Freelancejournalisten kunnen wat hulp altijd goed gebruiken.

Voor helpers heeft de wet een apart sociaal statuut uitgewerkt. De toepassingsvoorwaarde is dat het gaat om iemand die de zelfstandige bijstaat of hem vervangt in de uitoefening van diens beroep, zonder gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. Een familieband is niet vereist.

Een helper is verzekeringsplichtig en moet zich, zoals de zelfstandige zelf, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Hij valt wel onder een eigen sociale bijdragen- en sociale rechtenregeling. Wie als ‘helper’ aanspraak wil maken op het volledige sociaal statuut van de zelfstandige, moet zich als volwaardig zelfstandige aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Fiscaal gezien worden helpers in principe als zelfstandige behandeld, maar voor zowel de meewerkende echtgenote als de kinderen gelden afwijkingen.

Helpende echtgeno(o)t(e)

In de praktijk is het veelal de echtgeno(o)t(e) die de zelfstandige helpt.

De meewerkende echtgeno(o)t(e) is verplicht aan te sluiten voor het zogenaamde maxistatuut. Dat omvat een grotere dekking dan het ministatuut: pensioen, gezinsbijslagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit, moederschap en overbruggingsrecht (behalve bij faillissement).

De kwartaalbijdrage hiervoor bedraagt, afhankelijk van het fiscale meewerkinkomen dat de echtgenoot je toekent, minimaal € 321,27 (bedrag 2019 incl. beheerskosten, bij aanvang van de activiteiten) en maximaal € 4.191,25 (bedrag 2019 incl. beheerskosten). Op die manier geniet je van hetzelfde sociale statuut als de partner, op de faillissementsverzekering na.

Enkel voor wie geboren is voor 1956 is het maxistatuut niet verplicht. Deze helpende echtgeno(o)t(e) moet enkel zijn aangesloten voor het ministatuut.

Op fiscaal vlak kan de meewerkende echtgenoot niet het statuut van helper of loontrekkende[2] hebben. De zelfstandige kan zijn helpende echtgenoot wel een fictief, zogenaamd meewerkinkomen toekennen, weliswaar beperkt tot 30% van het netto-inkomen. Dat komt neer op een fiscaal voordelige decumul van het zelfstandigeninkomen.

Helpende kinderen

Zijn niet sociaal verzekeringsplichtig:

  • helpers jonger dan 20 (vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 worden), behalve wanneer ze al gehuwd zijn;
  • helpers die minder dan 90 dagen per jaar werken en van wie de activiteit bovendien niet regelmatig is;
  • studenten die recht geven op kinderbijslag.

Fiscaal gezien worden de vergoedingen aan helpende gezinsleden (kinderen en andere verwanten) gekwalificeerd als bezoldigingen van werknemers voor zover er een band van ondergeschiktheid is. In het andere geval, wanneer er sprake is van gelijkwaardigheid, wordt het helpende gezinslid fiscaal als zelfstandige behandeld.

werkzoekend en helper

Ben je werkzoekend en help je geregeld een zelfstandige, dan moet je dat melden aan je uitbetalingsinstelling.

Help je de zelfstandige slechts occasioneel, dan volstaat het dat op voorhand op de controlekaart te vermelden door het overeenstemmende vakje zwart te maken.

 

 Meer info