Activiteitencoöperaties

Beslissen om freelance te gaan, gebeurt best goed doordacht. Er zijn een paar aantrekkelijke redenen om de zelfstandige toer op te gaan, maar die bepalen niet alles. Tegenover de vrijheid-blijheid van het werken zonder baas, staan veeleisende klanten. Flexibiliteit en een goede work-life- balance moet je verdienen. En zelf je opdrachten kunnen selecteren is het resultaat van noeste arbeid. Voor sommigen komt de beslissing om zelfstandig te worden heel natuurlijk omdat ze het van huis uit meegekregen hebben. Anderen hebben nood aan uitwisseling met lotgenoten en begeleiding.

En begeleiding, die is er. In alle mogelijke vormen, geuren en kleuren. Er zijn spelers met commerciële motieven, spelers die werkzoekenden aan de slag helpen … Als freelancer in spe is het niet makkelijk vat te krijgen op al die initiatieven. Op www.vlaio.be krijg je wellicht het meest volledige overzicht.

Voor freelancers die nog vanalles uit te zoeken hebben, bieden activiteitencoöperaties een kader waarin ze hun project kunnen uitwerken en uittesten in de markt. In Vlaanderen telt elke provincie zo’n activiteitencoöperatie, samen opereren ze onder de naam Starterslabo. Ook in Brussel kunnen mensen met ondernemersambities terecht bij zo’n activiteitencoöperatie, met name JobYourself.

Meer weten over activiteitencoöperaties, klik hier.

Van werknemer of werkzoekende naar zelfstandige

Werkzoekenden of werknemers die aan de slag willen gaan als zelfstandige, kunnen gedurende vijftien jaar aanspraak blijven maken op werkloosheidsuitkeringen, mocht het fout lopen.

Werkzoekende

© Photo News

© Photo News

Als je werkzoekende bent geweest en je een zelfstandig beroep begint, kun je gedurende maximaal 15 jaar je recht op werkloosheidsuitkering terug opnemen. Je moet het wel minstens zes maanden hebben ‘geprobeerd’ als zelfstandige.

Wie minder dan zes maanden als zelfstandige aan de slag is geweest, heeft recht op een werkloosheidsuitkering nadat hij eerst een wachttijd heeft doorlopen.

Breng de RVA schriftelijk op de hoogte van je start als zelfstandige, waarna je een schriftelijke bevestiging krijgt dat je je werkloosheidsrechten behoudt.

Ben je werkloos en wil je je voorbereiden op een zelfstandige beroepsactiviteit, dan kun je onder bepaalde voorwaarden al enkele handelingen verrichten zonder je recht op uitkering te verliezen. Denk aan het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, het leggen van contacten, het inrichten van ruimten of het installeren van materiaal. Dat mag wel niet langer duren dan zes maanden. En ook hier weer: vergeet niet de RVA vooraf op de hoogte te brengen.

Werkhervattingstoeslag

Ben je minstens 55 jaar en heb je een beroepsverleden als loontrekkende van minimum 20 jaar, dan kun je tijdens je zelfstandige activiteit (in hoofdberoep) voor onbepaalde tijd een maandelijkse werkhervattingstoeslag (€ 201,89 per maand) ontvangen van de RVA. In principe geldt die toeslag weliswaar voor 12 maanden, maar dit kan telkens voor eenzelfde periode worden verlengd, zolang de werkhervatting duurt.

Wie geen 20 jaar beroepsverleden kan aantonen (maar wel minstens 55 jaar oud is), kan een tijdelijke werkhervattingstoeslag krijgen:

  • € 201,89 gedurende de eerste 12 maanden;
  • € 134,59 voor de volgende 12 maanden;
  • € 67,30 voor de daaropvolgende 12 maanden.

Let wel: die toeslag krijg je niet als je als zelfstandige binnen de zes maanden aan de slag gaat ten voordele of voor rekening van je vroegere werkgever of van de groep waartoe die werkgever behoort.

Als werkloze kun je – na een test bij de VDAB van je ‘ondernemingsgeest’ – een middenstandsopleiding volgen, zonder beschikbaar te moeten zijn voor de arbeidsmarkt.

Beroepsinschakelingstijd

Sinds 1 juli 2008 geldt voor een schoolverlater die als zelfstandige aan de slag gaat, de periode als zelfstandige ook als wachttijd. De wachttijd – die heet nu beroepsinschakelingstijd en duurt 310 dagen – loopt dus gewoon door. Vroeger moest je na het stopzetten van de zelfstandige activiteit de rest van je wachttermijn nog vervullen. Wie jonger is dan dertig en nog niet of niet lang genoeg heeft gewerkt om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering, kan de wachtuitkering ontvangen na de stopzetting van de zelfstandige activiteit.

Werknemer

©Photo News - Yannis Kontos - Polaris

©Photo News – Yannis Kontos – Polaris

Ook als je als werknemer ontslag neemt of ontslagen wordt en je vervolgens een zelfstandige activiteit begint, kun je gedurende 15 jaar aanspraakblijven maken op een werkloosheidsuitkering voor het geval je de zelfstandige beroepsactiviteit weer zou opgeven. Essentieel is dat je bij de RVA een dossier indient om je rechten op werkloosheid te vrijwaren.

