Tegen de polarisering

We beleven tijden met een hoge polariseringsgraad. Vooral de migratiestroom en de moeilijke integratie van nieuwkomers plaatsen bevolkingsgroepen tegenover elkaar. De tegenstellingen uiten zich in vinnige debatten, soms ook in geweld. De klimaatwijziging zorgt voor extra spanningen, en intussen neemt de kloof tussen rijk en arm verder toe. En dan flakkeren regelmatig de klassieke nationalistisch-communautaire breuklijnen nog op, onder meer in eigen land.

In tijden van polarisering zijn de media aangeschoten wild. Zeker wanneer ze tot het verkeerde kamp behoren. En feitelijk ook wanneer ze zich niet tot het goede kamp bekeren. Wie niet met ons is, is tegen ons, is het basismotief van partijen aan elke kant van een oplopend conflict. Dat maakt het voor ernstige redacties en journalisten niet makkelijk om te werken. Elk verslag dat ze brengen, elke duiding die ze geven en elke opinie die ze formuleren worden minutieus ontleed en afgewogen op de eigen waardenschaal van elke actor in een spanningsveld. En wordt de afwijking daarvan te groot bevonden, dan krijgt de journalist steeds sneller en almaar vaker een natte dweil in het gezicht. Dan heet hij onbekwaam, vooringenomen of zelfs te kwader trouw te zijn. Laatst noemde N-VA-voorman Bart De Wever een item in het VRT-programma De Afspraak – journalistiek perfect te verdedigen, maar het ging over een partijgenoot – “om van te kotsen”. Veel duidelijker kan de impact van politieke polarisering op de media niet zijn.

Doofpotcomplot

Na ‘Keulen’ was het weer van dat. De media kregen collectief het verwijt al te laat op de grootschalige aanrandingen van vrouwen te hebben gereageerd. Die media zouden bovendien doelbewust verzwijgen dat het om Noord-Afrikanen, Arabieren of asielzoekers gaat. Zo zitten ze zelfs in een boosaardig doofpotcomplot met politici en politieverantwoordelijken. Aldus de dominante berichtenstroom op sociale media.

Om te beginnen: elke aanranding en elke diefstal die op oudejaarsnacht is gepleegd, is er een te veel, en moet worden bestraft. Dat viel ook in alle nieuwsmedia te lezen. Maar daarom zomaar bepaalde bevolkingsgroepen gaan stigmatiseren als verkrachters die onmiddellijk het land moeten worden uitgezet? Kom nu.

Van twee dingen een. Men kan niet de ene dag van de nieuwsmedia verwachten dat ze hoogst voorzichtig omgaan met de sociale media, om de dag nadien te vinden dat ze juist veel sneller met de sociale media moeten meegolven. Kranten en omroepen hebben er wel degelijk goed aan gedaan een paar dagen te temporiseren.

Informeren in plaats van polariseren

Net zoals ze er goed aan doen te blijven zoeken naar de juiste toedracht, context en verklaringen voor de feiten. Dat is geen al te ‘politiek correct’ zijn, dat is dan gewoon doen wat journalisten verondersteld worden te doen: correct informeren, en niet nodeloos polariseren. Artikel 27 van de Code van de Raad voor de Journalistiek formuleert het zo: “De journalist die persoonlijkheidskenmerken vermeldt zoals etnische oorsprong, huidskleur of seksuele geaardheid, vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie.” Die bepaling is vandaag relevanter dan ooit.

In diezelfde context is het ook een verademing dat mediabedrijven zelf wel blijven geloven in overleg en consensus. Zo is bij Mediahuis zopas voor elke krantentitel een redactiestatuut goedgekeurd, dat de verhoudingen tussen directie, hoofdredactie en redactie regelt. De place to be voor debat over journalistieke aangelegenheden is de redactieraad. Ook de nieuwe beheersovereenkomst voor de VRT bevestigt de rol van de redactieraad als platform voor journalistieke discussies. En ook bij Vlaams-Brusselse Media kan een redactiestatuut nu niet lang meer uitblijven. Zo kan het dus ook, in een almaar meer polariserende maatschappij.

Pol Deltour

Deze bijdrage verscheen in het januarinummer van het VVJ-ledenblad De Journalist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *