Belastinginspectie het dossier van de auteursrechten onder de loep genomen, wat heeft geleid tot tientallen herzieningen van de aangegeven inkomsten voor 2011 en 2012: de BBI betwistte dat het om auteursrechten ging en kwalificeerde alle inkomsten als beroepsinkomsten (‘baten’), met voor de gedupeerde freelancers nog eens een boete tot 50% bovenop, wegens ‘frauduleuze aangifte’.

Frauduleuze aangiften

Freelance journalisten die problemen hebben met de fiscus, kunnen advies inwinnen bij de VVJ. Soms worden journalisten immers verdacht van frauduleuze aangiften, wanneer ze bv. hun ereloonnota’s opstellen als ‘overdracht van auteursrechten’. Terwijl ze het zo hebben gedaan omdat ze van hun uitgevers na afloop van een jaar vaak een formulier (het zogenaamde 281.45) hebben ontvangen, waarop staat hoeveel auteursrechten aan hen worden uitbetaald en hoeveel roerende voorheffing de uitgever daarop zou krijgen. Deze bedragen zomaar gewoon overnemen op het belastingformulier is niet verstandig.

Voor het hergebruik van teksten, foto’s en beeld- of geluidsopnamen is de situatie van in het begin duidelijk: inkomsten hieruit zijn puur auteursrechten en dus onderworpen aan het voordelige systeem van 15% roerende voorheffing. Dat geldt ook voor inkomsten die je krijgt van een auteursrechtenmaatschappij als de JAM.

Auteursrechten ‘eerste gebruik’

© Photo News
© Photo News

Maar bij een eerste gebruik (publicatie, uitzending) van een werk ligt dat anders: hoeveel van het door de uitgever betaalde bedrag is puur honorarium voor de gepresteerde arbeid en welk deel bestaat uit auteursrechten? Daarover lopen de meningen uiteen.

Op 4 september 2014 heeft de FOD Financiën uiteindelijk een circulaire uitgestuurd, waarin werd uiteengezet hoe de fiscaliteit van auteursrechten door de belastingdiensten moet worden gehanteerd.

De tekst van de circulaire vind je hier.

Omdat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) ook na de circulaire niet de indruk gaf te willen inbinden, hebben twee parlementsleden – op verzoek van de VVJ – de minister van Financiën om meer verduidelijking gevraagd over de circulaire en de manier waarop die moest worden geïnterpreteerd.

Integrale betaling

© Photo News
© Photo News

Op 25 februari 2015 heeft minister Johan Van Overtveldt in de Kamercommissie Financiën en Begroting bevestigd dat freelancers integraal in auteursrechten kunnen worden betaald, op voorwaarde dat ze met hun uitgever(s) een contract hebben dat bepaalt dat uitsluitend voor de cessie of concessie van auteursrechten wordt betaald en er geen sprake is van een betaling voor een prestatie.

Daarmee bevestigde hij de eerder genoemde circulaire (AAFisc Nr. 36/2014) die de Algemene Administratie van de Fiscaliteit op 4 september 2014 had verspreid over “de principes en de draagwijdte van de overeenkomst inzake inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten of naburige rechten, verleend in het kader van een beroepswerkzaamheid.”

Uit die circulaire blijkt:

  • dat een eventuele uitsplitsing tussen roerende inkomsten en beroepsinkomsten zal worden bepaald op basis van de bepalingen in de overeenkomst tussen auteur en uitgever;
  • dat het mogelijk is dat er situaties zijn waarbij de cessie of concessie van auteursrechten kosteloos worden overgedragen. Dit zou het geval zijn bij overeenkomsten die niet verduidelijken welk gedeelte van de vergoeding specifiek betrekking heeft op de cessie of concessie van auteursrechten.

Om het gedeelte van de inkomsten te bepalen dat specifiek betrekking heeft op de cessie of concessie van auteursrechten moet, volgens de circulaire, als volgt worden gehandeld:

  • als het contract een verdeelsleutel of een afzonderlijke vergoeding bepaalt, in functie van het bezoldigde deel, wordt verwezen naar de verdeelsleutel zoals bepaald in het contract;
  • als het contract een cessie of concessie van auteursrechten bepaalt met de vermelding van een globale vergoeding (dus zonder verdeelsleutel), dan worden de auteursrechten geacht gratis te zijn overgedragen of verleend;
  • als het contract louter een cessie of concessie van auteursrechten bepaalt, en niet de prestatie van de auteur, dan wordt de volledige vergoeding geacht betrekking te hebben op de cessie of concessie van auteursrechten;
  • als het contract geen cessie of concessie van auteursrechten bepaalt, dan is er geen toepassing van de bepalingen van artikel 17, § 1, 5°, WIB 92.

Wil de auteur dus zijn inkomsten (of een deel ervan) fiscaal melden als auteursrechten, dan moet hij ofwel een contract hebben waarin een verdeelsleutel “prestaties/auteursrechten” is opgenomen, ofwel een contract dat bepaalt dat louter wordt betaald voor de cessie of concessie van auteursrechten en niet voor enige prestatie van de auteur. In alle andere gevallen worden de auteursrechten geacht gratis te zijn afgestaan.

Maar zelfs wie over een duidelijk contract beschikt met zijn uitgever(s) kan worden geconfronteerd met de BBI, die vindt dat een contract dat uitsluitend de uitbetaling in auteursrechten bepaalt “niet overeenstemt met de werkelijkheid”. De uitgevers en de VVJ zijn momenteel in overleg met de BBI om te komen tot een werkbare verdeelsleutel voor inkomsten uit prestaties en inkomsten uit auteursrechten.

Voor het inkomstenjaar 2016 (aanslagjaar 2017):

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.360 50%  7.680 15%  (= € 1.152)
€ 15.360 – € 30.710 25 % 11.512,50 15 % (= € 1.726,88)
€ 30.710 – € 57.590    0 % 26.880 15%  (= € 4..032)
>  € 57.590 Géén roerende voorheffing, progressieve  inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Wie het maximale aan auteursrechten int, betaalt in totaal 12 % (= € 6.910,88) aan roerende voorheffing.

Voor het inkomstenjaar 2015 (aanslagjaar 2016):

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.270 50% 7.635 15% (= € 1.145,25)
€ 15.270 – € 30.540 25 % 11.452,50 15 % (= € 1.717,88)
€ 30.540 – € 57.270 0 % 26.730 15% (= € 4.009,5)
>   € 57.270 Géén roerende voorheffing, progressieve inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Wie € 57.270 aan auteursrechten int, betaalt 12% roerende voorheffing: € 6.872,63. 

Voor het inkomstenjaar 2016 (aanslagjaar 2017):

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 15.360 50% 7.680 15% (= € 1.152)
€ 15.360– € 30.710 25 % 11.512,50 15 % (= € 1.726,88)
€ 30.710– € 57.590 0 % 26.880 15% (= € 4..032)
>   € 57.590 Géén roerende voorheffing, progressieve inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

Wie € 57.590 aan auteursrechten int, betaalt 12% roerende voorheffing: € 6.910,63. 

Meer informatie over auteursrechten, hun fiscaal en sociale zekerheidsregime, vind je op:


Terug naar ‘Fiscaal statuut’