Gedurende de eerste zes maanden kun je weliswaar geen aanspraak maken op werkloosheidsvergoeding (zelfde systeem als bij een werkzoekende die een zelfstandige activiteit begint: eerst zes maanden proberen). Maak je na je zelfstandige activiteit aanspraak op een uitkering, dan moet je eerst bewijzen dat je vroegere werkgever niet meer bereid is je in dienst te nemen.

Indien je na je zelfstandig beroep een uitkeringsaanvraag indient, zal het bedrag van je uitkering berekend worden op basis van je vorige loon.

Meer info

Leningen en advies

Sinds de zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor kredieten. Voor Vlaanderen is dat Participatiemaatschappij Vlaanderen: http://www.pmvz.eu/#top (Oude Graanmarkt 63, 1000 Brussel, 02 229 52 30)Voor wie in Brussel is gevestigd is dat finance.brussels: http://www.srib.be/nl (Stassartstraat 32, 1050 Brussel, 02 548 22 11).

Bij het Vlaamse participatiefonds (PMV) zijn er volgende mogelijkheden:

Startlening+

Startlening+ is een achtergestelde lening voor alle starters – natuurlijke personen en rechtspersonen – die nog niet of gedurende ten hoogste vier jaar actief zijn. Het maximumbedrag is 100.000 euro, de rentevoet 3%.

KMO-cofinanciering

KMO-cofinanciering is een achtergestelde lening van maximum 350.000 euro. Zij is bestemd voor zowel starters als bestaande ondernemingen en heeft een rente van 3%. De lening wordt altijd verstrekt in combinatie met financiering van een bank, een investeringsfonds, één of meerdere business angels, of van verschillende partijen samen.

Waarborgregeling

Als de bank geen krediet  toekent wegens gebrek aan zekerheden kan PMV een waarborg geven, waardoor de kredietwaardigheid van de ondernemer toeneemt. De aanvrager betaalt daarvoor een eenmalige premie.

Een waarborg tot maximaal 1,5 miljoen EUR kan tot 75% van het onderliggende krediet dekken. De bank of leasingmaatschappij kan meer informatie geven. PMV werkt samen met zestien financiële instellingen, met ruim duizend kantoren in Vlaanderen.

Winwinlening

Dit gaat om een lening bij vrienden, kennissen, familieleden of investeerder. Bovendien krijgt u een jaarlijks belastingkrediet van 2,5 % op het openstaande kapitaal van de Winwinlening. Als uw kredietnemer niet kan terugbetalen, kan u daarnaast 30% van het verschuldigde bedrag terugkrijgen via een eenmalig belastingkrediet. De Winwinlening is een achtergestelde leningmet een vaste looptijd van acht jaar. De kredietnemer kan maximaal 200.000 EUR lenen. En elke kredietgever kan maximaal 50.000 EUR ontlenen. De rentevoet voor 2018 bedraagt tussen 1 en 2%. Er kan maandelijks, driemaandelijks, zesmaandelijks of jaarlijks worden afgelost, of via een eenmalige aflossing na 8 jaar.

Voorts is er nog het Europees Investeringsfonds (EIF). Dat investeert ook in risicokapitaalfondsen en starterscentra die tot doel hebben ondernemingen die zich snel ontwikkelen of die actief zijn in de nieuwe technologische sectoren, te ondersteunen. Het verstrekt ook garanties voor portefeuilles en vorderingen aan banken die leningen op middellange en lange termijn verschaffen aan kmo’s.

Voor advies kunt u terecht bij het Agentschap Ondernemen. Dat zal u kosteloos begeleiden bij uw zoektocht doorheen de steunmaatregelen van de Vlaamse, Belgische en Europese overheden voor zelfstandigen. Een interessant adres voor wie zijn weg zoekt als zelfstandige.

 Meer info

 Kmo-portefeuille

Sinds 1 april 2016 zijn er twee subsidie-instrumenten: een vereenvoudigde kmo-portefeuille ter ondersteuning van de professionalisering van de Vlaamse kmo’s en een nieuwe kmo groeisubsidie voor bedrijven met groeiambities.

De vroegere pijlers, domeinen en afzonderlijke steunplafonds en percentages van de kmo-portefeuille zijn vervangen door één jaarlijks subsidieplafond en subsidiepercentage per kmo, voor opleiding en/of advies.

Er wordt een onderscheid gemaakt volgens de grootte van de onderneming. Kleine ondernemingen krijgen een jaarlijks steunplafond van 10.000 euro, het steunpercentage bedraagt 40%. Middelgrote ondernemingen kunnen jaarlijks maximaal 15.000 EUR via de kmo-portefeuille krijgen. Het steunpercentage bedraagt 30%.

Voor meer informatie klik hier.

