Sociale bijdragen voor sociale bescherming

Zelfstandigen moeten hun sociaal statuut helemaal zelf financieren, wat een verschil uitmaakt met de loontrekkenden wier sociale zekerheid door de werkgever mee wordt gefinancierd. Bovendien houdt de sociale zekerheid van de werknemers een stuk meer in dan het sociaal statuut van de zelfstandigen (zie hoofdstuk 16).

Op termijn zou een oplossing voor freelancejournalisten de gelijkschakeling met het ‘kunstenaarsstatuut’ kunnen zijn. Volgens de wet worden kunstenaars voor de toepassing van de sociale zekerheid (bijdragen en rechten) vermoed werknemer te zijn. Dat belet niet dat de artiest zelf er uitdrukkelijk kan voor opteren om onder het sociaal statuut van de zelfstandige te vallen. Met ‘kunstenaars’ worden personen bedoeld die zich wijden aan “de creatie en/of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”. Een speciale Kunstenaarscommissie, voorgezeten door een magistraat en verder bestaande uit ambtenaren van de RSZ (werknemers) en de RSVZ (zelfstandigen), kan een zelfstandigheidverklaring uitreiken wanneer de artiest daarom vraagt.

Surf voor meer info naar de website van Kunstenloket.

 Een vrijstelling voor freelancejournalisten in nevenberoep

Wie zelfstandige journalistiek bedrijft als nevenberoep, naast een ander hoofdstatuut, kan zich voor zijn sociale zekerheid als freelancer beroepen op een belangrijke vrijstelling. De wet bepaalt immers dat journalisten, perscorrespondenten en iedereen die auteursrechten geniet, niet onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandige wanneer ze dat werk verrichten in nevenberoep (artikel 5 van het Koninklijk Besluit nr. 38 van 27 juli 1967). Dat betekent dat ze voor die activiteit geen sociale bijdragen moeten betalen, maar evenmin sociaal gerechtigd zijn.

Het moet wel gaan om journalistiek werk (regionaal correspondent, recensent, columnschrijver, en dergelijke meer). De rechtbank van Antwerpen heeft geoordeeld dat occasioneel lesgeven aan een journalistenschool hiermee kan worden gelijkgesteld. Dat geldt ook voor het modereren van een debat of het interviewen voor een publiek, als dat een afgeleide is van een journalistiek hoofdberoep. Structureel lesgeven (een in het leerplan opgenomen cursus) wordt door het RSVZ evenwel niet erkend als een journalistiek nevenberoep. De arbeidsrechtbank van Luik heeft de vrijstelling ook geweigerd aan iemand die af en toe wat redactiewerk verrichtte voor uitgeverij CED Samson. Voor dit soort van bijklussen ben je dus wél verzekeringsplichtig, zij het dat je dan wel onder de bijdrageregeling valt van de nevenberoepers.

De tweede voorwaarde is dat je al een ander hoofdberoep uitoefent. Concreet moet je als werknemer al minstens een halftijdse job hebben, of als docent minstens 60 procent vervullen van een voltijds uurrooster. De vrijstelling geldt ook voor wie al een andere zelfstandige activiteit uitoefent als hoofdberoep, bij voorbeeld als advocaat, beheerder of cafébaas. Ook wie een hiermee gelijkstaand sociaal statuut heeft – met name als loopbaanonderbreker, werkloze of (brug)gepensioneerde – kan zich op de vrijstelling beroepen.

De freelancejournalist die nog geen sociaal statuut heeft dat minstens gelijk is aan dat van de zelfstandigen, is toch verzekeringsplichtig.

 Aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds

Het eerste wat je als zelfstandige (voor journalistiek: in hoofdberoep) moet doen om in orde te zijn met je sociaal statuut, is je aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds.

Je moet dit onmiddellijk doen bij het aanvragen van je ondernemingsnummer. Wie dat niet doet, riskeert een boete van € 500 tot € 2.000.

 Je kunt veranderen van sociaalverzekeringsfonds, zij het onder bepaalde voorwaarden. Zo mag je geen schulden meer hebben bij het vroegere fonds, en moet je voor de feitelijke overgang telkens wachten tot 1 januari.

