Voor startende zelfstandigen zijn er tegemoetkomingen uitgewerkt op diverse niveaus. Soms kunnen ze terugvallen op een gunstige sociale regeling (1), in bepaalde gevallen zijn er financiële (2) of fiscale (3) duwtjes in de rug, en ook boekhoudkundige bijstand (4) is mogelijk.

Gunstige sociale regelingen

1 Werkloosheidsuitkering voor werkzoekende of werknemer die zelfstandig wordt

Werkzoekenden of werknemers die aan de slag willen gaan als zelfstandige, kunnen gedurende vijftien jaar aanspraak blijven maken op werkloosheidsuitkeringen, mocht het fout lopen.

1.1 Van werkzoekende naar zelfstandige

Als je werkzoekend bent en op zelfstandige basis aan de slag gaat, dan kun je gedurende maximaal 15 jaar je recht op werkloosheidsuitkering behouden.
Je moet het wel minstens zes maanden hebben ‘geprobeerd’ als zelfstandige. Wie minder dan zes maanden als zelfstandige aan de slag is geweest, heeft recht op een werkloosheidsuitkering nadat hij eerst een wachttijd heeft doorlopen.
Breng de RVA schriftelijk op de hoogte van je start als zelfstandige en krijg vervolgens een schriftelijke bevestiging dat je je werkloosheidsrechten behoudt.
Ben je werkloos en wil je je voorbereiden op een zelfstandige beroepsactiviteit, dan kun je onder bepaalde voorwaarden al enkele handelingen verrichten zonder je recht op uitkering te verliezen. Denk aan het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, het leggen van contacten, het inrichten van ruimten of het installeren van materiaal. Dat mag wel niet langer duren dan zes maanden. En ook hier weer: vergeet niet de RVA vooraf op de hoogte te brengen.

Vlaamse Transitiepremie

Sedert 15 maart 2018 krijgen werkzoekende 45-plussers een premie als ze beslissen een eigen zaak te starten. Deze Transitiepremie wil de inkomensonzekerheid opvangen door het wegvallen van de werkloosheidsuitkering vanaf dag één. De premie wordt betaald zodra de uitkeringsgerechtigde werkzoekende zich inschrijft als zelfstandige in hoofdberoep. Het eerste kwartaal is de premie € 1.000 per maand en daarna daalt het bedrag elke drie maanden met € 100. Na twee jaar ontvang je geen premie meer.
Naast werkzoekend zijn en minimum 45 jaar, moet je eerst een ondernemerschapstraject doorlopen, om in aanmerking te komen voor de premie. Meer info vind je op https://www.werk.be/online-diensten/transitiepremie/wie.

Schoolverlaters

Voor schoolverlaters die als zelfstandige aan de slag gaan, nog dit. Zij kunnen de periode als zelfstandige ook als beroepsinschakelingstijd (de vroegere ‘wachttijd’) van 310 dagen laten meetellen. Vroeger moest je na het stopzetten van de zelfstandige activiteit nog je wachttermijn doorlopen. Wie jonger is dan dertig, stopt met zijn zelfstandige activiteit en nog niet in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering, kan de wachtuitkering ontvangen na stopzetting van de zelfstandige activiteit.

1.2 Van werknemer naar zelfstandige

Ook als je als werknemer ontslag neemt of ontslagen wordt en je vervolgens een zelfstandige activiteit begint, kun je gedurende 15 jaar aanspraak blijven maken op een werkloosheidsuitkering voor het geval je de zelfstandige beroepsactiviteit weer zou opgeven. Essentieel is dat je bij de RVA een dossier indient om je rechten op werkloosheid te vrijwaren.
Gedurende de eerste zes maanden kun je weliswaar geen aanspraak maken op werkloosheidsvergoeding (zelfde systeem als bij een werkzoekende die een zelfstandige activiteit begint: eerst zes maanden proberen). Maak je na je zelfstandige activiteit aanspraak op een uitkering, dan moet je eerst bewijzen dat je vroegere werkgever niet meer bereid is je in dienst te nemen.
Indien je na je zelfstandig beroep een uitkeringsaanvraag indient, zal het bedrag van je uitkering berekend worden op basis van je vorige loon.

