© Photo News
© Photo News

Ook al hebben zelfstandige journalisten geen arbeidsovereenkomst zoals hun loontrekkende collega’s, toch zijn ook zij juridisch gebonden door afspraken met het mediabedrijf waarvoor ze werken. In principe kan de samenwerking tussen een freelancer en een opdrachtgever worden gekwalificeerd als een aannemingsovereenkomst.

Door een precieze omschrijving van de prestatie, de leveringsvoorwaarden, de vergoeding, de auteursrechten en dies meer kunnen beide partijen de overeenkomst maximaal naar hun hand zetten. Dat kan gebeuren in de overeenkomst zelf, of anders in zogenaamde ‘algemene leveringsvoorwaarden’ waarnaar wordt verwezen in het contract.

Voor alles wat niet contractueel is ingevuld, bepalen de wettelijke regels inzake ‘aanneming’ het doen en laten van de zelfstandige journalist en diens uitgever. Uiteraard kan contractueel niet worden afgeweken van dwingend recht.

Een contractmodel voor zelfstandige samenwerking vind je hier.

Via enkele FAQ’s zetten we de belangrijkste principes op een rij.

Vanaf wanneer is er een overeenkomst tussen een mediabedrijf en een journalist?

Dat is het geval van zodra er sprake is van een aanbod (met betrekking tot de journalistieke bijdrage en de prijs) enerzijds en de aanvaarding daarvan anderzijds. Concreet: een journalist biedt een stuk aan en de betrokken uitgeverij aanvaardt dat voor publicatie. Of een hoofdredacteur vraagt een opdracht te vervullen, en de journalist engageert zich hiertoe.

Een overeenkomst kan betrekking hebben op een eenmalige levering, maar even goed kan ze vorm geven aan een meer duurzame samenwerking. De overeenkomst kan dan een bepaalde of zelfs een onbepaalde duur hebben, al dan niet gekoppeld aan een opzeggingstermijn en/of opzeggingsvergoeding. Opgelet: die duurzame samenwerking mag niet leiden tot een gezagsrelatie waarin er sprake is van ondergeschiktheid en waarin de uitgever ook de modaliteiten van uitvoering gaat dicteren. In dat geval spreken de RSZ en de arbeidsrechtbanken van ‘schijnzelfstandigheid’.

Moet de overeenkomst op papier staan?

© Photo News
© Photo News

Neen. Veel opdrachten van freelancejournalisten worden in de praktijk ook niet geformaliseerd. Op zich levert dat geen probleem op voor de rechtsgeldigheid van de overeenkomst; anderzijds spreekt het voor zich dat de afspraken dan natuurlijk moeilijker te bewijzen zijn.

Als zelfstandig journalist heb je dus belang bij een document – een mailtje bijvoorbeeld – waarin duidelijk wordt afgesproken wat er van je verwacht wordt en welke vergoeding daartegenover staat. Ook andere elementen kunnen aan bod komen, bijvoorbeeld de eindredactionele behandeling van je werk.

Wie bepaalt de inhoud van de overeenkomst?

In principe, volgens de klassieke liberale filosofie van de ‘vrije burger’ waarop ons Burgerlijk Wetboek is gebaseerd, zijn dat beide partijen samen. Maar we moeten ons niet veel illusies maken: ook in de mediasector is het doorgaans de sterkere partij – de uitgever of de omroep dus – die de modaliteiten van de samenwerking oplegt. Dat verklaart onder meer de vaak lage vergoedingen voor freelancejournalistiek.

Wanneer heeft de zelfstandige recht op vergoeding?

Hier maken we een onderscheid tussen twee situaties.

  1. Kreeg de zelfstandige een opdracht en werd die goed uitgevoerd, dan moet die levering worden betaald. Het maakt niet uit of het artikel of het beeldmateriaal ook echt is gebruikt: het zal je maar overkomen dat je bijdrage louter door plaats- of tijdsgebrek geen plaats krijgt in de krant of het radiojournaal, of dat ze stevig blijkt ingekort.
    Wat wel mogelijk is, is dat de opdrachtgever je vergoeding niet betaalt, als je werk niet voldoet: inhoudelijk loopt het mank, de deadline werd niet gehaald… Bij conflicten hierover nemen de rechtbanken ‘een normaal zorgvuldig en omzichtig persoon’ (in deze: journalist) als referentie.
  2. Mogelijkheid twee: je stapt op eigen initiatief met een werkstuk naar een hoofdredactie of uitgever. Maken die er gebruik van, dan ligt het voor de hand dat er een vergoeding wordt betaald.

Kan een samenwerking zomaar worden beëindigd?

Een groot verschil tussen het werknemers- en zelfstandigenstatuut is dat het eerste dwingende opzeggingstermijnen inhoudt voor het geval een van beide partijen de samenwerkingsovereenkomst beëindigt.

Ook al bepaalt de wet iets soortgelijks niet voor aannemingsovereenkomsten, toch lassen diverse uitgevers die langlopende overeenkomsten sluiten met freelancers ook opzeggingstermijnen in. De VVJ acht, van zodra een samenwerking zes maanden duurt, een termijn van minstens twee maanden gepast.

Overigens is er ook rechtspraak die een uitgever verplicht tot het in acht nemen van een minimale opzeggingstermijn wanneer de samenwerking wordt beëindigd.

Hieronder volgen enkele hoopgevende ‘precedenten’, die (veelal met VVJ-steun) zijn gerealiseerd.

Successen

De Antwerpse rechtbank van eerste aanleg veroordeelde op 11 februari 2005 de uitgever van een weekblad tot het betalen van een schadevergoeding van één maand gemiddeld honorarium aan een freelancer die plotseling was bedankt voor bewezen diensten na een jaar regelmatige samenwerking. De uitgever ging tegen dat vonnis in beroep, maar op 22 mei 2006 veroordeelde het hof van beroep in Antwerpen de uitgever tot het betalen van het dubbele: twee maanden honorarium.

Een dagblad dat een zelfstandige sportmedewerker na negen jaar samenwerking in 2007 plotseling bedankte, heeft de freelancer uiteindelijk twee maanden honorarium uitbetaald.

In 2011 kwam het tot een dading toen een zelfstandige persfotograaf na 24 jaar aan de kant werd gezet bij een weekblad. De fotograaf kreeg een vergoeding uitgekeerd ten bedrage van zes keer het gemiddelde maandhonorarium.

Onlangs nog, in 2018, veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Brussel een uitgever die een journalist na een samenwerking van 25 jaar van de ene op de andere dag opzij schoof. De journalist kreeg als schadevergoeding negen keer het gemiddeld ontvangen maandinkomen gedurende de 25-jarige samenwerking. De rechter baseerde zich voor deze uitspraak op onder meer de duur en de intensiteit van de samenwerking.

Terug naar ‘Aan het werk: levering en betaling’