 Lijst van de sociaalverzekeringsfondsen

 Zenito (het vroegere SVMB)
Willebroekkaai 37 – 1000 BRUSSEL
Tel: 02 212 22 30 – E-mail: info@zenito.be
Website

Acerta Sociaal Verzekeringsfonds

Buro & Design Center

Heizel Esplanade PB 65 – 1020 BRUSSEL

Tel: 078 05 10 63 – E-mail: contact.svf@acerta.be & zelfstandigen@acerta.be

Website: www.acerta.be

 

Groep S

Sociale Verzekeringskas voor zelfstandigen

Poincarélaan 78 – 1060 BRUSSEL

Tel: 02 555 15 20 – E-mail: infosvk@groeps.be

Website: www.groeps.be

Contactpersoon: Rita Beckers

 

Xerius

Brouwersvliet 4, bus 2 – 2000 ANTWERPEN

Tel: 078 15 00 15 – E-mail: zelfstandigen@xerius.be

Website: www.xerius.be

Contactpersoon: Peter Jacobs

 

Securex

Vrij Sociaal Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen

Tervurenlaan 43 – 1040 BRUSSEL

Tel: 02 729 92 22 – E-mail: merode@securex.be

Website: www.securex.be

 

 

 

Partena

Sociale Verzekeringen voor Zelfstandigen

Anspachlaan 1 – 1000 BRUSSEL

Tel: 02 549 73 00 – E-mail: logistikNA@start.partena.be

Website: www.partena.be

 

Attentia

Torhoutsesteenweg 384 – 8200 BRUGGE

Tel: 050 40 65 65 – E-mail: info.svas@attentia.be

Website: www.attentia.be

Contactpersoon:

Dominique Derycker: 0491 61 86 83 – E-mail: dominique.derycker@attentia.be))

 

Multipen

Sociale Verzekeringskas voor Landbouw, Middenstand en Vrije Beroepen

Zeutestraat 2B – 2800 MECHELEN

Tel: 015 45 12 60 – E-mail: info@multipen.be

Website: www.multipen.be

Contactpersoon: Niki Luyten of Ann Verschaeren: 0495 23 49 35

 

Steunt Elkander

Vrije Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen

Kolonel Bourgstraat 113 – 1140 BRUSSEL

Tel: 02 743 05 10 – E-mail: svk@steuntelkander.be

Website: www.steuntelkander.be

 

Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen,

verbonden aan het RSVZ

Willebroekkaai 35– 1000 BRUSSEL

Tel: 02 546 40 10– E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Website: www.rsvz.be/nl

 

 

 

Sociale bijdragen betalen

 

Aan het sociaalverzekeringsfonds moeten om de drie maanden kwartaalbijdragen worden betaald. Het sociaalverzekeringsfonds rekent ook beheerskosten aan, afhankelijk van het fonds gaande van 3,05 tot 4,30 procent.

 

Tot voor kort werden de verschuldigde bijdragen berekend op basis van het netto bedrijfsinkomen van drie jaar voordien. Sinds 1 januari 2015 worden de sociale bijdragen evenwel berekend op het beroepsinkomen van het jaar zelf. Maar zolang dat beroepsinkomen niet bekend is, betaal je als zelfstandige een voorlopige bijdrage, die berekend is op het inkomen van drie jaar geleden, dat van 2012 dus. Dit bedrag is niet bindend, je kunt het laten aanpassen.

Pas op: sinds 2015 telt het beroepsinkomen van een onvolledig jaar mee voor de berekening van de sociale bijdragen. Wie in het tweede, derde of vierde kwartaal start, zal sociale bijdragen betalen op het beroepsinkomen dat hij in dat jaar heeft verdiend, omgerekend op jaarbasis.

Er wordt altijd uitgegaan van een minimuminkomen van € 12.870,43, waarop je een sociale bijdrage betaalt. Er is een minimum- en een maximumbedrag voor de kwartaalbijdrage bepaald. Voor zelfstandigen in hoofdberoep is dat in 2015 respectievelijk € 659,61 (voor starters) en € 3.988,67.