Meer info

2 Aangepaste sociale bijdragen

Sociale bijdragen worden berekend op je (geschat) inkomen van het jaar zelf. Maar omdat het om een geschat inkomen gaat, zijn die bijdragen dus ‘voorlopig’. Om in te schatten hoeveel je voorlopig moet betalen, krijg je per kwartaal een bedrag voorgelegd, gebaseerd op het inkomen van drie jaar geleden, maar dat kun je laten aanpassen (verhogen of verlagen, naargelang je inschatting van je inkomen dit jaar). In 2019 betaal je dus sociale bijdragen op basis van het netto belastbare jaarinkomen van 2016.

Als je pas start (je bent starter de eerste drie volledige jaren als zelfstandige), heb je geen referentieperiode. Je betaalt dan ofwel sociale bijdragen op het inkomen dat je denkt te hebben in het betreffende jaar, ofwel de wettelijke minimumbijdrage. Die bijdrage wordt in 2019 berekend op een jaarinkomen van € 13.847,39. De voorlopige minimumbijdrage bedraagt dan € 709,68, of 20,5% (het bijdragepercentage voor alle zelfstandigen sinds 2018) van €13.847,39 / 4. Sinds 1 april 2018 is het toepasselijke jaarinkomen tijdens het eerste startjaar verlaagd naar € 7.150,87. Deze starterskorting wordt niet automatisch toegekend. Je moet de aanvraag zelf indienen via je sociaal verzekeringsfonds als je meent dat je inkomen dit jaar onder het drempelinkomen van € 7.150,87 zal blijven.

Start je in het tweede, derde of vierde kwartaal van een jaar, dan betaal je sociale bijdragen op basis van het aantal gewerkte kwartalen.:

je beroepsinkomsten x 4 (aantal kwartalen)
aantal gewerkte kwartalen

De sociale bijdrage is 20,50% van je beroepsinkomen tot € 59.795,61 en 14,16% op het gedeelte tussen € 59.795,61 en € 88.119,80

Voorlopige sociale kwartaalbijdragen voor starters – 2019

Hoofdberoep Bijdrage
Eerste drie kalenderjaren

709,68 of 20,5% van (€ 13.847,39 / 4)

Toch moet je blijven opletten. De eerste drie jaar betaal je dus voorlopige sociale bijdragen. Houd er dan ook rekening mee dat als je inkomsten hoger liggen dan het drempelbedrag, je nog bijdragen zult moeten betalen op het bedrag boven het drempelbedrag. Dat wordt – zo leert de praktijk – al te vaak vergeten, waardoor de bijkomende sociale bijdragen vaak een strop rond de nek worden. Zet dus wat geld opzij voor als je nog een restsaldo moet betalen!

 Meer info

http://www.rsvz.be/nl

de websites van de sociaalverzekeringsfondsen voor zelfstandigen

Financiële tegemoetkomingen

1 Leningen en advies

Een startende zelfstandige die startkapitaal zoekt, kan daarvoor natuurlijk altijd aankloppen bij familie, kennissen of de bank. Maar ook de overheid kan haar duit in het zakje doen. Hier enkele mogelijkheden.

 

Participatiemaatschappij Vlaanderen

PMV/z-Leningen is een dochter van Participatiemaatschappij Vlaanderen nv (PMV) en heeft als opdracht om de slaagkansen van ondernemingen te verhogen door achtergestelde (= niet-bevoorrechte) leningen te geven, al dan niet met cofinanciering vanwege andere partners.

Startlening

De Startlening van PMV/z (vroeger: Startlening+) is een achtergestelde lening voor alle starters, zowel werkzoekenden als anderen. De basisvoorwaarde is dat je nog niet actief bent als zelfstandige in hoofdberoep, ofwel hoogstens 4 jaar. Er kan tot maximum € 100.000 worden geleend. De lening heeft een looptijd van 3 tot 10 jaar en de rentevoet bedraagt 3% per jaar. Meer info over wie en wat in aanmerking komt, vind je op https://www.vlaanderen.be/nl/ondernemen/kapitaal-en-krediet/startlening.

Cofinanciering

Dit betreft een lening van maximaal € 350.000 voor zowel starters als bestaande ondernemingen die een duwtje in de rug kunnen gebruiken. Ook dit is een achtergestelde lening: ze wordt dus pas terugbetaald als alle andere schuldeisers hun geld hebben gekregen.

Deze lening wordt altijd gecombineerd met een andere financiering. Meer info over de voorwaarden, procedure en bedrag vind je op https://www.vlaanderen.be/nl/ondernemen/kapitaal-en-krediet/cofinanciering.

