Ten aanzien van de uitgevers

  1. Elke freelancer heeft het recht op een duidelijk en geschreven contract. Tijdens de onderhandelingen over dat contract moet de freelancer als een volwaardige zakenpartner worden behandeld.
  2. Schijnzelfstandigheid moet worden bestreden: de freelancer bepaalt autonoom de tijdstippen waarop hij werkt, heeft geen enkele band van ondergeschiktheid ten aanzien van de uitgever en is volledig vrij opdrachten te aanvaarden of te weigeren. De freelancer werkt volgens zijn eigen planning. Een journalist die economisch volledig afhankelijk is van een uitgever moet worden gezien als een loontrekkende en moet de daarbij horende rechten en voordelen krijgen.
  3. Een werk dat in opdracht is geleverd, moet worden betaald zoals is afgesproken, ongeacht of de uitgever het werk al dan niet (volledig) gebruikt. De betaling gebeurt uiterlijk een maand na ontvangst van de ereloonnota of factuur van de freelancer.
  4. Freelancers moeten, conform de letter en de geest van de Auteurswet, autonoom kunnen beslissen of ze hun auteursrechten overdragen aan een uitgever voor eenmalig gebruik, dan wel voor elk hergebruik dat de uitgever ervan wil maken. De vergoeding die de freelancer voor zijn overdracht ontvangt zal mede worden bepaald door de aard van die overdracht.
  5. Freelancer en uitgever splitsen de vergoeding in principe op in 50% prestatievergoeding en 50% auteursrechtelijke vergoeding, conform de ruling die de VVJ en de Vlaamse nieuwsmedia bij de FOD Financiën hebben bedongen. Op die laatste component is het specifieke fiscale regime voor auteursrechtelijke vergoedingen van toepassing.
  6. Ingrijpende inhoudelijke wijzigingen van het door de freelancer geleverde werk kunnen alleen na overleg met de betrokken freelancer. Bij wijzigingen door de uitgever die aanleiding geven tot een schadeclaim, is de uitgever verantwoordelijk.
  7. Na een samenwerking van zes maanden of meer moet een opzeggingstermijn van minstens twee maanden in acht worden genomen. Dit geldt zowel voor de uitgever als voor de freelancer. In onderling overleg kan worden afgeweken van die termijn. Bij ernstige fouten – zowel van de uitgever als van de journalist – geldt die opzeggingstermijn niet. Over elke stopzetting van de samenwerking kunnen wel onderling individuele afspraken worden gemaakt.
  8. Freelancers hebben recht op vorming, training, verzekeringen en veiligheidsvoorzieningen net zoals hun loontrekkende journalisten in eenzelfde situatie.
  9. Freelancers hebben het recht zich te verenigen om hun belangen te verdedigen. Ze kunnen, al dan niet ondersteund door de VVJ, collectieve overeenkomsten nastreven en ondertekenen. Ze kunnen adviestarieven opstellen en publiceren.

Ten aanzien van de Erkenningscommissie

  1. De in België wettelijk geregelde erkenningsprocedure voor beroepsjournalisten moet op een moderne manier worden toegepast. De Erkenningscommissie moet het verbod van commerciële nevenactiviteiten als uitsluitingsgrond voor een erkenning beperkt interpreteren, in die zin dat die activiteiten geen hypotheek mogen leggen op de onafhankelijkheid van de journalist. Journalisten moeten commerciële activiteiten kunnen ontplooien, indien die activiteiten hun onafhankelijkheid niet in het gedrang brengen.
  2. De Erkenningscommissie moet de erkenningsaanvragen van loontrekkende en van zelfstandige journalisten op een gelijke manier behandelen. Freelancejournalisten moeten, zoals loontrekkenden, op hun woord van eer kunnen verklaren dat ze geen commerciële nevenactiviteiten ontplooien, zonder dat hiermee een doorgedreven screening van hun boekhouding gepaard gaat. Dit belet niet dat de Erkenningscommissie bij vaststelling van onregelmatigheden steeds weer de erkenning kan intrekken.

Ten aanzien van de overheid

  1. Een freelancer moet van de overheid een sociale bescherming krijgen die te vergelijken is met die van een loontrekkende, op het vlak van ziekteverzekering, pensioen en werkloosheidsuitkering.
  2. Freelancejournalistiek verdient fiscale bescherming en bevordering. Het bestaande fiscale regime voor auteursrechtelijke vergoedingen moet worden versterkt. Freelancejournalistiek moet van een BTW-vrijstelling blijven genieten.
  3. Overheden moeten bij hun steunbeleid ten aanzien van nieuwsmedia rekening houden met de mate waarin deze bedrijven correct omgaan met hun freelancejournalisten, dit op het vlak van vergoedingen, respect voor auteursrechten en samenwerkingsmodaliteiten in het algemeen.