 

Aangezien beginnende zelfstandigen tijdens de eerste drie jaar van hun activiteit nog niet over een referte-inkomen beschikken, is voor hen een overgangsregeling uitgewerkt met voorlopige bijdragen. Vanaf het vierde activiteitsjaar vindt dan een regularisatie plaats op basis van het reëel verdiende inkomen. Belangrijk: denk je dat je inkomen het referte-inkomen waarop de voorlopige bijdragen berekend zijn zal overstijgen, dan kun je altijd vrijwillig hogere bijdragen betalen. Zo vermijd je onaangenaam hoge regularisatiefacturen achteraf.

 

Minimale sociale bijdragen voor starters – hoofdberoep – 2015

 

Hoofdberoep Bijdrage
Eerste kalenderjaar € 659,61
Tweede activiteitsjaar € 675,70
Derde activiteitsjaar € 691,79
Vanaf vierde jaar € 707,87

 

 

Sociale bijdragen – hoofdberoep – 2015

 

Principe: de sociale bijdrage voor 2015 wordt berekend op het geschatte netto bedrijfsinkomen van 2015. Op dat inkomen moet een wettelijke sociale bijdrage worden betaald. Die wordt verhoogd met een bijdrage voor de beheerskosten van het sociaalverzekeringsfonds. Die schommelt tussen 3,05 % en 4,30 %, naargelang van het gekozen verzekeringsfonds.

 

Voor de inkomensschijf tot € 55.576,94 bedraagt de kwartaalbijdrage 22 %, op jaarbasis (dus 5,5% elk kwartaal). Op het inkomen tussen € 55.576,94 en € 81.902,81 betaal je 14,16 % sociale bijdrage op jaarbasis (of 3,54% per kwartaal).

Aangezien wordt uitgegaan van een minimaal inkomen van € 12.870,42 betaal je per kwartaal vanaf het vierde jaar dus minimaal € 707,87. De maximale kwartaalbijdrage bedraagt € 3.988,67. Daar bovenop komt dus nog een percentage beheerskosten voor je sociaalverzekeringsfonds. Op je inkomen boven de € 81.902,81 betaal je geen sociale bijdragen meer.

 

Wie als freelancejournalist louter in auteursrechten wordt betaald, heeft geen beroepsinkomen (inkomsten uit auteursrechten zijn roerende inkomsten) en zal dus een sociale bijdrage betalen op het fictieve minimuminkomen van € 12.870,43. In de praktijk is dat 2.831,50 euro per jaar, of de eerder genoemde 707,87 euro per kwartaal.

 

Een vennootschap betaalt een jaarbijdrage van € 347,50. Is het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar van de vennootschap groter dan 646 787,86, dan is de jaarbijdrage € 868.

 

 

Als je op het einde van het kwartaal je sociale bijdrage niet hebt betaald, wordt een verhoging van drie procent aangerekend bij het verstrijken van elk kwartaal dat het verschuldigde bedrag niet betaald is. Een bijdrage die een jaar lang niet betaald wordt, geeft dus aanleiding tot een verhoging van twaalf procent. Als je op het einde van het kalenderjaar de bijdragen die voor het eerst in dat jaar zijn gevorderd nog altijd niet hebt betaald, rekent het sociaalverzekeringsfonds daar op 1 januari ook nog eens een eenmalige verhoging van zeven procent op het nog verschuldigde bedrag bij. Bij blijvende wanbetaling zal het fonds naar een arbeidsrechtbank en desnoods naar een deurwaarder stappen.

 

Voor veel zelfstandigen is het driemaandelijkse ophoesten van de sociale bijdragen niet makkelijk. Daarom kunnen zelfstandigen in hoofdberoep bij hun sociaalverzekeringsfonds vragen om tijdelijk vrijgesteld te worden – volledig of gedeeltelijk – van bijdragebetaling. Vereist wordt dat je aantoont dat je behoeftig of bijna behoeftig bent. Daarbij wordt rekening gehouden met het inkomen, eventuele schulden of buitengewone uitgaven, de samenstelling van het gezin. Een federaal ingestelde Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen buigt zich over de dossiers.

 

Je aanvraag moet je indienen via je sociaalverzekeringsfonds, met een verzoekschrift. Ben je verzekerd bij de Nationale Hulpkas, dan kun je daar je aanvraag indienen.

