De helper van de zelfstandige

Voor helpers van freelancers heeft de wet een apart sociaal statuut uitgewerkt. De toepassingsvoorwaarde is dat het gaat om iemand die de zelfstandige bijstaat of hem vervangt in de uitoefening van diens beroep, zonder gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. Een familieband is niet vereist.

Verzekeringsplichtig

© Photo News
© Photo News

Een helper is verzekeringsplichtig en moet zich, zoals de zelfstandige zelf, aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.[1] Hij valt wel onder een eigen sociale bijdragen en sociale rechtenregeling. Wie als ‘helper’ aanspraak wil maken op het volledige sociaal statuut van de zelfstandige, moet zich als volwaardig zelfstandige aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Fiscaal gezien worden helpers in principe als zelfstandige behandeld, maar voor zowel de meewerkende echtgenote als de kinderen gelden afwijkingen.

Ministatuut

In de praktijk is het meestal de echtgeno(o)t(e) die de zelfstandige helpt. Voor de meewerkende echtgenoot [2] geldt sinds 2003 een nieuw sociaal statuut [3].

Als meewerkende levenspartner ben je verplicht minimaal het zogenaamde ministatuut aan te nemen bij het sociaal verzekeringsfonds van je echtgenoot, indien je geboren bent vóór 1956. Dat veronderstelt de betaling van een kwartaalbijdrage, berekend op het inkomen van de zelfstandige, van minimaal € 26,26 en maximaal € 148,07 (te vermeerderen met de beheerskosten). Op die manier ben je als meewerkende levenspartner verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschap) en invaliditeit (voor gezondheidszorg en kinderbijslag beschik je als meewerkende levenspartner al over afgeleide rechten via je partner).

Maxistatuut

Ben je na 1956 geboren, dan geldt sinds 1 juli 2005 het maxistatuut. De kwartaalbijdrage hiervoor beloopt, afhankelijk van het fiscale meewerkinkomen dat de echtgenoot je toekent, minimaal € 299,35 (bij aanvang van de activiteiten) en maximaal € 3.977,09 (te vermeerderen met de beheerskosten). Op die manier geniet je van hetzelfde sociale statuut als de partner, op het overbruggingsrecht (de faillissementsverzekering) na.

Ben je geboren vóór 1956, dan kun je op vrijwillige basis kiezen voor het maxistauut. Maar dat is niet voor iedereen even interessant, omdat de meewerkende echtgenoot ook al over afgeleide sociale rechten via de zelfstandige beschikt (ziekteverzekering, kinderbijslag, gezinspensioen, ook na echtscheiding). Algemeen genomen blijkt een vrijwillige aansluiting bij het maxistatuut interessant indien je aan het einde komt van een minimaal dertigjarige loopbaan en indien de inkomsten uit de zelfstandige activiteit van de echtgenoot tussen € 12.500 en € 40.000 liggen.

Meewerkinkomen

Op fiscaal vlak kan de meewerkende echtgenoot niet het statuut van helper of loontrekkende [4] hebben. De zelfstandige kan zijn helpende echtgenoot wel een fictief, zogenaamd meewerkinkomen toekennen, weliswaar beperkt tot 30 procent van het inkomen. Dat komt neer op een fiscaal voordelige decumul van het zelfstandigeninkomen.

———————————–

[1] Uitzonderingen:

  • helpers voor 1 januari van het jaar waarin ze 20 worden (tenzij ze gehuwd zijn) ;
  • helpers die slechts occasioneel meehelpen, dit is gedurende maximaal 90 dagen per jaar;
  • studenten die nog recht geven op kinderbijslag (maximum leeftijd 25 jaar);

[2] Wettige echtgenoten en wettelijk samenwonende partners worden op gelijke voet behandeld.

[3] Je valt niet onder het statuut wanneer:

  • je de echtgenoot niet effectief of slechts onregelmatig (over maximaal 90 dagen per jaar) helpt;
  • je al een volwaardig sociaal statuut hebt uit hoofde van een beroepsactiviteit of vervangingsinkomen;
  • de echtgenoot fiscaal als bedrijfsleider wordt belast;

[4] Dat laatste behoudens in het kader van een vennootschap.

 

Helpende kinderen

Zijn niet sociaal verzekeringsplichtig:

    • helpers jonger dan 20 (vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 worden). Zijn ze al gehuwd, dan zijn ze wel verzekeringsplichtig
    • helpers die minder dan 90 dagen per jaar werken en van wie de activiteit bovendien niet regelmatig is
    • studenten die recht geven op kinderbijslag.

Fiscaal gezien worden de vergoedingen aan helpende gezinsleden (kinderen en andere verwanten) gekwalificeerd als bezoldigingen van werknemers, en moeten ze ook zo worden aangegeven. Dit veronderstelt een band van ondergeschiktheid. In het andere geval, wanneer er sprake is van gelijkwaardigheid, wordt het helpende gezinslid fiscaal als zelfstandige behandeld.

 

Werkloos en helper

© Photo News
© Photo News

Ben je werkloos en help je geregeld een zelfstandige, dan moet je dat melden aan je uitbetalingsinstelling.

Help je de zelfstandige slechts occasioneel, dan volstaat het dat op voorhand op de controlekaart te melden door het overeenstemmende vakje zwart te maken.

 

Meer info

 

Terug naar ‘Alleen of in groep’