Loontrekkende beroepsjournalisten (niet de freelancers) krijgen, wanneer ze met pensioen gaan, een meer dan aardig extraatje in de vorm van een aanvullend pensioenbedrag. Bij een volledige beroepsloopbaan in de journalistiek gaat het om 1/3 van het gewone pensioen dat erbij komt. Dat veronderstelt dan wel dat de werkgever en de beroepsjournalist zijn tegemoetgekomen aan de wettelijke plicht om extra sociale bijdragen te betalen aan de RSZ.

Wat is de historiek van dat aanvullende journalistenpensioen?

Daarvoor moeten we terug naar de twee Wereldoorlogen. Journalisten weigerden toen in groten getale mee te werken aan hun door de Duitse bezetter opgevorderde kranten, en gingen massaal in het verzet. Ter compensatie voor de verloren dienstjaren en als beloning voor hun moed stelde de Belgische regering een aanvullend pensioen in het vooruitzicht. Met het Koninklijk Besluit van 27 juli 1972 werd de regeling (eindelijk) een feit. Het gaat overigens om een wettelijk, dus verplicht pensioenstelsel, goed te onderscheiden van een privaat pensioenspaarplan. Noch de werkgever noch de werknemer kan eraan verzaken!

Wie betaalt?

De Belgische Staat betaalt dat mooie pensioensupplement niet zelf. In 1972 is een systeem van autofinanciering in het leven geroepen, dat erop neerkomt dat de werkgever 2 procent extra sociale zekerheidsbijdragen op het brutoloon betaalt en de loontrekkende beroepsjournalist zelf 1 procent. Controleer op je maandelijkse loonfiche of die extra inhouding wel degelijk gebeurt! Voor de journalisten die voor 1972 al aan de slag waren, kon die bijkomende sociale heffing natuurlijk moeilijk nog gebeuren, en hun journalistenpensioen wordt dan ook met een overheidssubsidie gefinancierd. In dat verband ontvangt de VVJ van de Vlaamse Gemeenschap een jaarlijkse subsidie van (we ronden af) 55.000 EUR die rechtstreeks aan de Pensioentoren doorgestort wordt.

Waarop te letten?

Van zodra je én loontrekkende én erkend beroepsjournalist bent, moet je werkgever de extra RSZ-bijdragen betalen. Pols bij de personeelsdienst of alles in orde is, en ga op je loonfiche na of de bijkomende inhouding van 1 procent op je eigen brutoloon gebeurt. Let hier ook op wanneer je van werkgever verandert. Het aanvullend journalistenpensioen wordt (sinds 1972 dan toch) enkel toegekend voor de beroepsjaren dat de aanvullende RSZ-bijdragen werden betaald. De Erkenningscommissie speelt nieuwe erkenningen in elk geval automatisch door aan de betrokken werkgever. De werkgevers ontvangen verder bij elke vijfjaarlijkse hernieuwing van de persdocumenten de geactualiseerde lijst van alle beroepsjournalisten in hun bedrijf.

Voorwaarden voor erkenning als beroepsjournalist

De wet van 30 december 1963 legt vijf voorwaarden op waaraan een aanvrager moet voldoen om erkend te kunnen worden als beroepsjournalist. Zo moet je ten minste 21 jaar zijn, mag je niet vervallen zijn van burgerlijke en politieke rechten en moet het beroep van journalist de helft of meer van je inkomsten opleveren. Daarnaast moet je het beroep van journalist ten minste twee jaar lang hebben uitgeoefend en mag je het niet sedert meer dan twee jaar hebben gestaakt. Tot slot mogen beroepsjournalisten naast hun hoofdberoep geen nevenactiviteiten uitoefenen in bijberoep die de journalistieke onafhankelijkheid in het gedrang kunnen brengen.

Wat als de aanvullende bijdragen niét worden betaald?

Dan dringt zich een regularisering op, ook voor het verleden (je kan tot vijf jaar teruggaan in de tijd). Verwittig je werkgever, maar ook het VVJ-secretariaat (info@journalist.be). Dat bezorgt je een typebrief waarmee je de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) kan aanschrijven. De Pensioentoren zal de werkgever aanmanen om de niet-betaalde sociale bijdragen alsnog te vereffenen. Belangrijk is vervolgens artikel 26 van de RSZ-wet van 27 juni 1969: dit verbiedt werkgevers om op hun werknemers de sociale zekerheidsbijdragen te verhalen waarvan ze de inhoudingen niet te gepasten tijde hebben gedaan.

En wat levert zo’n journalistenpensioen nu op?

Wie een volledige loopbaan als journalist achter de rug heeft (45 jaar), waarvoor de aanvullende sociale bijdragen van 3% werden betaald, krijgt een pensioensupplement van 33 procent van het gewone bediendenpensioen. Niet iedereen haalt een volledige carrière als beroepsjournalist (of zat niet steeds aan het loonplafond), en dan wordt het aanvullende journalistenpensioen pro rata verminderd. Een voorbeeld: iemand met een loopbaan van 42 jaar als beroepsjournalist voor wie de extra sociale bijdragen werden betaald, krijgt bij pensionering 42/45 keer 33% keer het gewone bediendenpensioen uitbetaald op het einde van de rit.

Concreet: een ‘gewoon’ bediendenpensioen van (afgerond) 18.000 EUR bruto per jaar komt voor gepensioneerde beroepsjournalisten neer op grofweg 24.000 EUR bruto. Voor de (hogere) gezinspensioenen ligt de verhouding op (opnieuw afgerond) 22.700 tegenover 30.300 EUR bruto per jaar. Wat daar netto van overblijft, hangt vanzelfsprekend af van factoren zoals andere inkomsten en kinderlast. Belangrijk: elk geval is verschillend. Om écht zicht te krijgen op je pensioenbedrag raadpleeg je mypension.be. Of vraag via je gemeentebestuur een raming aan bij de RVP – iets wat mogelijk is vanaf 55 jaar. Let er dan ook op dat het journalistensupplement terug te vinden is in de berekening.

Wat bij periodes van inactiviteit zoals ziekte, werkloosheid, SWT, …?

Wie een deel van zijn loopbaan in het water ziet vallen door werkongeschiktheid, werkloosheid of SWT, moet niet panikeren. Volgen die situaties onmiddellijk op een periode waarin men als loontrekkende beroepsjournalist aan het werk was, dan worden ze voor het journalistenpensioen gelijkgesteld met dienstjaren. En dit zonder dat een werkgever de extra sociale zekerheidsbijdragen heeft betaald. Opgelet, werkloosheid wordt als periode van inactiviteit enkel gelijkgesteld, als men uitkeringsgerechtigd werkloos is!

En de administratieve mallemolen?

Die blijft al bij al beperkt. Voor beroepsjournalisten die via de gemeente hun pensioen aanvragen, opent de RVP automatisch een dossier ‘beroepsjournalist’. In het kader daarvan vraagt de RVP ook aan de VVJ/AVBB en de uitgeverskoepel VDP/BVDU om de carrière van de betrokkene als loontrekkende beroepsjournalist te bevestigen.

Meer info: www.mypension.be