Freelancejournalisten kunnen wat hulp altijd goed gebruiken.

Voor helpers heeft de wet een apart sociaal statuut uitgewerkt. De toepassingsvoorwaarde is dat het gaat om iemand die de zelfstandige bijstaat of hem vervangt in de uitoefening van diens beroep, zonder gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. Een familieband is niet vereist.

Verzekeringsplichtige

Een helper is verzekeringsplichtig en moet zich, zoals de zelfstandige zelf, aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds. Hij valt wel onder een eigen sociale bijdragen- en sociale rechtenregeling. Wie als ‘helper’ aanspraak wil maken op het volledige sociaal statuut van de zelfstandige, moet zich als volwaardig zelfstandige aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Fiscaal gezien worden helpers in principe als zelfstandige behandeld, maar voor zowel de meewerkende echtgenote als de kinderen gelden afwijkingen.

Helpende echtgeno(o)t(e)

In de praktijk is het veelal de echtgeno(o)t(e) die de zelfstandige helpt.

Voor de meewerkende echtgenoot geldt sinds 2003 een nieuw sociaal statuut. Sinds 1 juli 2005 bent u als meewerkende echtgeno(o)t(e) verplicht aan te sluiten voor het zogenaamde maxistatuut. Zo geniet u een grotere dekking dan in het ministatuut: pensioen, gezinsbijslagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit, moederschap en overbruggingsrecht (behalve bij faillissement). De kwartaalbijdrage hiervoor beloopt, afhankelijk van het fiscale meewerkinkomen dat de echtgenoot je toekent, minimaal € 299,35 (bij aanvang van de activiteiten) en maximaal € 3.977,09 (te vermeerderen met de beheerskosten). Op die manier geniet je van hetzelfde sociale statuut als de partner, op de faillissementsverzekering na. Bent u geboren voor 1956, dan is het maxistatuut niet verplicht. U moet dan na 1 juli 2005 enkel aangesloten zijn voor het ministatuut.

Meewerkinkomen

Op fiscaal vlak kan de meewerkende echtgenoot niet het statuut van helper of loontrekkende hebben. De zelfstandige kan zijn helpende echtgenoot wel een fictief, zogenaamd meewerkinkomen toekennen, weliswaar beperkt tot 30 procent van het netto-inkomen. Dat komt neer op een fiscaal voordelige decumul van het zelfstandigeninkomen.

Helpende kinderen

Zijn niet sociaal verzekeringsplichtig:

  • helpers jonger dan 20 (vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 worden), maar zijn ze al gehuwd, dan zijn ze wel verzekeringsplichtig;
  • helpers die minder dan 90 dagen per jaar werken en van wie de activiteit bovendien niet regelmatig is;
  • studenten die recht geven op kinderbijslag.

Fiscaal gezien worden de vergoedingen aan helpende gezinsleden (kinderen en andere verwanten) gekwalificeerd als bezoldigingen van werknemers, en moeten ze ook zo worden aangegeven. Dit veronderstelt een band van ondergeschiktheid. In het andere geval, wanneer er sprake is van gelijkwaardigheid, wordt het helpende gezinslid fiscaal als zelfstandige behandeld.

Werkzoekend en helper

Ben je werkzoekend en help je geregeld een zelfstandige, dan moet je dat melden aan je uitbetalingsinstelling.

Help je de zelfstandige slechts occasioneel, dan volstaat het dat op voorhand op de controlekaart te melden door het overeenstemmende vakje zwart te maken.

 

Meer info

 

Terug naar ‘Alleen of in groep’