Waarborgregeling

Als een bank je geen krediet wil toekennen wegens een gebrek aan zekerheden, kan PMV een waarborg geven. De aanvrager betaalt daarvoor een eenmalige premie. De waarborg kan gaan tot maximaal € 1,5 miljoen en dekt tot 75% van het onderliggende krediet. Contacteer je bank of leasingmaatschappij voor meer informatie. PMV werkt samen met twaalf financiële instellingen.

Winwinlening

Een Winwinlening is een lening bij vrienden, kennissen, familieleden of een investeerder. Interessant voor de kredietgever is dat men een jaarlijkse belastingkorting van 2,5% krijgt op het openstaande kapitaal van de lening. Een Winwinlening is een achtergestelde lening met een vaste looptijd van acht jaar. De kredietnemer kan maximaal € 200.000 lenen. Elke kredietgever kan maximaal € 50.000 ontlenen. De rentevoet voor 2018 bedraagt tussen 1 en 2% (de officiële rentevoet voor 2019 is nog niet beschikbaar). Er kan maandelijks, driemaandelijks, zesmaandelijks of jaarlijks worden afgelost, of via een eenmalige aflossing na 8 jaar. Meer info op http://www.pmvz.eu/winwinlening.

Brupart

Wie in het Brussels Gewest woont, kan voor gelijksoortige tegemoetkomingen terecht bij Brupart: https://www.finance.brussels/nl/filialen/brupart.

Agentschap Innoveren en Ondernemen

Voor advies kun je ook altijd terecht bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Dat zal je kosteloos begeleiden bij je zoektocht doorheen de steunmaatregelen van de Vlaamse, Belgische en Europese overheden voor zelfstandigen.

 Meer info

2 Kmo-portefeuille

De kmo-portefeuille is een maatregel waardoor je als ondernemer financiële steun krijgt voor de aankoop van diensten die de kwaliteit van je onderneming verbeteren. Concreet zijn dat opleidingen en adviesdiensten zoals het opstellen van een communicatieplan voor je bedrijf.

De kmo-portefeuille is bedoeld voor zoveel mogelijk bedrijven. Meer info vind je hier.

Fiscale stimuli voor starters

Als zelfstandige betaal je in principe een vermeerdering op je verschuldigde belasting. Door fiscale voorafbetalingen te doen kun je daaraan ontsnappen.

Die vermeerdering is evenwel niet verschuldigd door zelfstandigen die zich in de afgelopen drie jaar voor de eerste keer als zelfstandige in hoofdberoep hebben gevestigd. Starters hoeven dus niet echt fiscale voorafbetalingen te doen, maar krijgen niettemin een bonificatie als ze het toch doen.

Ga ook na of je mogelijk recht hebt op een belastingkrediet. Startende zelfstandigen (eenmanszaken) kunnen immers aanspraak maken op een aftrek van de belastingen van 10% – tot maximaal € 3.750 – van het bedrag dat ze privé hebben geïnvesteerd in hun beroep.

Wie een vennootschap heeft, kan genieten van een belastingaftrek voor risicokapitaal. Dat is de zogenaamde notionele intrestaftrek. Een vennootschap kan steeds een lening aangaan en de daarop betaalde intresten fiscaal aftrekken. Wie voorheen financierde met eigen middelen kon niets aftrekken. Met de invoering van de notionele intrestaftrek wordt die discriminatie tussen vreemd en eigen kapitaal weggewerkt. Vennootschappen mogen dan hun belastbare basis verminderen met een fictieve intrest op hun eigen middelen, die gelijk is aan de intrest die de onderneming had moeten betalen indien ze vreemd kapitaal had aangetrokken.

Het tarief van de aftrek wordt per aanslagjaar vastgelegd. Voor aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017) is dat 0,237% (0,737% voor kmo’s). Voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) is dat 1,13% (1,631% voor kmo’s).

 Meer info

Boekhoudkundige bijstand

Als starter kun je terecht bij een erkend boekhouder-fiscalist, lid van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF), voor gratis eerstelijnsadvies. Dit aanbod geldt wel enkel voor wie voor de eerste keer een zelfstandige activiteit begint en nog in het eerste activiteitenjaar zit. In principe wordt geen ereloon aangerekend, maar uitzonderlijk kan toch een vergoeding worden gevraagd.

 Meer info

Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF)

Terug naar ‘Starten als freelancer’