Boekhoudkundige bijstand

Als starter kun je terecht bij een erkend boekhouder-fiscalist, lid van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF), voor gratis eerstelijnsadvies. Dat geldt wel alleen als je voor de eerste keer een zelfstandige activiteit begint en je nog in je eerste activiteitsjaar bent. In principe wordt geen ereloon aangerekend, maar uitzonderlijk kan toch een vergoeding worden gevraagd.

 Meer info

  • Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) www.bibf.be

Aangepaste sociale bijdragen

Sinds 2015 worden de sociale bijdragen berekend op je (geschat) inkomen van het jaar zelf. Maar omdat het om een geschat inkomen gaat, zijn die bijdragen dus ‘voorlopig’. Na twee jaar zal telkens een regularisatie plaatsvinden, omdat dan het fiscaal inkomen bekend is. Om in te schatten hoeveel je voorlopig moet betalen, krijg je per kwartaal een bedrag voorgelegd, gebaseerd op het inkomen van drie jaar geleden, maar dat kun je laten aanpassen (verhogen of verlagen, naargelang van je inschatting van je inkomen dit jaar). In 2018 betaal je dus sociale bijdragen op basis van het netto belastbare jaarinkomen van 2015.

Als je pas start (je bent starter de eerste drie volledige jaren als zelfstandige), heb je geen referentieperiode. Je betaalt dan sociale bijdrage op het inkomen dat je denkt te halen dit jaar, ofwel de wettelijke minimumbijdrage. Dat minimum is berekend op een jaarinkomen van € 13.550,50. De voorlopige minimumbijdrage bedraagt dan 694,46 EUR, of 20,5 % van [€ 13.550,50 / 4]. Opgelet, vanaf 1 april 2018 wordt deze drempel tijdens het eerste startjaar verlaagd naar 6.866,25 EUR.

Start je in het tweede, derde of vierde kwartaal van een jaar, dan moet je volgende formule toepassen:

je beroepsinkomsten x 4 (aantal kwartalen)
aantal gewerkte kwartalen

De sociale bijdrage is 20,50 % van je beroepsinkomen tot € 58.513,59 en 14,16% op het gedeelte tussen 57.415,67 en € 86.230,52.

Voorlopige sociale kwartaalbijdragen voor starters – 2018

Hoofdberoep Bijdrage
Eerste drie kalenderjaren  € 694,46 of  20,5% van (€ 13.550,50 / 4)

Vanaf 2018 kunnen de sociale bijdragen in de eerste twee startjaren worden verlaagd, in het eerste jaar tot 1/3 van de minimumbijdrage en in het tweede jaar tot 2/3 van de minimumbijdrage.

Opgelet: de eerste drie jaar betaal je dus voorlopige sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep. Hou er wel rekening mee dat als je inkomsten hoger liggen dat het drempelbedrag, je dus nog belasting zult moeten betalen op het bedrag boven het drempelbedrag. Dat wordt – zo leert de praktijk – al te vaak vergeten, waardoor de bijkomende belastingen vaak een strop rond de nek worden. Zet dus wat geld op zij voor als de fiscus komt aankloppen !

 Meer info

Fiscale stimuli

Foto: Bert Van den Broucke © Photo News
Foto: Bert Van den Broucke
© Photo News

Als zelfstandige betaal je in principe een vermeerdering op je verschuldigde belasting. Alleen door fiscale voorafbetalingen te doen kun je daaraan ontsnappen.

Geen vermeerdering is evenwel verschuldigd door zelfstandigen die zich in de afgelopen drie jaar voor de eerste keer als zelfstandige in hoofdberoep hebben gevestigd. Die starters ontsnappen dus aan de fiscale voorafbetalingen, maar krijgen een bonificatie als ze wél voorafbetalingen verrichten.

Belastingkrediet

Ga ook na of je mogelijk recht hebt op een belastingkrediet. Startende zelfstandigen (eenmanszaken) kunnen immers aanspraak maken op een aftrek van de belastingen van tien procent – tot maximaal € 3.750 – van het bedrag dat ze privé hebben geïnvesteerd in hun beroep. Wie een vennootschap heeft, kan sinds aanslagjaar 2007 genieten van een belastingaftrek voor risicokapitaal. Dat is de zogenaamde notionele intrestaftrek. Een vennootschap kan steeds een lening aangaan en de daarop betaalde intresten fiscaal aftrekken. Wie voorheen financierde met eigen middelen kon niets aftrekken. Met de invoering van de belastingaftrek voor risicokapitaal – de  notionele intrestaftrek – wordt die discriminatie tussen vreemd en eigen kapitaal weggewerkt. Vennootschappen mogen dan hun belastbare basis verminderen met een fictieve intrest op hun eigen middelen, die gelijk is aan de intrest die de onderneming had moeten betalen indien ze vreemd kapitaal had aangetrokken.

Per aanslagjaar

Het tarief van de aftrek wordt per aanslagjaar vastgelegd. Voor aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017) is dat 0,237% (0,737% voor kmo’s). Voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) is dat 1,13% (1,631% voor kmo’s). Voor aanslagjaar 2016 (inkomsten 2015) was de intrestaftrek 1,63%  (2,13 % voor kmo’s).

 Meer info

 

Terug naar ‘Starten als freelancer’