Opgelet: minister van Justitie Koen Geens wil de regels voor vennootschappen hervormen. Enerzijds is het de bedoeling het aantal vennootschapsvormen terug te dringen, anderzijds zouden ook de spelregels m.b.t. de overgebleven vennootschapsvormen veranderen. Vermits op dit moment nog hard wordt getimmerd aan de hervorming, kan hierover nog geen definitieve informatie gedeeld. Wat hieronder staat, geldt nog steeds op dit moment.

– Een vennootschap bestaat in principe uit minimaal twee personen. Een uitzondering daarop is de EBVBA, de BVBA die is opgericht door één persoon.

– De bedoeling van de vennootschap is winst te maken.

– Iedere vennoot moet een inbreng doen, hetzij in geld, hetzij in natura. In ruil ervoor krijgt hij aandelen.

– Iedere vennoot deelt in de winst en draait mee op voor een eventueel verlies. Normaliter is het aandeel in de winst in verhouding tot de inbreng van de vennoot.

– Onder de vennoten is de wil aanwezig om op basis van gelijkheid samen te werken.

– De oprichting van een vennootschap gebeurt met een bijzondere akte, in een aantal gevallen is dat een notariële akte (voor  NV, (E)BVBA, CVA en CVBA).

Bij de meeste vormen moet een minimum aan kapitaal worden ingebracht, waarvan een deel op een geblokkeerde rekening moet volstort zijn. De statuten moeten meestal bij notariële akte worden opgemaakt, en daarbij moet tevens een financieel plan worden voorgelegd. Ook inschrijvingen bij het ondernemingsloket en bij een sociaalverzekeringsfonds zijn nodig. Een vennootschap betaalt een jaarlijkse forfaitaire sociale bijdrage van € 347,50 (vennootschapsbijdrage 2017). Voor bedrijven met een balanstotaal van meer dan € 667.529,12,86 is de bijdrage € 868 (vennootschapsbijdrage 2017).

Daar staat tegenover dat je maar beperkt aansprakelijk bent als het fout loopt, met name voor het deel van de goederen of het geld dat je zelf in de onderneming hebt ingebracht. Uitzondering: als de onderneming binnen de drie jaar na de oprichting failliet gaat, zijn de oprichters hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden, indien uit het financieel plan blijkt dat het kapitaal ontoereikend was.

De fiscale behandeling is een stuk milder dan in de personenbelasting. Het algemene gewone tarief bedraagt 33% (33,99 % inclusief 3% aanvullende crisisbelasting). Voor kleine en middelgrote vennootschappen gelden de volgende tarieven:

Vennootschapsbelasting kmo

Inkomstenschijven in euro Tarief (inclusief 3 % aanvullende crisisbijdrage)
Schijf van 0 tot 25.000 24,25 %
Schijf van 25.000 tot 90.000 31,00 %
Schijf van 90.000 tot 322.500 34,50 %

Er zijn plannen om de vennootschapsbelasting te verlagen tot 25 % tegen 2020 (cf. Zomerakkoord). In een eerste fase – vanaf volgend jaar – laat de regering het tarief zakken van 33,99 procent naar 29,58 procent (inclusief crisisbijdrage van 2 procent). Vanaf 2020 vervalt de crisisbijdrage en betalen bedrijven een tarief van 25 procent.

Vennootschap: doen?

Onderstaande info is nog steeds geldig, maar de geplande hervormingen (Zomerakkoord, geplande hervorming van het vennootschapsrecht) zullen daar verandering in brengen. Zo hier meer over geweten is, volgt meer info.

Kun je nu toch maar beter een vennootschap oprichten, zoals vaak wordt beweerd?

Dat hangt van diverse factoren af. Belangrijk is dat je niet louter de fiscale aspecten ervan bekijkt. Ook de andere voor- en nadelen – zie hoger – moet je goed tegen elkaar afwegen.

Vergeet ook niet dat, als je een vennootschap opricht, je als bedrijfsleider of werkende vennoot ervan als zelfstandige wordt beschouwd en je als zodanig ook moet aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen.

Je kunt natuurlijk ook iemand anders de rol van bedrijfsleider op zich laten nemen en zelf als werknemer van de vennootschap aan de slag gaan. Maar dan zal die andere persoon wel als zelfstandige worden beschouwd en sociale kwartaalbijdragen moeten betalen. Bovendien draait de vennootschap dan ook op voor de patronale bijdragen op het loon dat ze je betaalt.

Maar wanneer heb je er dan fiscaal voordeel mee om je activiteiten in een vennootschap onder te brengen? Ook dat is niet zomaar te zeggen, omdat diverse parameters een rol spelen. Denk er bijvoorbeeld aan dat je als eenmanszaak een deel (of zelfs het geheel) van je journalistieke inkomsten als (fiscaal gunstige) roerende inkomsten kunt inbrengen, wat een vennootschap niet kan.

Als je ervan uitgaat dat een vennootschap in vergelijking met een eenmanszaak (een natuurlijke persoon) al gauw € 2.500 à € 3.000 méér kost (door o.a. meer administratie, boekhouding, opstellen van balans, jaarlijkse sociale bijdrage, en dergelijke), dan moet je – zeer algemeen gesproken – al meer dan pakweg € 60.000 aan belastbaar jaarinkomen hebben voor je er financieel voordeel mee doet een vennootschap op te richten. Maar nogmaals: dit is een zeer algemene stelling. Als je het werken met een vennootschap overweegt, kun je het best een simulatie laten uitvoeren door een goede boekhouder-fiscalist die jouw persoonlijke situatie kan evalueren.

Hieronder geven we een aantal vormen van vennootschap, zoals die tot nu toe bestaan. De overheid heeft evenwel plannen om het aantal vormen te reduceren.

 

 

Terug naar ‘Eenmanszaak of vennootschap’