 

Je sociaalverzekeringsfonds zal je dossier doorsturen naar de

Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen :

FOD Sociale Zekerheid – DG Zelfstandigen Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen Administratief Centrum Kruidtuin – Finance Tower Kruidtuinlaan 50, bus 121 1000 Brussel

 

Voor de Commissie moet je rekening houden met een beslissingstermijn van gemiddeld negen maanden. Je moet ook telkens opnieuw een aanvraag indienen voor bijkomende kwartalen.

Opgelet: periodes waarin je vrijgesteld werd van bijdragebetaling worden niet meegeteld voor de berekening van het pensioen.

 

Een vrijstelling krijg je ook voor kwartalen waarin je niet actief was wegens ziekte of ongeval, op voorwaarde dat die erkend zijn als perioden van arbeidsongeschiktheid, dat je geen enkele activiteit meer uitoefende en een aanvraag hebt ingediend bij het sociaalverzekeringsfonds, die door het RSVZ wordt goedgekeurd. Hier behoud je wél je pensioenrechten.

 

Ook interessant is artikel 37, §1 van het uitvoeringsbesluit bij het sociaal statuut, dat zelfstandigen in hoofdberoep met geringe inkomsten toelaat te vragen om gelijkgeschakeld te worden met een nevenberoep. Dat is het geval voor wie zich al op een andere manier gewaarborgd weet door sociale zekerheidsrechten die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het zelfstandigenstatuut, bijvoorbeeld door gehuwd te zijn met iemand die al een volwaardig statuut geniet. Ook studenten en bepaalde politieke mandatarissen kunnen hiervoor in aanmerking komen. Maar wie de vrijstelling of de vermindering geniet, verliest wel zijn pensioenrechten (in nevenberoep haalt men rechten uit een ander statuut).

 

De betaalde bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar (zie hoofdstuk 19).

 

Een zelfstandige die zijn activiteit stopzet, kan in afwachting van een andere beroepsactiviteit aanspraak maken op een voortgezette verzekering. Dat veronderstelt dat je de sociale bijdragen blijft betalen, in ruil waarvoor je dan ook je rechten in het sociaal statuut der zelfstandigen behoudt. De voortgezette verzekering kan maximaal twee jaar duren. Die termijn kan worden verlengd tot zeven jaar als de zelfstandige op die manier de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. De gegadigde kan zijn aanvraag indienen vanaf 1 januari van het jaar dat hij 58 jaar wordt. De goedkeuring zal gelden tot het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de pensioenleeftijd (65 jaar) wordt bereikt.

Aanvragen kan bij het sociaalverzekeringsfonds, binnen de drie kwartalen nadat je je zelfstandige activiteit hebt stopgezet. Voorwaarden zijn voorts dat je minstens een jaar als zelfstandige hebt gewerkt en de activiteit volledig hebt stopgezet.

 

Wie als zelfstandige met pensioen gaat en zijn activiteiten stopzet, kan ervoor kiezen om zijn bijdragen voor het jaar waarin hij met pensioen gaat en de drie voorafgaande jaren niet meer te regulariseren. Dit is een uitzonderingssysteem dat in principe nog loopt tot 1 januari 20149.

 

Vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ)

 

Los van de verplichte sociale bijdragen kan een zelfstandige ook bijdragen betalen voor een vrij aanvullend pensioen. Die bijdrage is een percentage van de beroepsinkomsten, te betalen aan het sociaalverzekeringsfonds, die dat bedrag doorstort naar een verzekeringsinstelling. Zie verder hoofdstuk 17.

 

 

 

 

Voor alle ‘bijzondere gevallen’ verwijzen we naar verderop in deze handleiding:

 

§  Freelancen als bijverdienste: zie hoofdstuk 20

§  Helpers: zie hoofdstuk 21

§  Vennootschappen: zie hoofdstuk 22

 

 

 

 

Meer info

 

Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ)

Willebroekkaai 35– 1000 BRUSSEL

Tel: 02 546 40 10– E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Website: www.rsvz.be/nl

 

Je sociaalverzekeringsfonds

(lijst zie supra)

De sociaalverzekeringsfondsen hebben een wettelijke informatie- en begeleidingsplicht.

 

En verder

ü  www.sociale-zekerheid.be