Ten aanzien van de uitgevers

 

  1. Elke freelancer heeft het recht op een geschreven contract. Tijdens de onderhandelingen over dat contract moet de freelancer als een volwaardige zakenpartner worden behandeld.
  2. Freelancers hebben het recht zich te verenigen om hun belangen te verdedigen, door onder meer het afsluiten van collectieve overeenkomsten of het verspreiden van adviestarieven.
  3. Freelancers moeten autonoom kunnen beslissen of ze hun auteursrechten overdragen aan een uitgever voor eenmalig gebruik, dan wel voor elk hergebruik dat de uitgever ervan wil maken. De vergoeding die de freelancer voor zijn overdracht ontvangt zal mede worden bepaald door de aard van die overdracht.
  4. Freelancer en uitgever spreken contractueel af in welke mate de vergoeding bestaat uit de betaling voor de overdracht van auteursrechten en in welke mate het om een prestatievergoeding gaat.
  5. Een werk dat in opdracht is geleverd, moet worden betaald zoals is afgesproken, ongeacht of de uitgever het werk al dan niet (volledig) gebruikt. De betaling gebeurt uiterlijk een maand na ontvangst van de ereloonnota of factuur van de freelancer.
  6. De vergoeding die de freelancer ontvangt, moet voldoende hoog zijn om de positie van loontrekkende journalisten niet te ondermijnen door het leveren van goedkoop werk.
  7. Ingrijpende inhoudelijke wijzigingen van het door de freelancer geleverde werk kunnen alleen na overleg met de betrokken freelancer. Bij wijzigingen door de uitgever die aanleiding geven tot een schadeclaim, is de uitgever verantwoordelijk.
  8. Elke vorm van schijnzelfstandigheid moet worden bestreden:  de freelancer bepaalt autonoom de tijdstippen waarop hij werkt, heeft geen enkele band van ondergeschiktheid ten aanzien van de uitgever en is volledig vrij opdrachten te aanvaarden of te weigeren. De freelancer werkt volgens zijn eigen planning.

Een journalist die economisch volledig afhankelijk is van een uitgever moet worden gezien als een loontrekkende en moet de daarbij horende rechten en voordelen krijgen.

  1.  Na een samenwerking van zes maanden of meer moet een opzeggingstermijn van twee maanden in acht worden genomen. Dit geldt zowel voor de uitgever als voor de freelancer. In onderling overleg kan worden afgeweken van die termijn. Bij ernstige fouten – zowel van de uitgever als van de journalist – geldt die opzeggingstermijn niet. Over elke stopzetting van de samenwerking kunnen wel onderling individuele afspraken worden gemaakt.
  2. Freelancers die worden uitgestuurd voor gevaarlijke opdrachten hebben recht op dezelfde training, verzekeringen en veiligheidsvoorzieningen als loontrekkende journalisten in eenzelfde situatie.

 

Ten aanzien van de overheid

  1. Een freelancer moet van de overheid een sociale bescherming krijgen die te vergelijken is met die van een loontrekkende, op het vlak van ziekteverzekering, pensioen en werkloosheidsuitkering.
  2. De in België wettelijk bepaalde erkenningsprocedure voor beroepsjournalisten moet worden herzien. Het criterium ‘onafhankelijkheid’ moet expliciet in de wet worden opgenomen en het begrip ‘handel drijven’ moet daaraan worden getoetst. Journalisten moeten commerciële activiteiten kunnen ontplooien, indien die activiteiten hun onafhankelijkheid niet in het gedrang brengen.

 

Ten aanzien van de Erkenningscommissie

  1. De erkenningscommissie moet de erkenningsaanvragen van loontrekkende en van zelfstandige journalisten op een identieke manier behandelen. In beide gevallen moet aan de hand van persoonlijke documenten worden nagegaan of de eventueel uitgeoefende commerciële activiteiten de onafhankelijke beroepsuitoefening in het gedrang brengen.