Werken met een vennootschap: vormen

Wie als zelfstandig freelancejournalist start, doet dat gewoonlijk als een eenmanszaak. Dat is de meest eenvoudige vorm van zelfstandig werken, met de minste administratieve geplogenheden en een van de goedkoopste manieren om te starten. Nadeel is wel dat je persoonlijk onbeperkt aansprakelijk bent, dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen je privévermogen en het vermogen van je ‘zaak’.

Hieronder geven we een aantal vormen van vennootschap, zoals die tot nu toe bestaan. De overheid heeft evenwel plannen om het aantal vormen te reduceren.

Vennootschap voor grotere investeringen

Voor een zelfstandig journalist die geen zware investeringen hoeft te doen en weinig schulden maakt, kan dit een goede manier van werken zijn. Je hebt een grote vrijheid van beslissen, je beschikt autonoom over je gerealiseerde winst en je kunt gebruik maken van de fiscaal voordelige regeling voor inkomsten uit auteursrechten.

Wie wel zwaar investeert of schulden maakt, of wie echt veel begint te verdienen, kan overwegen een vennootschap op te richten. De vennootschapsbelasting is namelijk vrij lineair (minder hoog en ze stijgt minder snel), terwijl de personenbelasting progressief toeneemt en bij een belastbaar inkomen boven 37.870 euro (inkomsten 2015) al 50 % bedraagt (voor inkomsten boven dat bedrag).

Laten we even overlopen welke vormen van vennootschap voor een zelfstandig journalist geschikt kunnen zijn:

De (E)BVBA

De Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid (BVBA) heeft als kenmerk het besloten karakter ervan: de overdracht van aandelen is strikt aan regels gebonden. De aansprakelijkheid is beperkt tot de inbreng van de vennoten. De aandelen zijn op naam.

Een ondernemer kan ook in zijn eentje een vennootschap oprichten, die dan een eenpersoons-BVBA, of EBVBA, wordt genoemd. Het is de enige vennootschapsvorm waarvoor maar één persoon vereist is en daarom is die vorm populair bij vrije beroepen. Voor een EBVBA gelden grosso modo dezelfde bepalingen als voor een BVBA.

Starters-bvba

Sinds 2010 kun je een bvba oprichten met een maatschappelijk kapitaal van maar 1 euro. Dat heet dan een Starters-bvba. Er zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. De formule geldt alleen voor natuurlijke personen, die hoofdelijk aansprakelijk blijven. De zaak mag ook maximaal vijf werknemers hebben. Er moet een financieel plan worden opgesteld, met supervisie door een expert, zoals een boekhouder, accountant of bedrijfsrevisor. Minimaal 25% van de winst moet worden gereserveerd en de winst kan voor niet méér dan 13% van het volgestorte kapitaal worden uitgekeerd, wil men het voordeel van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting behouden. Bij een Starters-bvba met slechts 1 euro kapitaal kan er dus geen winstuitkering zijn, wil men het verlaagde belastingtarief behouden. Na vijf jaar moet de Starters-bvba bij de notaris worden omgezet tot een (E)BVBA.

Voor een BVBA is een minimumkapitaal van € 18.550 vereist, waarvan1/5 (met een minimum van € 6.200) moet worden volstort. Bij een EVBA moet € 12.400 worden volstort. Voor het oprichten van een (E)BVBA is een notariële akte vereist. En er moet een dubbele boekhouding worden verricht.

De VOF

De Vennootschap Onder Firma (VOF) is een eenvoudige vorm van vennootschap waarvoor minimaal twee vennoten zijn vereist en die bij onderhandse akte kan worden opgericht. Je moet dus niet naar de notaris. En er is geen minimum inbreng van kapitaal vereist. De vennoten kunnen hun aandeel niet verkopen zonder akkoord van de medevenno(o)t(en). En alle beslissingen moeten eenparig worden genomen. De vennoten blijven hier wel onbeperkt hoofdelijk aansprakelijk. Een vennootschapsvorm die interessant kan zijn voor vrije beroepen en indien het ondernemingsrisico beperkt is. Voor een VOF is een eenvoudige boekhouding voldoende (als de omzet onder de € 500.000 blijft).

De CVBA en de CVOA

De Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid en de Coöperatieve Vennootschap met Onbeperkte Aansprakelijkheid. In de eerste vorm zijn alle vennoten slechts aansprakelijk voor het bedrag van hun inbreng in de CVBA. In beide gevallen zijn minimaal drie personen vereist.

Voor een CVBA is een notariële akte vereist, is de minimum inbreng van kapitaal € 18.550, waarvan 1/5 moet worden volstort, met een minimum van € 6.200. Inderdaad, zoals bij een BVBA. De aandelen zijn op naam en er moet een dubbele boekhouding worden gevoerd.

Voor een CVOA is geen minimum inbreng van kapitaal vereist, de oprichting kan met een onderhandse akte en de vennoten zijn onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk. Ook de CVOA moet een dubbele boekhouding voeren.

De gewone commanditaire vennootschap

De gewone commanditaire vennootschap heeft werkende en stille vennoten. De werkende vennoten hebben het beheer van de vennootschap in handen. De stille vennoten zijn puur investeerders die geen inspraak hebben in het beheer van de vennootschap. Er is geen minimumkapitaal vereist.

De werkende vennoten zijn hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden en verliezen van de vennootschap. De stille vennoten zijn alleen verantwoordelijk voor de financiële inbreng die ze hebben beloofd.

Algemeen advies: kies je ervoor om met een vennootschap te werken, laat je dan bijstaan door een goede boekhouder/accountant.

Terug naar ‘Eenmanszaak of vennootschap’.